Menu

Filters

Auteur

Hoofdthema

Pleinen

Soort materiaal

Andere bronnen

Basis

Amos’ hartzeer voor Israël

Sommige lezers openen een boek, bekijken de inhoudsopgave, lezen het begin en bladeren daarna door tot aan het slot. Zij willen weten hoe het verhaal afloopt of het betoog eindigt. Het loont om dat ook bij het boek Amos te doen. Het begint immers met grimmige beelden en harde woorden van een tegen Israël boze brullende JHWH (1:2–3:2). Die blijken zich in het hele geschrift onafgebroken door te zetten. Het is bijzonder interessant te kijken hoe het aan het einde met dit kwaad volhardende Israël afloopt. Het eindigt met nauwelijks te geloven mooie en euforische beelden (9:11-15)! Kan of moet Amos nu gekwalificeerd worden als een onheils- of een heilsprofeet?

Premium

De beslissende keuze

In de schriftlezingen van deze zondag spelen tijden en namen een doorslaggevende rol. Het verhaal van de roeping van Mozes bij de brandende braamstruik loopt uit op het noemen van de Godsnaam JHWH. Die wordt met werkwoordvormen van de stam (Hebr.:) haiah geduid als: ‘Ik ben die Ik ben’, of tegenwoordig meestal vertaald met: ‘Ik ben die er zijn zal’ (Exodus 3:14 – Nieuwe Bijbelvertaling). Bedoeld is dan: je zult zien wie Ik ben als Ik mijn volk uit de slavernij van Egypte laat wegtrekken.

Basis

‘Waarom vraag je naar mijn naam?’

God grijpt in de geschiedenis in. TeNaCh laat ons vele voorbeelden lezen, over schepping, redding, zwangerschap en verlossing. Tweemaal grijpt God in het Oude Testament in op een wijze die je zowel direct als indirect zou kunnen noemen. Direct, omdat er een aantoonbaar gevolg is van het ingrijpen. Indirect, omdat God een bode incognito zijn rol laat spelen. Als die bode naar zijn naam wordt gevraagd, stelt deze een wedervraag: ‘Waarom vraag je naar mijn naam?’ Deze bijdrage onderzoekt of de twee scènes waarin God indirect direct ingrijpt iets kunnen vertellen over de bode als hypostase van God. Laten we ons daarvoor verplaatsen naar de Jabbok en naar een open veld.

Nieuwe boeken