Bidden is noodzakelijk
Jezus spreekt een gelijkenis ‘tot hen’. De aangesprokenen zijn blijkens 17:22 zijn leerlingen, wij dus. Wij worden aangesproken en opgeroepen om overal te bidden en de moed daarbij niet te verliezen. ‘Opgeroepen’ is eigenlijk te zwak uitgedrukt; het gaat om noodzaak. Het is voor een leerling van Jezus noodzakelijk om overal te bidden en daarbij de moed niet te verliezen. Waarom? En waarom zou je daarbij de moed verliezen?