Bijschrift
Bespreking van het schilderij ‘De maskerwinkel’.
Bespreking van het schilderij ‘De maskerwinkel’.
In alle vier de evangeliën in het Nieuwe Testament vinden we berichten waarin Jezus verschijnt na zijn dood aan het kruis en de daaropvolgende opwekking/opstanding/verrijzenis. Hij heeft zich, steeds op eigen initiatief, te zien gegeven. Bij het antwoord op de vragen: aan wie, waar, hoe vaak en hoe, zijn de verhalen bepaald niet eensluidend. Wel echter als het gaat over de vraag: waarom?
Voor kloosters, kerken en kathedralen is er heel wat in steen gehakt. Vaak te veel, ook al bevind je je maar op één plaats, voor een kort bezoek. Toch is het meer dan de moeite waard om eens wat langer bij een stukje beeldhouwwerk (in de Abdij Saint-Pierre te Moissac in Frankrijk) stil te staan om te zien hoe dat dan tot leven komt.
In de reeks Elementaire Deeltjes verscheen ‘De Bijbel’ als deel 75. De auteurs zijn voor de lezers van Schrift niet onbekend: Bert Jan Lietaert Peerbolte en Klaas Spronk.
Aan de hand van één schilderij (Een monnik en een begijn, uit 1590 van Cornelis Cornelisz van Haarlem) toont de auteur dat er in verschillende tijden ook verschillend tegen seks wordt aangekeken. Bij nadere bestudering blijkt dat het werk een aanklacht is van deze protestantse kunstenaar om de mistanden in de verloederde roomse Kerk aan de kaak te stellen.
Als je in een museum bovenstaande sculptuur (twaalfde eeuw) en het onderstaande schilderij van Caravaggio (1571-1610) op de voorkant van dit nummer naast elkaar zou kunnen zien, dan zou onze eerste aandacht als vanzelf naar het schilderij van Caravaggio uitgaan. Wat een dramatiek! Vergeleken met zijn schilderij is deze, sculptuur in het klooster van Santo Domingo de Silos bij het Spaanse Burgos zacht gezegd nogal saai.
Tomas wordt in alle vier de evangeliën genoemd, maar bij de synoptici is het ook niet meer dan dat. Bij hen vinden we zijn naam alleen bij de opsomming van ook de andere leerlingen van Jezus (Matteüs 10,3, Marcus 3,18 en Lucas 6,15). In het Evangelie volgens Johannes echter komen we hem zeven keer tegen, waarvan drie keer met naam en toenaam. Bovendien is hij vanaf hoofdstuk 20,24 de centrale persoon bij Jezus’ verschijningen na Pasen. Over zijn naam en zijn rol in het evangelie zal het in dit artikel gaan. Over vele, vele jaren heen is er over zijn naam en rol al heel veel gezegd, maar nog lang niet het laatste woord. Als dat trouwens al mogelijk is.
e het over als we het woord ‘groen’ gebruiken? Of woorden die aan ‘groen’ verwant zijn? Ik geef een eenvoudig voorbeeld. Een paar jaar geleden reed ik vanuit Nijmegen het land van Maas en Waal in en las op een bord, bij een boerderijtje langs de kant van de weg, ‘duurzame eieren te koop’. Ik weet werkelijk niet of mensen überhaupt stil staan bij die reclame, maar wel dat deze bij mij verbazing opriep. ‘Duurzame eieren’? Wat is dat nou?
Je kunt zomaar de gedachte hebben dat Jezus altijd en overal op straat tussen mensen te vinden was. Die gedachte echter gaat onderuit als je de moeite neemt een heel Evangelie door te lezen. Voor dit artikel koos ik voor het Evangelie volgens Markus, om in zijn verhaal te zien waar, wanneer en zo mogelijk waarom Jezus voor anderen even niet dichtbij, maar op afstand was. Daarnaast kijken we ook naar mensen om hem heen die op afstand zijn of worden gehouden. Bewust, dat wil zeggen: met goede redenen, of door de situatie waarin ze verkeren.