“Traditie mag je best aanpassen aan de huidige tijdgeest”
Interview met Isabella Goossenaerts
Welke initiatieven zijn er allemaal op het gebied van religie en zingeving en wat kunnen we ervan leren? Martine Meijers gaat dit keer in gesprek met Isabella Goossenaerts (Malle, 1996), projectmedewerker ‘interlevensbeschouwelijk netwerken’ bij ORBIT vzw. Isabella zoekt naar wat mensen met verschillende religieuze overtuigingen met elkaar verbindt en deelt inspirerende verhalen over samenwerkingsprojecten die haar hebben geraakt.
Je spreekt met passie over zingeving en religie. Heb je dat van thuis meegekregen?
“Ik heb Filipijns-Belgische roots. Elke zondag gingen we naar de kerk, de Filipijns-katholieke gemeenschap in Antwerpen. Die achtergrond heeft gezorgd voor mijn interculturele en interreligieuze interesse. Tegelijk was het niet altijd gemakkelijk voor me om de twee culturen te verzoenen. Tot ik op een bepaald moment dacht: Ik hoef ze enkel te waarderen voor wat ze zijn en de elementen van beide die ik waardeer te combineren.”
“Als opgroeiend meisje zocht ik altijd naar diepgang. Ik stelde me vragen zoals: ‘Wat maakt mij tot wie ik ben?’ ‘Hoe gedraag ik me?’ ‘Hoe ga ik daarmee om?’ De interactie tussen personen boeide me ook al van jongs af aan: de sociale wereld, connecties, interpersoonlijke relaties. En op hoger niveau: de samenleving. Daar wilde ik ook over nadenken. Wat is belangrijk in de samenleving, waarom is de samenleving zoals ze vandaag is? Vanuit die interesse ben ik sociologie gaan studeren.”
“Ik ben ook bestuurslid van de organisatie Philippine Art and Culture Exchange (PACE), een platform dat ook weer probeert die verbinding te leggen. Want er zijn heel veel Aziaten in België, maar beeldvorming is nog heel stereotype. Het doorbreken daarvan is echt belangrijk. Ook op de arbeidsmarkt, op tv, en in kunst en cultuur.”
Je bent na je studie gaan werken bij VZW ORBIT, maar je werkt eigenlijk voor Parel. Kun je uitleggen hoe dat zit?
“ORBIT vzw is een Vlaamse organisatie, die zich als doel stelt te werken aan een samenleving waaraan iedereen volwaardig kan deelnemen, heel breed dus. Het heeft een katholieke oorsprong, maar dat is ondertussen losgelaten. ORBIT kun je zien als een paraplu, waaronder allerlei projecten worden gelanceerd. Ik werk voor ORBIT, maar ik zit daarbinnen op het project ‘Parel’. “Parel is een afkorting van ‘Platform Antwerpse Religies en Levensbeschouwingen’. Het ontstond dus vanuit ORBIT en heeft haar eigen kleine vleugels gekregen; ik ben de enige betaalde medewerkster van dit project.
Parel wil facilitator zijn voor allerlei denkbare interlevensbeschouwelijke initiatieven, dialogen en trajecten zodat gemeenschappen van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen leren kennen. We zetten in op verbinding en samenwerking tussen verschillende religieuze en levensbeschouwelijke groepen, met als doel de kwaliteit van het samenleven in een stad als Antwerpen – waar toch zo’ n driehonderdtachtig actieve geloofsgemeenschappen te vinden zijn – te verbeteren. Om geloofsgemeenschappen die zich toch vaak op kleine eilandjes bevinden, in contact te brengen met elkaar. Ik probeer te zien wat gemeenschappen verbindt, wat ze nodig hebben om elkaar beter te leren kennen. Ik ben altijd op zoek naar samenwerkingsmogelijkheden.”
Wat voor activiteiten organiseert Parel dan bijvoorbeeld?
“Een activiteit is bijvoorbeeld ‘Eten met de buren’ waar we met geïnteresseerde geloofsgemeenschappen in een bepaalde buurt een traject aangaan rond kennismaking, en aan het eind van het traject samen een maaltijd organiseren voor die deelnemende gemeenschappen, maar ook voor de buurt, en al wie nog meer geïnteresseerd is om aan te sluiten. We hebben dat bijvoorbeeld gedaan in Merksem met de Filipijns Katholieke gemeenschap, de moslims, en de De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Bij het eerste contactmoment bleek dat uit elke gemeenschap op een bepaald moment iedereen in dezelfde straat woonde. Ik bedoel maar: de verbazing was groot en het onderling contact snel gelegd.”
“De maaltijd in Merksem heeft ook een vervolg gehad, want ik heb gehoord dat toen de moslims dit jaar een Iftar organiseerden, zij ook de Filipijns katholieke en mormoonse gemeenschap heeft uitgenodigd.”
“We organiseren interlevensbeschouwelijke panelgesprekken, trialogen, quadrologen. Onlangs organiseerden we bijvoorbeeld voor de ‘projectweek Mondiale Vorming’ op een middelbare school een viergesprek met deelnemers vanuit het evangelisch christendom, de islam, hindoeïsme en vrijzinnigen.”
“We zijn ook in contact met de anglicaanse gemeenschap, zij wil graag de buurt waarin haar kerk staat beter leren kennen. De moskee daar in de buurt heeft aangegeven interesse te hebben in uitwisseling. Binnenkort hopen we een opruimwandeling te organiseren op de route tussen de twee gebedshuizen. Gaandeweg kunnen mogelijke andere opties worden verkend. Bijvoorbeeld: het ene gebedshuis zou graag haar parochieruimte verhuren voor allerlei, zij het passende, activiteiten. En wie weet is de andere net op zoek naar een ruimte, of kent een organisatie die zoiets nodig heeft.”
“Of, een kerk in een wat minder goed bekend staande buurt in Antwerpen zocht contact met ons omdat ze graag een actieve rol zou spelen om de buurt te verbeteren. We organiseerden daar ook een ‘Eten met de buren’ en een buurtfeest.”
“Een activiteit die me persoonlijk sterk is bijgebleven was een themadag rond ‘afscheid nemen’. We organiseerden een panelgesprek met vier verschillende gemeenschappen: een Filipijns-katholieke gemeenschap, een Islamitische gemeenschap, een Kameroens-presbyteriaanse gemeenschap, en een Hindoe gemeenschap. Er werd besproken hoe ieder ‘afscheid nemen’ ervaart. De eerste persoon begon te spreken, en toen de tweede aan de beurt was zei die ‘Like my brother here’ (zoals mijn broer hier) en klopte op de schouder van de eerste spreker. En dan de derde persoon, die zei: ‘Ik heb het gevoel dat ik niet meer zoveel kan toevoegen, want het is hetzelfde zoals mijn twee broers hier verteld hebben.’ En ook de vierde zei iets dergelijks. Daarna gingen ze nog wel wat meer de diepte in voor wat betreft hun specifieke traditie.
Ik vond het frappant dat je vier toch echt wel verschillende gemeenschappen bij elkaar hebt die op een heel eigen manier bezig zijn met het thema ‘afscheid nemen’, die zoveel overeenkomsten blijken te hebben in hun beleving van geloof – en elkaar op dat moment ‘broer’ noemen. Polarisering verdween gewoon. En daar focussen we graag op. We richten ons op erkenning en acceptatie van verschillen, maar zeker ook op overeenkomsten. Eigenlijk is de waarheid een grote puzzel, waarin iedere overtuiging haar deel heeft van de grote waarheid.”
Eigenlijk is de waarheid een grote puzzel, waarin iedere overtuiging haar deel heeft van de grote waarheid
Wat vind jij zelf belangrijk aan zingeving en religie?
“Ik denk dat zingeving niet genoeg wordt gewaardeerd voor wat het is of kan zijn. Het wordt nog teveel bekritiseerd voor wat mensen denken dat het is. Het leven kan moeilijk zijn. Ik denk dat we te weinig zien hoe religie voor mensen die in het dagelijks leven voor grote uitdagingen staan, een bron van hoop kan zijn.”
Hoe denk je dat het komt, dat we die kant te weinig zien?
“Omdat religie ook een andere kant heeft. Het kan misbruikt worden. We herdenken bijvoorbeeld dit jaar in België de verschrikkelijke bomaanslagen op 22 maart 2016, nu dus tien jaar geleden. Op de luchthaven van Zaventem en de metrohalte Maelbeek vielen vijfendertig doden en driehonderdveertig gewonden. De aanslagen werden opgeëist door IS, een terroristische organisatie die streeft naar een wereldwijde islamitische staat. De aanslagen zouden gepleegd zijn in naam van een religieuze overtuiging, maar het was natuurlijk het misbruik van religie. De aanslagen hebben een heel diepe impact gehad op het geloof in religie. Op het vertrouwen dat religie goed kan zijn.”
“Ik denk ook dat de media liever de nadruk leggen op negatieve zaken dan op de goede dingen die religie teweeg kan brengen. Slecht nieuws verkoopt beter. En dan zit je met een beeldvorming die niet genuanceerd is, hetgeen ruim baan maakt voor vooroordelen en stereotypen. En dat zorgt er dan weer voor dat mensen daar stoppen, en zeggen: ‘Religie is niet ok voor mij’. Zich verder geen vragen willen stellen, of moeite doen het gesprek aan te gaan. Zich niet meer afvragen: ‘Wat kan religie mogelijk voor mij betekenen?’ of ‘Wat kan het doen binnen een gemeenschap?’ Dus ik denk dat beeldvorming een grote rol speelt.”
Mensen vragen zich niet meer af “‘Wat kan religie mogelijk voor mij betekenen?’ of ‘Wat kan het doen binnen een gemeenschap?’
“Maar ook de overheid speelt een rol: de maatschappij moet neutraal zijn, religie mag niet in de publieke ruimte komen, het is iets dat privé is, dat individueel is. Door dat soort dingen denk ik dat mensen minder durven uitkomen voor hun geloof. Al moet ik zeggen dat ik het gevoel heb dat daar verandering in aan het komen is. Ik kom echt wel mensen tegen die durven uitkomen voor hun religie of overtuiging, die er zelfs trots op zijn.”
Maar het is volgens jou dus zeker nog niet zo dat mensen gemakkelijk spreken over hun geloof?
“Ik heb daar een heel mooi voorbeeld van. We organiseren solidariteitswandelingen, en gaan dan met een groep geïnteresseerden op bezoek bij mensen die vanuit hun religie met allerlei initiatieven bezig zijn. Tijdens een bepaalde wandeling kwamen we bij vzw Kiddo’ s op bezoek. Kiddo’ s is een organisatie die probeert kansarme gezinnen te helpen, en ouders te ondersteunen in de opvoeding van hun kinderen, onder meer door het verstrekken van materiële hulp.
De vrouw die Kiddo’ s runt, Aicha, vertelde heel enthousiast over haar werk, over wat ze allemaal doen, en dat hun werk zo belangrijk is. Maar op geen enkel moment vertelde ze over haar motivatie om dit werk te doen, over de manier waarop ze in het leven staat. Terwijl dat het thema was van die specifieke wandeling. Dus we vroegen haar waar haar kracht vandaan komt om dit werk te doen. “Ik ben niet gewend dat mensen die vraag stellen”, reageerde ze. En toen kwam haar verhaal, hoe belangrijk de Islam is voor haar. Ze vertelde ook hoe moeilijk het werk dat ze doet soms kan zijn, want ze doet dat zonder subsidies. Soms ook ziet ze schrijnende situaties en weet dan niet hoe ze daarmee om moet gaan. Soms loopt ze tegen muren. Wat haar erdoor helpt is haar geloof. Ze is hier voor een reden, vertelde ze, en die reden wil ze ten volle benutten. Ze voelde zich op een bepaald moment geroepen om dit specifieke werk te doen en nam de handschoen op. Ook al is het soms moeilijk, ze weet dat het juist en goed is. Maar ze vertelde dus pas over haar geloof en hoe haar dat steunt en motiveert nadat de vraag werd gesteld. Terwijl dat eigenlijk de voornaamste reden was waarom we daar waren.”
“Ik kan niet zeggen of dat is omdat het geloof taboe is, of omdat we het niet gewend zijn om daarover te praten of daar vragen over te stellen. Omdat mensen misschien denken: ‘Dat maakt niet zoveel uit’. Terwijl ik denk dat geloof iets is dat veel meer mensen dan we denken, verbindt.”
“Het gaat dan om zingeving. Ik denk niet dat je gelovig moet zijn om zingeving belangrijk te vinden, om op één of andere manier je leven zin te willen geven. Je hebt veel mensen die vormgeven aan zingeving binnen gekende kaders, maar ook veel mensen die er op een niet-traditionele, misschien meer individuele manier mee bezig zijn. Als je die twee groepen samen zou brengen, zouden er denk ik heel boeiende uitwisselingen kunnen ontstaan.”
“Ik zie dat ook in mijn eigen leven, als ik met niet-gelovige vrienden praat over levensbeschouwing. Zij vinden het vaak heel interessant wat ik zeg en zeggen dan: ‘Ik sta er niet op dezelfde manier in als jij, maar ik vind de dingen die jij belangrijk vindt vanuit je geloof ook belangrijk.’ Zaken als mensenrechten, universele waarden, human decency. Kaders van zingeving die zogezegd heel verschillend zijn maar wel heel veel raakvlakken hebben. Die raakvlakken moeten we blijven zoeken. We kunnen veel meer samenwerken dan we denken. Want we denken snel dat samenwerken met een bepaalde groep moeilijk is omdat die een heel ander wereldbeeld zouden hebben. Maar uiteindelijk sta je allemaal voor dezelfde uitdagingen.”
We kunnen veel meer samenwerken dan we denken
“Iemand hoeft voor mij niet in de verrijzenis van Jezus te geloven om met mij samen te kunnen werken. Zolang ze maar beseffen dat elke persoon het waard is om lief te hebben, om zorg voor te dragen, recht heeft op een menswaardig bestaan. Want dat is uiteindelijk waar het om gaat: Jezus is gestorven zodat wij kunnen leven. Zolang we geloven dat elke persoon het waard is om zorg voor te dragen, dan is het goed voor mij. Het mag van mij komen vanuit allerlei andere perspectieven.”
“Nog een laatste voorbeeld van wat we doen: In Berchem heb je een evangelische christengemeente, en zij hebben een winkeltje waar ze kleding geven aan mensen voor wie het moeilijk is die zelf te kopen. Zij stuurden ons onlangs een mailtje met de vraag of wij mensen kennen die daar ook mee bezig zijn, want ze hadden gewoon te weinig kleding om aan de vraag te voldoen. We brachten hen in contact met Kiddo’ s, die hetzelfde doen maar vanuit Islamitische achtergrond. Samen werken aan dezelfde uitdaging, daar zou best wat meer focus op mogen liggen.”
“Het is altijd heel mooi om zulke initiatieven te trekken en te zien hoe mensen elkaar ontdekken. Dat is wat ik graag geloof: dat Parel mensen kan samenbrengen. Dat je mensen leert kennen die je anders misschien nooit op die manier had ontmoet. Omdat ze zo anders zijn, of lijken te zijn, dan jij.”
“Ik heb wel gemerkt dat het van belang is om als derde aanwezige een neutrale partij te zijn als je gemeenschappen samenbrengt, zodat niet één gemeenschap de bovenhand krijgt of zich juist uitgesloten voelt. Ik zeg hen altijd: ‘We zijn hier niet om elkaar te overtuigen of om vast te houden aan een groot gelijk. Het gaat erom elkaars mens-zijn te erkennen en de verschillen die we hebben te vieren’.”
Ik heb wel gemerkt dat het van belang is om als derde aanwezige een neutrale partij te zijn als je gemeenschappen samenbrengt
Hoe ga je te werk om dit soort initiatieven in de steigers te zetten?
“Ik trek erop uit, ik leer gemeenschappen kennen, breid mijn netwerk uit, bevraag mensen over wat ze doen en wat ze belangrijk vinden, waar ze misschien nood aan hebben, waar ze zelf eventueel al beweging in probeerden te brengen. Als ik een gemeenschap in de buurt ken die een beetje op dezelfde golflengte zit, gaan we samen onderzoeken wat misschien interessante mogelijkheden tot samenwerking zouden kunnen zijn.”
Screen je mogelijke partners ook op hun gedachtengoed, om te voorkomen dat je met een meer extremistische groep aan de slag zou gaan?
“Eeehm…” (aarzelt) “Ik ben zoiets eigenlijk nog niet tegengekomen. Wat bedoel je precies als je zoiets vraagt? Want ik bedoel: elke gemeenschap is natuurlijk anders en gelooft waarin ze geloven.”
Je hoort soms in de media dat er groeperingen zijn waar iemand voorgaat die heel rigide ideeën heeft over wat de waarheid zou zijn, en toehoorders oproept tot een actie die mogelijks niet zo positief of opbouwend is.”
(Aarzelt opnieuw) “Ik heb daar eigenlijk nog geen ervaring mee. Misschien sta ik daar niet genoeg bij stil. Omdat ik ook niet met die vooroordelen naar een gemeenschap wil gaan. Ik praat daar met ménsen.”
“Tijdens een bepaalde bijeenkomst in het kader van ‘Eten bij de buren’ waren we op bezoek in een moskee. We mochten vragen stellen en hun rituelen en tradities ervaren. Dat was superinteressant. We vroegen hen: ‘Het gebed verrichten, hoe gebeurt dat?’ Die man wilde dat wel voordoen. En hij begon met de woorden ‘Allahu Akbar’ uit te spreken. Dat was voor mij een heel emotioneel moment, want ik dacht: die woorden worden door veel mensen gezien als iets slechts. Het wordt geassocieerd met terroristische aanvallen en het misbruik van religie. Maar binnen de islam is dat eigenlijk gewoon hoe zij zich richten tot God in hun gebed. Het wil eigenlijk gewoon zeggen: ‘God is de allerhoogste’.”
“Ik werd er helemaal stil van. Ik bedacht me dat het gek is dat onze mening door de media zo wordt vervormd dat de woorden die voor een grote gemeenschap heilig en goed zijn – woorden die misschien wel de belangrijkste zijn die ze kunnen uitspreken – dat die helemaal anders kunnen worden begrepen. Ik besefte echt hoe vooroordelen dingen kapot kunnen maken en onbegrip kunnen kweken. Het was een openbaring voor mezelf. Dat ik heel goed moet oppassen dat ik de dingen die ik voorgeschoteld krijg om me heen, in de krant en op tv, niet zomaar aanneem en me eigen maak, nog voordat ik uit eigen ervaring weet waar het over gaat.”
“Daarom probeer ik gemeenschappen altijd met open vizier tegemoet te treden. Ik benader ze vanuit een vragende houding. Ik wil hun religie leren kennen. Tot hier toe zijn dat gelukkig altijd positieve ervaringen geweest.”
Naast de interreligieuze zaak, ben je ook begaan met het thema ‘jongeren en geloof’.
“Ja klopt. Toen ik zestien, zeventien jaar was, werd ik gevraagd om deel uit te maken van een katholieke jeugdwerking in Brussel. Deze werking maakt deel uit van een internationaal netwerk, en is gestart in de Filipijnen. Daar ben ik toen ingerold. Negen jaar ben ik daar heel actief in geweest. Twee keer per maand naar Brussel voor een workshop of andere activiteit, jaarlijks kwamen we drie dagen samen met een internationale groep, dagen vol met gebed, worship, talks, workshops, rond bepaalde thema’s. Dat heeft mijn beeld en beleving van het geloof sterk beïnvloed en gevormd.
Het was een heerlijke tijd. Je wordt begeleid en ondersteund in je religieuze beleving en je krijgt er verantwoordelijkheden. Ik ben er gegroeid als persoon. Ik zag hoe groot de waarde is van levensbeschouwing en gemeenschap in het leven van een persoon. Het belang van spiritualiteit voor je eigen ontwikkeling, je sociale en mentale groei is heel groot in zulke bewegingen. Niet dat het alleen maar geweldig is hoor, er zijn natuurlijk ook altijd kantjes waar je kritiek op hebt in zo’ n organisatie. Maar toch, ik focus dan graag op het positieve. Als jongere toen, kwam ik heel graag uit voor mijn geloof. Ik vond het niet moeilijk om erover te praten, omdat ik trots was op wat de gemeenschap me had gegeven.”
“Heel lang heb ik wat ik gedaan en georganiseerd heb niet gezien als ‘ervaring’, iets dat je ook op je CV kunt zetten. Op een bepaald moment dacht ik: ik heb echt wel relevante ervaringen opgedaan die binnen een organisatie interessant zijn voor een werkgever. Dus nu staat het op mijn CV. Het mag gezien worden.”
Dat laatste lijkt een beetje op Aicha van Kiddo’s die er niet aan dacht om te spreken over haar geloof…
“Ja, echt hè. Het blijft onder de radar. Het heeft te maken met erkenning. Met wat we ervaren als waardevol. Als we nadenken over ‘relevante ervaring’ kijken we meestal niet naar de rol van levensbeschouwing en gemeenschap in ons leven. En de erkenning ervan wil ik, ook via Parel, wel graag een plaats geven.”
Je spreekt over een heel actieve jongerengroep en ik kan me voorstellen hoe fijn en belangrijk dat voor jou, of iemand zoals jij, is. Maar ik denk dat je daar vooral in terechtkomt, als je dat van thuis uit hebt meegekregen. Dat je erin groeit doordat je het van kleins af aan al kende. Er is een grote groep mensen die niet met die traditie opgroeide, maar wel met zingevingsvragen bezig is. Hoe zou je die mensen kunnen bereiken?
“Dat is een goeie vraag. Jongeren zijn daar inderdaad meer mee bezig. Ik heb wel praktische ideeën, bijvoorbeeld een interreligieus platform voor jongeren op TikTok, dat soort dingen. Maar ik weet niet of het dat is dat mensen zoeken. Ik vraag me af of we niet teveel invullen voor jongeren. Of we hen wel genoeg vragen stellen. Misschien hebben ze gewoon iemand nodig die vragen stelt. Zodat ze er zelf over kunnen nadenken. Ik heb meegewerkt aan een onderzoeksproject voor ‘Platform C’. Dat was een samenwerking tussen jeugdwerkorganisaties, de universiteit en de hogeschool in Gent, dat zich richtte op de mate waarin kinderen en jongeren participeren in beleidsbeslissingen. Uit het project bleek dat jongeren soms meer ervaring hebben dan we denken, echt wel een opinie hebben over dingen, maar nog te weinig meegenomen worden in beleidsbeslissingen en besluitvorming.”
“De vraag die je stelt hoor ik trouwens ook in gesprekken met de verschillende gemeenschappen: ‘Hoe houden we onze jongeren betrokken?’ Maar ook: ‘Hoe begeleid je ze in hun levenskeuzes? Wat vinden ze belangrijk? Hoe gaan ze om met sociale media, met de informatiestroom, artificial intelligence?’ Dat soort zaken. Welke taal spreken wij zodat we jongere mensen aanspreken?
“Soms wordt gesuggereerd dat jonge mensen enkel naar bepaalde activiteiten komen omdat hun vrienden ook komen. ‘Die komen toch niet voor God’. Ik denk dan altijd: ‘Wat maakt dat uit, zolang ze er zijn?’ Wie weet komen ze op een gegeven moment God wel echt tegen. Ze moeten zich thuis kunnen voelen, dat is belangrijk.”
Dus eigenlijk zeg je: wat jongeren aantrekt is vooral samen met vrienden activiteiten doen, eerder dan luisteren naar een preek in een kerk waarbij geen interactie mogelijk is.
“Het kan allebei zijn, denk ik. Een combinatie van aan de ene kant uitleg rond de heilige teksten en bemoediging voor je eigen leven en aan de andere kant luisteren naar elkaars verhalen, zelf tekst mogen inbrengen, dat kan een begin zijn. En je mag daarbij best een beetje out of the box denken. Ik denk niet dat jongeren tegen preken zijn, maar dat sommigen misschien nog niet weten welke meerwaarde dat kan hebben voor henzelf. Zolang er geen introductie is op een manier die jongeren aanspreekt, die toegankelijk is voor de jongeren, kan het ook niet groeien.”
“Vandaag gaan veel jongeren naar een psycholoog. Om verschillende redenen, maar de bottomline is: er wordt daar naar je geluisterd. Daaruit kun je misschien afleiden dat jongeren momenten nodig hebben waar ze kunnen vertellen, delen, zonder oordeel. Ik denk dan vanuit mijn eigen katholieke achtergrond: we luisteren naar elkaar, we oordelen niet, en we hebben iedereen lief, ondanks whatever.”
“Reflectiemomenten, discussiemomenten, waar je een moderator bij zet die het gesprek leidt. Je kunt dan je waarden vanuit een geloof delen en tegelijk creëer je een moment waar jongeren naartoe kunnen komen en zichzelf kunnen zijn. Aan het einde van zo’ n bijeenkomst kan er een gebedsmoment zijn waar er voor iedereen wordt gebeden. Niet om iemand te overtuigen van iets, maar eerder in de zin van ‘Ik bid tot mijn God voor jou’. Met de gedachte dat iedereen aandacht krijgt, en om mijn intentie te delen dat ik graag wil dat het jou goed gaat. Dan creëer je dus een moment dat jongeren introduceert in jouw traditie, maar kom je ook tegemoet aan waar jongeren nood aan hebben. Het hoeft niet op die manier te zijn, maar belangrijk is wel dat je de vraagt stelt waar jongeren behoefte aan hebben.”
“Ik volg een opleiding ‘Interlevensbeschouwelijk leiderschap’, en het ging er daar op een gegeven moment over dat de Bijbel geschreven is in een bepaalde context, tegemoetkomend aan de noden van de mensen in die tijd. We keken onder andere naar het scheppingsverhaal. Voor de mensen van die tijd klopte het, maar vandaag hebben mensen er misschien meer moeite mee. Ik dacht toen: ‘Hoe zouden we vandaag het scheppingsverhaal schrijven?’ Geloof is niet rigide. Ik denk dat het mogelijk mag zijn om bepaalde tradities aan te passen aan de tijdsgeest en de noden van vandaag.”
“Sommige gemeenschappen slagen daar beter in dan anderen. Je hebt ook gemeenschappen die heel conservatief zijn en vasthouden aan de oude interpretaties. En pas op, er zijn ook jongeren die daar expliciet voor kiezen, die daar echt voor gaan. Je kunt de match nooit voorspellen.”
Welke plaats heeft geloof in een hyperdiverse en individualistische maatschappij?
“Op persoonlijk vlak: je hebt aan de ene kant mensen die vinden dat geloof geen plaats heeft in de publieke ruimte of een interpersoonlijk gesprek. Maar er zijn ook mensen die het anders zien. Zoals ze in het Engels zeggen: ‘They wear their faith on their sleeve’ (ze zijn heel open over hun geloof). Maar toch: ik heb vriendinnen die het moeilijk vinden om voor hun geloof of voor hun relatie met God uit te komen.”
“En hoewel de maatschappij nogal individualistisch is, zie je toch hoe geloof mensen verbindt. En je ziet dat mensen die verbondenheid op allerlei manieren vieren.”
“De plek die geloofsgemeenschappen innemen in de maatschappij heeft vaak een link met solidariteit. Er worden bijvoorbeeld taallessen georganiseerd, kleding voor mensen in armoede ter beschikking gesteld, solidaire maaltijden. Allerlei initiatieven voor mensen die het wat minder hebben komen vanuit een religieuze hoek, vaak op vrijwillige basis. Stilletjes aan wordt dat toch een vrij groot netwerk dat in de maatschappij belangrijk werk doet.”
“We zien dat de gemeentelijke politiek op dit moment meer interesse toont in het belang van geloofsgemeenschappen en bereid is erin te investeren. Dat was een tijd geleden nog anders. In de stad waar zoveel nationaliteiten samenleven, in die hyperdiversiteit, moeten we een manier vinden om samen te leven en elkaar te leren kennen. Geloof en geloofsgemeenschappen zijn er, en kunnen daarin van grote meerwaarde zijn.”
Meer weten: parelantwerpen.be
Martine Meijers woont in Antwerpen en komt uit Vlaardingen. Ze studeerde Leraar Basisonderwijs aan de Fontys Hogeschool Tilburg en werkt als beleidsondersteunend medewerker bij het Ligo Centrum voor Basiseducatie. Daarnaast is ze redacteur van De Band, het kwartaalmagazine van de Antwerpse protestantse kerken.