Menu

Basis

Om werkelijk te kunnen spreken, moet je zwijgen

Een mensenmassa in een markthal
Koopmansstemmen verhinderen dat God in ons tot spreken kan komen. (beeld: Bhargava Marripati, Pixabay)

Om het ene woord, het Woord waarnaar de mens verlangt, te kunnen spreken, moet de mens zwijgen. Pas als de ziel stil is, kan het Woord, dat Christus zelf is, gezegd worden. Het zuiverste zelf van de mens spreekt zich uit als weerspiegeling van Gods aanwezigheid.

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?
(Huub Oosterhuis)

Als vakantiegasten maken we een kerkdienst mee. Schuin voor onze bank staat een kinderwagen met een baby erin. โ€˜Aaronโ€™ staat er geborduurd op het dekentje. Hij heeft een open gezicht, donkerbruine ogen met een blik zo helder als glas en transparant tot op de onschuld van het begin. De dienst begint en we zingen staande het lied U zij de glorie. Mijn blik valt op Aaron en ik zie hem kijken, hij ziet mij. Zijn kijken wordt dieper en dieper, het wordt schouwen en doorzien, diepte roept tot diepte. Dan lacht hij.

En waarachtig, de hemel lacht en alle engelen en aartsengelen en cherubijnen en allen die staan voor de troon van de Ene lachen en zij lachen vanaf het begin tot aan het einde van de wereld. Als ik stil ben, hoor ik het nog steeds.

Ogen die ons doorzien, vragen wie we ten diepste zijn.
(beeld: jean-Clair Galloo, Pixabay)

Als ik stil ben, hoor ik het nog steeds

Het moet zoโ€™n soort ervaring geweest zijn, die Huub Oosterhuis ertoe bracht om het gedicht: Ken je mij te schrijven. Zijn dochter Trijntje was net drie maanden oud toen hij deze woorden schreef. Vele jaren later zal zij het hem toezingen op een gala ter ere van zijn 85e verjaardag

Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon.

Vraag zonder woorden

Ogen die ons doorzien, ogen die vragen wie we eigenlijk ten diepste zijn. Deze herkenbare ervaring wordt in de mystieke traditie vaak aangegrepen om de werkingskracht van God in de ziel aan te duiden. Nicolaas van Cusa, een wetenschapper en theoloog uit de 15e eeuw, legt uit hoe God nabij kan zijn aan ieder mens, op ieder moment. Hij gebruikt daarvoor het beeld van een geschilderd portret dat je blijft aankijken, waar je ook staat in de kamer. Zo is het met de aanwezigheid van God, zegt hij. God is in iedereen en met iedereen afzonderlijk, waar of hoe ze ook zijn. Waar je ook bent, als je je naar God keert, kijkt Hij je aan. En als je die blik van God opvangt, dan ontvang je iets van Gods eigen essentie, van zijn wezen.

Uw blik, Heer, is uw essentie. (โ€ฆ) En zo, hoewel beweging noch rust horen tot de essentie, beweegt ze zich toch mee met bewegende mensen, rust ze uit met hen die uitrusten en staat ze stil met hen die stilstaan, tegelijk en precies op hetzelfde moment.

We worden aangekeken, en de ogen zoeken naar wie we zijn, waar we wonen. Die blik klinkt als een vraag zonder woorden, als een roep.

Waar je ook bent, je wordt aangekeken.
(beeld: Bessi, Pixabay)

Het ene woord

Heb je geroepen? Hier ben ik, zegt Oosterhuis in taal aan de Bijbel ontleend. Hier ben ik: hineni, een veelzeggende Hebreeuwse uitdrukking. Het is het ene woord dat Abraham, Jacob, Mozes, Samuel en Jesaja antwoorden als God hen roept. Hier ben ik. Dat is niet meer en niet minder dan een echo van God zelf, van de Ene die zichzelf โ€˜Ik benโ€ noemt. Hier ben Ik, helemaal, Ik houd niets achter, Ik ben een en al aanwezigheid, dat is mijn essentie. Ik ben die Ik ben.

Het antwoord van de mens die geroepen wordt, is de weerklank van God zelf, de terugspiegeling van Gods eigen essentie. Zijn aanwezigheid roept onze aanwezigheid op. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ons hele bestaan niets anders is dan antwoord op de roep van God die zegt: wees er! en wij worden geboren. Die roep om er te zijn, om er echt en helemaal te zijn, klinkt in de blik waarmee God ons aankijkt โ€“ soms door de ogen van een baby.

Ik zou รฉรฉn woord willen spreken
dat waar en van mij is
dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
ik zou รฉรฉn woord willen spreken
dat rechtop staat als een mens die mij aankijkt en zegt
ik ben jouw zuiverste zelf,
vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben.

Heb je geroepen? Hier ben ik

Eรฉn woord โ€“ niet een heleboel woorden, maar dat รฉne, dat ene woord โ€˜dat het houdtโ€™. Dat verwijst naar hรฉt Woord, Woord van God dat mens werd en bij ons woonde, zoals het evangelie van Johannes vertelt. Christus, het ene woord dat God spreekt en dat de hele werkelijkheid van God en schepping omvat. Zoals we in de eucharistische liturgie zeggen: โ€˜Spreek slechts รฉรฉn woord, Heer, en ik zal gezond worden.โ€™

De dichter verlangt ernaar om dat ene woord uit te spreken, hij verlangt ernaar om zelf de uitdrukking van God te zijn zoals Jezus Christus dat is. Een Woord dat ons eigen zuiverste zelf is. โ€˜Niet ik, maar Christus leeft in mijโ€™, zoals Paulus dit omschrijft in zijn brief aan de Galaten. Christus is het mensgeworden Woord van God. Christus is de โ€˜Ik benโ€™, de belichaamde aanwezigheid van God. Dรกt โ€˜ik benโ€™ is wat de dichter wil uitspreken. Het is hetzelfde โ€˜hier ben ikโ€™ van Abraham, Mozes en Jesaja: Gods werkelijkheid die ons bewoont.

Zelf stil zijn

Maar hoe kunnen wij mensen, die โ€˜niet mooi zijn, die geen licht gevenโ€™ (Oosterhuis), zoโ€™n woord spreken? Is die hoop, die belofte niet te mooi om waar te zijn? Is die roep niet tevรฉรฉl waar, te werkelijk om te kunnen dragen?

Om dat ene Woord te kunnen spreken, moeten wij zelf stil zijn. Meester Eckhart, theoloog en filosoof uit de 13e eeuw, gebruikt een bijbelverhaal om dat uit te leggen. Jezus gaat de tempel van Jeruzalem binnen en verdrijft de kooplieden die daar handeldrijven. Die tempel, zo zegt Eckhart, dat is onze ziel en die kooplui zijn de mensen die leven alsof alles รฉรฉn grote ruil is: ze houden alleen van God als ze er wat voor terugkrijgen. Maar alles wat we kunnen, wat we hebben en wie we zijn, is een geschenk van God, dus dat is dwaasheid. Hun koopmansstemmen verhinderen dat God in ons tot spreken kan komen. Daarom zegt Jezus tegen hen: doe dit weg.

Wil Jezus echter het woord voeren in de ziel, dan moet zij alleen zijn en zelf zwijgen om Jezus te horen spreken. Welnu, Hij gaat dus naar binnen en begint te spreken. (โ€ฆ) Wat zegt de Heer Jezus? Hij zegt wat hij is. Wat is hij dan? Hij is een woord van de Vader. In ditzelfde woord spreekt de Vader zich uit en de hele goddelijke natuur en al wat God is. (โ€ฆ) In het spreken van het woord spreekt hij zichzelf en alle dingen uit in een ander persoon en geeft hem dezelfde natuur die hij zelf heeft.

Het ene woord waarnaar de dichter verlangt is niet anders dan God zelf, in Christus gegeven. Dat is het ene woord dat hij graag uit wil spreken. Maar om dat te kunnen doen, moet hij zelf zwijgen. Alle stemmen die klinken in ons innerlijk en om ons heen moeten zwijgen. Al onze redeneringen, onze vooronderstellingen, onze verwachtingen, ons besef dat we niet goed genoeg zijn, zelfs ons meest verheven geloof, dat alles moet stil zijn, wil Jezus kunnen spreken in de tempel van onze ziel.

Ons bestaan is antwoord op de roep van God

Pas als de tempel leeg is, als onze ziel leeg is, dan kan dat ene woord gezegd worden, dat Woord dat Christus zelf is. Hineni: hier ben ik. Onze ware natuur, ons zuiverste zelf spreekt zich uit als weerspiegeling van Gods aanwezigheid. Om werkelijk te kunnen spreken moet je zwijgen.

Zo welsprekend zwijgend als de blik van een baby die je aankijkt, open, ontvankelijk en helemaal aanwezig.

Ken je mij mij? Wie ben ik dan? Weet je mij beter dan ik?
Hier ben ik.

Marianne Vonkeman is emeritus predikant, redactielid van Herademing en beheert de website www.sporenvangod.nl.


Wellicht ook interessant

None

Preview: God. Naar een andere filosofie

We beginnen dus nu aan een boekje over denken over God, over de Naam. Goed, maar is dat nog wel nodig? Kan dat zelfs nog wel? Niet dat het taboe zou zijn, nee, merkwaardig genoeg loopt de boekenmarkt over van titels over God en godsdienst. Iedereen schrijft over God tegenwoordig. Sinds kort bestaat het prestigieuze Journal for Continental Philosophy of Religion (Brill). Dat betekent dat er in elk geval interesse wordt getoond in dat filosofische terrein. Theologen, natuurlijk, maar ook filosofen, wetenschappers, politici, kunstenaars en nog anderen kunnen er niet over zwijgen.

None

Nicea voor Nu; hoe een oude belijdenis ons vandaag kan helpen

Drie initiatiefnemers โ€“ Jelle Huismans, Margriet Westes en Arnold Smeets โ€“ hebben ervoor gezorgd dat 32 schrijvers samen 47 korte, puntige bijdragen schreven over de Geloofsbelijdenis van Nicea. Steeds namen de auteurs een paar woorden uit de belijdenis voor hun rekening, waarover zij twee ร  drie paginaโ€™s schreven. Dat maakt het tot een zeer toegankelijk boek. Met dank daarvoor: ik heb het met plezier gelezen en hier en daar zinnen onderstreept en smileys of kruisjes gezet bij uitspraken die mij boeiden of juist tegenstonden.

Basis

Boekrecensie Verblijven in de ziel van Esther Stoorvogel door Ludy Fabriek

Het boek Verblijven in de ziel van Esther Stoorvogel is een geweldige uitdaging om je innerlijke relatie met God als je hemelse Vader meer en meer te verdiepen. Het beeld van de ziel als een burcht met zeven verblijven spreekt heel erg tot de verbeelding. Zeker om de ontwikkeling van je geestelijke leven te zien als een reis door die verblijven op weg naar het hart van de burcht: de troonzaal. Het uiteindelijke doel van een kind van God is om zรณ dicht bij Hem te zijn, dat we volkomen รฉรฉn met Hem zijn. Vandaar dat de subtitel van het boek ook treffend gekozen is: De innerlijke reis naar het hart van God.

Nieuwe boeken