Van den Berg – De straatwaarde van de ziel
Recensie van De straatwaarde van de ziel.
Recensie van De straatwaarde van de ziel.
Martin Buber onderscheidde de relaties ik-het en ik-jij. Het streepje geeft het ‘tussen’ aan, de relatie zelf. Meestal leef ik met een deel van mijzelf in relatie tot een deel van mijn omgeving. Totdat plotseling een jij mij tegenkomt. God spreekt mij aan in ieder jij-moment, mij omvormend tot een gestalte die beelddrager is geworden van de werkelijkheid die God is. We zijn alleen of samen, maar altijd verbonden, levend in de het-wereld die ieder moment een jij kan worden.
Recensie van Alan Watts, Het taboe op weten wie je bent. Handboek bij het mysterie van het bestaan.
In het verlangen om één te worden met God, om God volledig te beminnen en volledig door God bemind te worden, kan een ‘oerwoede’ ontstaan. Mystici hebben ervaren dat God hen rechtstreeks aanraakt. Het verlangen blijft, maar ook komt er een vrede: de vrede die alle verstand te boven gaat. Er rest nog één grens: die van het lichaam.
Theoloog en publicist Alain Verheij gaat in op de begrippen woede en vrede als spanningsveld in het politieke en maatschappelijke handelen. ‘Woede is in de eerste plaats een drijfveer voor mij, dat ik het toch blijf proberen. Als dat te lang zonder gevolg blijft, kan het ook iets worden dat mijzelf alleen maar vergiftigt.’
Voor sommigen betekent ‘waar geloof’ vooral dat de bijbelverhalen als historische werkelijkheid worden beaamd. Als we zo geloven, breken de verhalen ons leven niet open, maar worden ze ingekapseld in wat wij op dat moment voor waar houden. Ze verworden tot een keurslijf, een leugen die in ons straatje past. Zo is het ook met de waarheid van de kerktaal: het is het soort waarheid dat niet gezocht of vastgesteld kan worden, maar wel ontvangen.
Van Knippenberg, voormalig hoogleraar praktische theologie, beschreef zijn model van gespreksvoering eerder in zijn boek Existentiële zielzorg. Dit essay is daar een prima aanvulling op. Het geeft in kort bestek […]
In 2019 besloot emeritus predikant Wim Jansen een jaar lang te schrijven over zijn leven met God, niet wetend dat in dat jaar bij hem ongeneeslijke kanker zou worden geconstateerd. […]
Om het ene woord, het Woord waarnaar de mens verlangt, te kunnen spreken, moet de mens zwijgen. Pas als de ziel stil is, kan het Woord, dat Christus zelf is, gezegd worden. Het zuiverste zelf van de mens spreekt zich uit als weerspiegeling van Gods aanwezigheid.