Bekendmaking shortlist theologisch boek 2026
Vijf titels maken kans op de prijs voor het ‘beste theologische boek’ van het afgelopen seizoen. Welke uiteindelijk de bekroning krijgt, wordt bekendgemaakt tijdens de Nacht van de Theologie, op 12 november in Utrecht.
Dit zijn de kanshebbers, in alfabetische volgorde op achternaam van de auteur.
Deborah de Koning en Caroline Vander Stichele (red.) – Geloven in tijden van stijgende zeeën
Onderzoekers van de Tilburgse universiteit keken de afgelopen drie jaar naar religieus geladen taalgebruik in het klimaatdebat: woorden als klimaatprofeten en klimaatzonden, geloof en ongeloof, boete doen voor onze welvaart en verspilling, oordelen die we over onszelf afroepen; de aarde wordt voorgesteld als onze Moeder; er komen ecologische rouwrituelen op.
In deze veelkleurige bundel leggen diverse auteurs allerlei verbanden tussen taal, religie en klimaat. Religieus taalgebruik kan inspirerend, mobiliserend en motiverend werken, maar het spreken over ‘Moeder Aarde’ is dan weer erg rolbevestigend: het klinkt naar slachtofferschap en afhankelijkheid. De onderzoekers hopen dat hun werk kan inspireren tot ‘constructieve samenwerking over religieuze en ideologische grenzen heen om een van de meest urgente problemen van onze tijd aan te pakken’.
Geurt Henk van Kooten – Echo’s van het goede nieuws
Wie vanaf nu iets wil zeggen over het ontstaan van de vier bijbelse evangeliën, kan niet om dit boek heen. Van Kooten, hoogleraar Nieuwe Testament in Cambridge, komt met een eigenzinnige visie op Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes, en hun onderlinge verhouding. Zo is volgens hem Johannes niet het laatst, maar juist het eerst geschreven van de vier. Johannes ziet hij als een secretaris van de tempel in Jeruzalem, die daardoor veel wist over wat er met Jezus was gebeurd. Lucas is het jongste evangelie, zegt Van Kooten; het maakt gebruik van de andere drie én van het werk van de Joodse historicus Flavius Josephus.
Van Kooten maakt gehakt van de gangbare theorie dat Matteüs en Lucas teruggaan op een gemeenschappelijke, niet bewaarde bron (‘Q’ in vaktaal). Hij benadrukt de invloeden van de Grieks-Romeinse cultuur op de evangeliën – wat volgens sommige critici ten koste gaat van aandacht voor hun Joodse wortels.
Het boek is met verbeeldingskracht en in een meeslepende stijl geschreven, en maakte veel tongen los.
Jan Loffeld – Als niets ontbreekt waar God ontbreekt
Mensen stellen vandaag geen religieuze vragen meer – rondom de dood, het lijden, of wat echt gelukkig maakt. Dat deden ze veertig, vijftig jaar geleden wel. Kerk en theologie zijn daar nog mee bezig: ze zoeken naar (nieuwe) (ant)woorden. Maar dat helpt niet, als je de realiteit van de secularisatie ‘genadeloos eerlijk’ onder ogen wilt zien. En dat wil Loffeld, hoogleraar in Tilburg en priester in Münster, in dit boek.
Vandaag vinden mensen andere wegen om met de beperkingen van het leven om te gaan. Ze begroeten de dood als verlosser, van ziekte en lijden. De welvaart biedt oneindige afleiding. Tegelijk groeit de eenzaamheid, laat Loffeld zien.
Kerkhervormingen zijn belangrijk, maar we hebben minder ‘churchianity’ nodig en meer ‘christianity’. Het christendom is een geloof van verhalen. Mensen delen tegenwoordig – op sociale media – hun eigen verhaal. Laat de kerk dan ‘kleine, individuele verhalen in contact en dialoog brengen met het grote verhaal’, zei Loffeld in mei het ND. De kerk moet het (weer) hebben over de godsvraag: hoe is het om met God te leven, en hoe is het zonder Hem? Wat betekent het kernwoord van het geloof vandaag: genade?
Arjan Plaisier – Een tijd om te helen
In 2024 publiceerde een gemengde groep theologen (protestants en rooms-katholiek) een oproep tot zichtbare eenheid van beide christelijke tradities. De oud-scriba van de Protestantse Kerk gaf er een vervolg aan met dit boek, waarvan de titel de urgentie weergeeft: de Reformatie was nodig in de zestiende eeuw, maar de breuk heeft lang genoeg geduurd.
Plaisier kiest acht begrippenparen, het ene kenmerkend voor Rome, het andere voor de Reformatie: geloof en werken, Woord en sacrament, eucharistie en avondmaal, Schrift en traditie, Jezus en Maria, oog en oor, de paus en de ouderling, en natuur en genade.
Hij wil beide tradities niet gaan ‘klutsen of mengen’, maar juist hun kracht aanwijzen. ‘Het is op een dieper niveau luisteren naar elkaars inbreng, om zo uit te komen bij een gloeiende kern die we delen’.
Het boek is optimistisch getoonzet: de kloof is overbrugbaar. ‘Ja, want ik leef, werk en denk in de kerk. En daar kan een conflict niet onoplosbaar zijn’, zei Plaisier in september vorig jaar in het Nederlands Dagblad. Een aangenaam leesbaar boek, helder opgezet en met een oproep die zich moeilijk laat negeren.
Martijn Stoutjesdijk – Gods slaafgemaakten
Verzet de Bijbel zich tegen slavernij? Dat is veel te rooskleurig voorgesteld. Er zijn bijbelteksten die slavernij juist ondersteunen; slavenhandelaren en -eigenaren in de koloniale tijd konden er met een gerust hart op voortbouwen.
Stoutjesdijk is postdoc-onderzoeker ‘kerk en slavernij’ aan de Protestantse Theologische Universiteit. Hij bespreekt wat de Bijbel zegt over slavernij, en hoe de kerk daar later mee omging. Hij wijst vijf kantelpunten aan, momenten in de geschiedenis waarop de kerk ook tégen slavernij had kunnen kiezen.
Maar de Nederlandse Hervormde Kerk deed dat pas in 1858, net voor de afschaffing van de slavernij vijf jaar later.
Het boek is boeiend geschreven en grondig gedocumenteerd; het geeft overzicht en verdieping. En het biedt een onthullende leeservaring, die tot bescheidenheid stemt. Macht is taai. Menselijke waardigheid offeren we zomaar op aan economische belangen. Voor welke keuzes staat de kerk vandaag? Stoutjesdijk geeft een voorzet.




