De nieuwe hemel: “En zij zullen God zien”
Marinus de Jong over het gelukzalige aanschouwen van God
Hoe kunnen we ons de hemel voorstellen? Wat betekent ‘eeuwig leven’? En waar blijft de schepping in het komende koninkrijk van God? Dr. Marinus de Jong grijpt terug op een vergeten beeld in de theologie: het gelukzalige aanschouwen van God. Ooit zullen wij God zien, staat in de Bijbel. Het is aan ons om dat vooruitzicht werkelijk toe te laten en onze verbeelding te durven richten op God zelf.
Als wij nadenken over de nieuwe hemel en aarde rijzen er allerlei vragen. Wat gaan we daar eigenlijk doen? Is het rusten of werken? Is het een feestmaal met belegen wijnen (Jesaja)? Is het paradise regained (John Milton)? Terug naar de tuin waar nu lam en leeuw vredig samenleven? Of denken we aan de stad met paarlen poorten en straten van goud (Openbaring)? Zullen we elkaar herkennen? Is er echt geen zee en geen zon meer? Of misschien denken we er eigenlijk wel heel weinig over na, uit een soort verlegenheid.
De theologische mode is al zo’n tweehonderd jaar om vooral te benadrukken dat het eeuwige leven hier en nu is. In de negentiende eeuw werd dan met veel bombarie de eeuwigheid helemaal afgeschaft. De nieuwe aarde moest dan wel door de mens zelf gebracht worden. Met alle problemen van dien. Vandaag de dag gaat het gelukkig een stuk subtieler, maar de neiging om de eeuwigheid het hier en nu in te trekken blijft.
Neem Tom Wright, een theoloog die ik overigens zeer waardeer. Niet ten onrechte zette hij zich af tegen het geloof als een ticket to heaven. Nee, het koninkrijk van God breekt nu al aan! En nog iets recenter en dichterbij: Stefan Paas. Het evangelie gaat over vrede, niet over het piëtistisch heilsdrama. Dat laatste is te subjectief en te verticaal. Met Paas en Wright heb ik geen grote moeite maar ik wil daar wel graag iets naast zetten.
Het gelukzalige aanschouwen van God
Welke theoloog uit het verleden ik ook opensla over het eeuwige leven. Kerkvaders als Augustinus en Gregorius van Nyssa. Middeleeuwers als Thomas van Aquino en Bonaventura. En niet te vergeten de grote dichter uit de Renaissance, Dante. Gereformeerden als Calvijn, Turretinus, Bavinck en Kuyper. Puriteinen als John Owen en Jonathan Edwards. Bij hen allemaal draait de nieuwe hemel en de nieuwe aarde om één ding.
En precies dat kom ik vandaag de dag nauwelijks meer tegen. Niet bij conservatieve Amerikaanse evangelicals als Michael Horton, niet bij onze eigen Christelijke Dogmatiek van Van den Brink en Van der Kooi. Hendrikus Berkhof neemt in zijn Christelijk Geloof nog de moeite zich er met drie zinnen van te distantiëren. Maar dat is het dan. Zelfs de belichaming van degelijk gereformeerd: Van Genderen en Velema, zijn op dit punt vernieuwers en breken met de traditie.
Waar heb ik het over? Ik heb het over het gelukzalige aanschouwen van God. Het zien van God. De afbeelding bij dit stuk is een tekening van Gustav Doré van Dante en Beatrice voor het empyreum, het aanschouwen van God. Dit is een episode uit het genoemde boek van Dante, De goddelijke komedie. Dat was eeuwenlang het hart van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. En vandaag de dag lijkt het wel vergeten. Terwijl juist langs deze weg ook ons leven hier en nu nadrukkelijk in beeld komt. Laat overigens duidelijk zijn: zoals bij alle spreken over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, dit is een beeld, een poging om iets te beschrijven wat we niet kunnen vatten.
Dit artikel gaat verder onder de afbeelding.

God aanschouwen in de Bijbel
De afwezigheid van het aanschouwen van God in veel hedendaagse theologie staat op gespannen voet met de Schrift. Openbaring 21-22 zet precies dit idee centraal in de schets van de nieuwe aarde. Het heet “Gods woonplaats onder de mensen” (21:3). Gods glorie zal schitteren in die stad (21:11). Er zal geen tempel meer zijn want God zelf is de tempel (21:22). Er is geen zon, want God zelf is de zon (21:23). En dan volgt in 22:4 de climax: “Zijn dienaren zullen hem vereren en hem met eigen ogen zien” (22:4).
Dit slothoofdstuk van de Bijbel resoneert in de gehele Schrift. Neem dit bekende gedeelte uit psalm 27:
Ik vraag aan de HEER één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de HEER
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de HEER te aanschouwen,
hem te ontmoeten in zijn tempel.
Denk aan Jezus zelf in de Bergrede: “Zalig zij die treuren want zij zullen God zien.” (Mat. 5) En steeds klinkt in het Oude Testament het refrein: de mens kan God niet zien want dan zal hij sterven. Het is het diepste verlangen, maar het kan niet. Mozes verlangt ernaar God te zien, maar het zijn slechts fracties van Gods achterkant. Laat ons de Vader zien, meer verlangen we niet, zeggen de leerlingen tegen Jezus (Joh. 14:8). Wij wandelen in geloof, schrijft Paulus in 1 Kor 5:7, en niet in aanschouwen. En dan dat bekende en geliefde gedeelte uit 1 Kor 13:
Nu zien we nog maar een afspiegeling, een raadselachtig beeld, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.
De Schrift ademt het verlangen naar het zien van God, het is ervan doordrenkt. Als Christus verschijnt, wordt dit verlangen aangewakkerd en ook hij hint er steeds op. En het grote visioen van het einde van het boek Openbaring mondt uit in deze climax: “en zij zullen God zien.”
De Schrift ademt het verlangen naar het zien van God
Het eeuwige leven: een theologische denkoefening
Maar wat betekent dit en waarom boeit het? Om allerlei redenen wordt er door moderne theologen schamper over gedaan. Berkhof vindt het platoons en bovendien individualistisch, consumptief, verticaal en passief. Recent nog schamperde een Oosters-orthodoxe theoloog op een vraag van mij na een lezing: het eeuwige leven is toch geen eternal binge watch. Van Genderen en Velema vrezen, net als Klaas Schilder, dat het onderscheid tussen God en mens hiermee vervaagt. Karl Barth vindt het – hoe kan het ook anders – veel te weinig christocentrisch: waar is Christus in dit verhaal?
Voorzover ik dat nu kan overzien doen al deze eminente denkers geen recht aan wat het gelukzalige aanschouwen betekent, al stellen zij terechte vragen die verdere doordenking nodig hebben. Dit huiswerk is recent opgepakt door de Canadees-Nederlandse theoloog Hans Boersma in zijn boek Seeing God: The Beatific Vision in the Christian Tradition (2019).
Het idee van dit aanschouwen is namelijk dat het aansluit op wie wij als mensen ten diepste zijn. Om dat goed in beeld te krijgen moeten we even een kleine theologische denkoefening doen zoals dat in de traditie vaak gebeurde.
Toen Adam en Eva wandelden in de tuin voor de zondeval, toen waren zij zonder zonde, maar zij waren nog niet volmaakt. Ook toen al waren zij aangelegd op het gelukzalige aanschouwen van God. Zeker, zij wandelden met God, maar ook zij zagen hem niet zoals dat ooit zou zijn. Ook voor hen was er nog een stap te maken, naar God toe. Het simpele feit dat zij nog konden zondigen wijst daar al op. De slang was in de tuin!
De nieuwe aarde en het eeuwige leven is dan niet slechts iets wat het probleem van de zonde fixt. Nee, het is een volgend stadium van Gods schepping en van zijn plan. Deze manier van kijken verklaart waarom het in de Bijbel zo vaak gaat over hoe anders het daar zal zijn. Het gaat over een nieuw Jeruzalem, over dat alles door het vuur zal gaan, dat wij zullen zijn als engelen in de hemel (Jezus). Dat is dus geen plan B. Dat is het enige plan. In de theologie wordt dit tegenwoordig vaak aangeduid als consummation anyway: hoe dan ook voltooiing.
Ons diepste verlangen
De belangrijkste conclusie is dat het zien van God niet maar een soort bingewatchen is, of een passief en consumptief gebeuren. Dat is allemaal veel te veel gedacht vanuit deze werkelijkheid. Nee, het is de vervulling van ons diepste verlangen. Van het diepe gat in onze ziel. Van onze constante honger en dorst. Naar eten en drinken. Maar ook naar vervulling, naar waardering, naar liefde en naar geluk. Het is de rust van wat ons constant opjaagt. Het is het geluk dat ons ongeluk beantwoordt. Door de zondeval is dat wel verergerd en verdiept, maar dit verlangen was er al.
Dit is een verlangen dat in de schepping is gelegd, dat bij ons menszijn hoort. Dat is psalm 42 die begint bij dorst en uitloopt op het aanschouwen van God. Daar wordt onze dorst gelest.
Zoals een hinde smacht
naar stromend water,
zo smacht mijn ziel
naar u, o God.
Mijn ziel dorst naar God,
naar de levende God,
wanneer mag ik nader komen
en Gods gelaat aanschouwen?
Dit is wat Jezus bedoelt als hij zegt: “Ik ben het brood des levens” (Joh. 6) en “Ik ben het levende water. Kom naar mij en je zult nooit meer dorst hebben” (Joh 4).
Geef mij dat water, Heer! reageert de Samaritaanse vrouw.
Gregorius van Nyssa zegt het zo:
‘U bent waarlijk mooi, niet alleen maar mooi,
Maar de essentie van schoonheid zelf.
die bestaat voor altijd
en die op elk moment is wat U bent
niet in bloesem op het ene moment
en uitgebloeid op het andere moment
Maar de pracht van de lente uitgerekt in Uw eeuwig leven
U die de liefde bent.’
Ieder voorjaar worden wij weer verrast door de magnolia in bloei, door het smetteloze en stralende wit van kersen- en appelbloesems. Het gevoel van geluk dat je wilt vastklampen, maar waarvan je weet dat het weer verglijdt. Die magnolia, maar dan voor eeuwig. Als vreugde die je steeds weer als nieuw toevalt. Dat is het gelukzalige aanschouwen van God.
Die magnolia, maar dan voor eeuwig
De nieuwe aarde
Is het dan niet individueel of verticaal zoals Berkhof zegt? En waar is de schepping in dit verhaal? Bij de grote twaalfde-eeuwse theoloog Thomas van Aquino zou je dat kunnen zeggen. Daar verdwijnt de hele flora en fauna in het vuur. Laat de ecologische theologen het niet horen. Laat Berkhof nu net alleen naar Thomas verwijzen. Thomas wijst het fysieke zien van God af, maar door anderen is dat juist benadrukt. Wij zien God ook met ons lichaam (hoe precies is onderwerp van gesprek) en wij geloven in de opstanding van het lichaam, ten slotte.
De gereformeerde theoloog Abraham Kuyper is hier behulpzaam. Hij wijst op het beeld dat de mensen als koningen zullen regeren. Voor Kuyper wijst dat op een sociaal leven en op een vernieuwde wereld. Met planten en met dieren. Net als dat er vroeger dinosaurussen waren en nu niet meer, kunnen we een nog veel grotere sprong verwachten, maar wel herkenbaar als planten en dieren. Denk ook aan de cherubs voor Gods troon. Dat is een fysiek wezen, maar wel heel anders dan wij kennen. De hele kosmos vervult in het gelukzalige aanschouwen van God.
Een andere gereformeerde denker, Klaas Schilder doet het nog weer anders, maar ook daar krijgt de geschiedenis een plek. Aan de bruiloft van het Lam in Openbaring staat het Lam dat geslacht is, betoogt Schilder. Daarmee is de geschiedenis aanwezig. Het lam is geslacht, dat is het kruis. Het kruis staat daarmee symbool voor de geschiedenis van deze wereld. Zelfs het lijden van de wereld is daarmee indirect aanwezig.
Wij zien de geschiedenis en elkaar in God, in zijn blik. Dat is ook het kennen zoals we gekend zijn. Zo zien we de geschiedenis en ook elkaar helemaal tot hun recht komen. We zien dat alles en elkaar zoals God ons ziet. De kracht van het gelukzalig aanschouwen als kern van het eeuwige leven is dat het ons dwingt om echt vanuit God te denken, vanuit zijn glorie. En tegelijk is het volop antropologie, want wij zijn door God gemaakt en hierop aangelegd.
Dit denken helpt tot slot ook met de vragen waarmee ik begon. Is de nieuwe aarde nu activiteit of rust? Ik denk een overstijgen van beide in de diepe vreugde, liefde en het aanschouwen van God zelf. Saai psalmen zingen is een veel te aardse voorstelling. Net als het bingewatchen. Er is geen ‘saai’ als je God mag zien. In het bijbelse spreken is er wel het beeld van een eeuwige Sabbat (Hebreeën). Volgens Schilder betekent dat een einde van de tijd zoals wij die kennen.
Zullen we elkaar herkennen op de nieuwe aarde? De gereformeerde theoloog Turretinus uit de zeventiende eeuw zegt daarop: ja, maar wel anders dan nu. Want, zo zegt hij, alle oude affecten zijn verzwolgen in het zien van God. Drie eeuwen later zegt Klaas Schilder iets soortgelijks. We zullen elkaar erkennen in plaats van herkennen. Het zal een getransformeerd, nog dieper kennen zijn omdat we zien in het licht van God. De nieuwe aarde kan geen familiefeestje zijn, want iedereen is evenveel gekend door God. De eenzamen van deze aarde zullen daar niet meer eenzaam zijn, dus ons kennen moet worden vernieuwd.
Zullen we elkaar herkennen op de nieuwe aarde?
Gods perspectief
Bij wijze van conclusie, als we het zien van God centraal stellen in onze voorstelling van het eeuwige leven, dan dwingt dat ons om echt theo-logisch over het eeuwige leven te denken. Het richt onze verbeelding op God zelf. Dat helpt om te zien dat het ons voorstellingsvermogen te boven gaat en ons diepste verlangen zal vervullen. De vele vragen die we erover hebben komen daarmee ook in het juiste perspectief te staan.
En bovenal voedt dit ons verlangen naar de eeuwigheid, naar God zelf en in dat opzicht begint de eeuwigheid nu al. Ik eindig met een gebed van Bonaventura, middeleeuws theoloog, die juist daarom bidt:
Doordring, o allerheerlijkste Heer Jezus, mijn hele ziel met de vreugdevolle en heilzame wond van Uw liefde,
en met ware, kalme en heilige en apostolische naastenliefde,
opdat mijn ziel steeds mag uitzien en smelten van verlangen en liefde voor U, mag hunkeren naar U en Uw woning,
mag verlangen om te versmelten en bij U te zijn.
Schenk dat mijn ziel mag hunkeren naar U, het Brood der Engelen, de verkwikking voor heilige zielen, ons dagelijks en bovennatuurlijk brood, dat alle zoetheid en alle heerlijke smaken in zich draagt.
Moge mijn hart steeds hunkeren naar en zich voeden met U,
wie de engelen verlangen te zien, en moge mijn diepste ziel vervuld zijn met uw zoete smaak;
moge zij steeds dorsten naar U, de bron des levens, de bron van wijsheid en kennis, de bron van het eeuwige licht, de stroom van genot, de volheid van Gods huis;
moge mijn ziel U steeds omvatten, U zoeken, U vinden, naar U toe rennen, tot U komen, over U mediteren, van U spreken, en alles doen tot lof en glorie van Uw naam,
met ootmoed en voorzichtigheid,
met liefde en vreugde,
met gemak en genegenheid,
met volharding tot het einde;
en wees Gij alleen steeds mijn hoop,
mijn volle vertrouwen, mijn rijkdom,
mijn vreugde, mijn rust en vrede,
mijn zoetheid, mijn voedsel, mijn verkwikking,
mijn toevlucht, mijn hulp, mijn wijsheid, mijn deel,
mijn bezit, mijn schat;
moge mijn geest en mijn hart steeds vast en onwrikbaar gegrondvest en geworteld zijn in U.
Amen.

Dr. Marinus de Jong is universitair hoofddocent systematische theologie aan de Theologische Universiteit Utrecht.
Meer lezen over het hiernamaals? Bestel deze boeken:
In Wat er na dit leven komt neemt Daniël de Waele lezers mee in een fascinerende cultuurgeschiedenis over hoe ideeën over het hiernamaals zich in de westerse wereld ontwikkelden. Al eeuwenlang zoeken mensen naar een antwoord op de vraag: wat gebeurt er na de dood? Maar tot één overtuiging is het nooit gekomen. Daniël de Waele vertrekt vanuit het oude Egypte en neemt lezers mee langs hemelse vergezichten, schimmige oorden en wonderlijke voorstellingen. Hemel en hel krijgen een heropleving, mede door de verhalen van mensen met een bijna-doodervaring. Wat er na dit leven komt is een boek waarin hoop, angst en verbeelding samenkomen.
In Inferno deelt Theoloog der Nederlanden Arnold Huijgen zijn prikkelende onderzoek naar de verschillende visies op de hel. Hoewel we er liever niet over spreken, raakt het thema van de hel aan de kern van het christelijk geloof. Arnold Huijgen neemt ons in dit boek mee in een spannende zoektocht langs bijbelse bronnen, eeuwen van theologisch denken en menselijke ervaringen van schuld en gebrokenheid. Met Christus’ nederdaling in de hel als uitgangspunt ontwikkelt hij een nieuwe visie, die confronteert en hoop biedt. Daarmee vormt Inferno een fundamentele herijking van het gesprek over de hel in onze tijd.
In Het einde van de hel pleit theoloog Reinier Sonneveld voor een tijdelijke, open hel. Hij tart de overtuiging dat er niets na de dood is en beroept zich daarbij op recente wetenschappelijke inzichten over bijna-doodervaringen. Daarnaast keert hij zich tegen de leer van een eeuwige hel. Hij laat dit idee steunen op oude christelijke bronnen. Hiermee maakt hij ruimte voor een toekomst waarin iedereen uiteindelijk zal voortleven en biedt soelaas aan diegenen die door de leer van de eeuwige hel zijn beschadigd.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast.
Word lid van Theologie.nl
Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand.


