Preview: Zoekruimte
Lees een fragment uit het boek Zoekruimte van Philip Troost
Hebben we nog iets aan het onderscheid tussen ‘orthodox’ en ‘vrijzinnig’? Nee, stelt Philip Troost in zijn nieuwe boek Zoekruimte. Vanuit de orthodoxe hoek van het christendom waar hij deel vanuit maakt, is Troost een persoonlijke zoektocht aangegaan naar een nieuwe manier van geloven. Wel orthodox, maar niet fundamentalistisch. Wel vrij, maar niet vrijzinnig. Lees hieronder het voorwoord uit Zoekruimte.
Al een paar jaar ben ik ‘zwanger’ van dit boek. Ik schoof het schrijven ervan voor me uit, niet alleen vanwege drukte met andere zaken, maar ook omdat er een stemmetje in mij klonk dat zei dat waarschijnlijk niemand op dit verhaal zit te wachten. De meeste van mijn medechristenen zijn óf dit station al decennia geleden gepasseerd óf ze voelen zich prima in hun waarheidsbeelden en geloofsovertuigingen zodat ze geen enkele behoefte hebben aan iemand die daaraan gaat zitten morrelen. En voor niet-christenen is het helemaal een ver-van-mijn-bedshow, een christen die probeert los te komen van traditionele geloofsbeelden en nieuwe wegen zoekt om christen te zijn. Toch moest de bevalling ervan komen, zoals dat gaat met zwangerschappen. Sowieso om dingen voor mezelf helder te krijgen. De afgelopen jaren is er van alles gaan schuiven in mijn geloofsbeelden over God, waarheid, Bijbel en kerk. Ik heb allerlei eigentijdse theologie gelezen om me te heroriënteren op wat en hoe ik nu eigenlijk christen kon en wilde zijn. Of misschien is het wel andersom, dat mijn heroriëntatie is ontstaan door het lezen van theologen die mijn vertrouwde kaders openbraken. Zij lieten mij kennismaken met een vrije en creatieve manier van onderweg zijn met God. Jaren dus van verwarring.
De oude vertrouwde vanzelfsprekendheden en zekerheden bleken minder houdbaar dan ik altijd had gedacht. En een nieuwe weg van geloven kon ik niet zomaar vinden, of misschien moet ik zeggen: durfde ik niet zomaar in te slaan.
Een nieuwe weg van geloven kon ik niet zomaar vinden
Helderheid scheppen
Ondertussen bevond en bevind ik mezelf nog steeds binnen wat heet de orthodoxe hoek van het christendom en niets in mij heeft de drang om die de rug toe te keren. Zondags verkondig ik nog altijd met veel overtuiging en passie de bijbelse boodschap. Pure vrijzinnigheid waarbij de Bijbel enkel een mensenboek is en het christendom afvlakt tot niet meer dan een positieve humaniteit in een spirituele sfeer, dat kan mij niet boeien. Wat er ook allemaal schuift in mijn geloofsleven, niet de heilige overtuiging dat de God van de Bijbel ook vandaag nog de levende God is. En dat de grondlegger van het christendom, Jezus van Nazareth, niet minder is dan de goddelijke hand die mij wordt toegestoken. Het verhaal van Jezus biedt mij een levensreddende mogelijkheid: ik hoef niet definitief ten onder te gaan op de dodelijke weg van mijn kleinmenselijke zelfredzaamheid. Maar wie die God van de Bijbel is, en waarover de dood en opstanding van Jezus nu eigenlijk gaan, en wat een woord als ‘bijbelgetrouw’ betekent, en hoe ‘kerk’ eruit moet zien, kortom, wat geloven op een christelijke manier nu eigenlijk is, daarover was ik dus in de war geraakt. Overigens zonder dat ik voelde dat mijn geloofsverbondenheid met God zelf ook maar op enig moment in het geding was. Sterker nog: te midden van de verwarring voelde en voelt mijn geloof meer levend en dieper dan ooit. Dé reden waarom ik dit boek in elk geval gewoon moest schrijven, was om vanuit de verwarring te proberen helderheid te scheppen voor mezelf. Gedachten te ordenen, een lijn te ontdekken, een richting te vinden. Voor mezelf dus, en daar had ik het bij kunnen laten. Toch voel ik de drang om mijn schrijfsels in de wereld te zetten, en dan met name de christelijke wereld. Omdat de ‘oude’ manieren van orthodox zijn, of juist vrijzinnig, mijns inziens inderdaad verouderd zijn. Orthodox tegenover vrijzinnig heeft decennialang gefungeerd als een helder onderscheid. De orthodoxen verschansten zich in hun bijbelse waarheid die ze klip-en-klaar voor ogen hadden. Als reactie op een benauwde kerkelijke sfeer en leer waarin die waarheid bewaakt werd, ging er in de vrijzinnige hoek zoveel op de helling, dat er vaak alleen nog menselijke ervaring en projectie overbleef: ‘Alles over boven komt van beneden.’ Een transcendente God die van buitenaf de mens komt storen, redden en bewonen, raakte uit beeld.
Een transcendente God die van buitenaf de mens komt storen, redden en bewonen raakte uit beeld
Nu, in de twintiger jaren van de 21e eeuw, is de tegenstelling orthodox-vrijzinnig een versimpeling die geen recht meer doet aan de praktijk van een zoekend christendom. Veel orthodoxe christenen voelen zich steeds minder happy in een bunker-kerk die onder de vlag van bijbelgetrouw de waarheid in pacht heeft. En veel christenen die je vanuit de oude labels vrijzinnig zou noemen, zoeken een spiritualiteit die meer biedt dan een sec horizontaal en humanistisch verhaal. Ook al wordt dat verhaal gehuld in het vertrouwde taalkleed van de bijbelse verhalen en beelden, het spirituele verlangen zoekt juist naar wat boven het horizontaal menselijke uitgaat. Bovendien maken de beide verouderde manieren van kerk-zijn het christendom weinig boeiend of aantrekkelijk voor niet-christenen. Zo is mijn indruk. Hierbij speelt ook mee dat we ons inmiddels bevinden in de nadagen van het postmodernisme. Na de postmoderne afrekening met grote verhalen en stellige waarheden, zie je nu bij jongere generaties weer de behoefte aan een groot verhaal. Velen zijn door alle relativisme, individualisme en vervaging van grenzen zo verloren geraakt dat er nu weer een wal in zicht komt die dit postmoderne schip lijkt te gaan keren. Er komt weer meer behoefte aan houvast, zekerheid en richting. Voor het christendom een momentum in de tijdsgeest om zichzelf weer op de kaart te zetten. Voor het eerst komen er nu generaties aan die niet zijn opgevoed door ouders die gefrustreerd of verward de deur van de kerk of van het christelijk geloof achter zich dicht deden. Wellicht biedt de onbevangen nieuwsgierigheid en zoektocht van komende generaties nieuwe kansen voor het evangelie van Jezus Christus. Maar dan zullen we de oude moderne houding die de waarheid in pacht heeft en God in de broekzak, moeten loslaten. En tegelijk het grote verhaal van het evangelie weer heroveren op het postmoderne relativisme, dat van de christelijke boodschap niet veel meer overhield dan een horizontaal verhaal over licht en liefde. Dus weg uit het dilemma orthodox-vrijzinnig. De oude tegenstelling tussen orthodox en vrijzinnig werkt niet meer, niet alleen vanwege de culturele tijdsspanne waarin we ons nu bevinden, maar ook om geloofsinhoudelijke reden. Want zowel aan orthodoxe als aan vrijzinnige zijde werd een spanning opgelost die nu juist niet opgelost moet worden. De orthodoxen lieten het goddelijke aspect ten koste gaan van het menselijke, en de vrijzinnigen deden precies het omgekeerde. Schermen met ‘God zegt het’ slaat het geloof dood, en schermen met ‘het is allemaal maar menselijke verbeelding en projectie’ doet dat evengoed. In dit boek zoek ik een weg die deze spanning probeert te laten bestaan. Ik wil recht doen aan de menselijke pool in de christelijke spiritualiteit, meer dan mij werd meegegeven in mijn orthodoxe geloofsopvoeding en theologieopleiding. En tegelijk zoek ik een God die meer is dan mijn projectie. Een transcendente God die van buitenaf op mij toekomt, een God dus die door de vrijzinnige afslag de afgelopen decennia voor velen buiten beeld is geraakt. Ik schreef dit boek dus allereerst voor mezelf, om mijn plek tussen mijn geloofsgenoten terug te vinden en te herformuleren. Om me te kunnen blijven verbinden met mijn orthodoxe geloofsgenoten die net als ik geloven dat de verzoening met God door Jezus Christus de dragende grond onder hun leven is.
De oude tegenstelling tussen orthodox en vrijzinnig werkt niet meer
Oprechte godzoekers
En tegelijk wil ik me meer kunnen verbinden met medechristenen die al veel eerder dan ik hun eerlijke vragen hebben toegelaten, maar met het afstand nemen van de christelijke religie zoals dat in de kerk vorm kreeg, ook hun christelijke spiritualiteit zijn kwijtgeraakt. Ik hoop op een manier van christen-zijn die het dilemma orthodox-vrijzinnig ontstijgt, zodat oprechte godzoekers elkaar weer weten te vinden en bruggen gaan bouwen. Een manier die wel orthodox is, maar niet fundamentalistisch. En wel vrij, maar niet vrijzinnig. In tweede instantie schrijf ik dus voor mijn medegelovigen, waar ook zij zich binnen de christelijke scene bevinden. Ik hoop dat ze mijn zoektocht kunnen meemaken en op een of andere manier met me mee willen reizen. Uiteindelijk hoop ik dat een manier die én orthodox is én vrije ruimte ademt, het ook voor niet-christenen weer bereikbaarder en aantrekkelijker maakt om de bijbelse boodschap te overwegen.
Ik heb ervoor gekozen zo weinig mogelijk noten op te nemen. Hooguit om te verwijzen naar de theologische terminologie of thematiek die op de achtergrond aan de orde is. Dit om het theologische jargon zoveel mogelijk uit de tekst te houden, zodat het boek leesbaar en toegankelijk blijft voor niet-theologen. Die kunnen de eindnoten achter in het boek negeren. Maar ik ga niet bij elke gedachte die ik elders heb opgepikt, in een voetnoot zeggen bij wie en waar ik dat gevonden heb. Ik zou haast zeggen: daar is geen beginnen aan, want er staat niets in dit boek dat ik zelf heb bedacht. Zo oorspronkelijk ben ik dus niet. De bronnen waaruit ik geput heb staan achterin vermeld. Mijn bijdrage is al die vondsten en gedachten met elkaar te verbinden tot een verhaal dat hoop ik tot de verbeelding spreekt en herkenning oproept. Eén auteur wil ik hier bij name noemen omdat ik aan hem wel erg schatplichtig ben: de Tsjechische priester Tomáš Halík. Ik kan wel zeggen dat hij de denker is die me de afgelopen jaren het sterkst geïnspireerd heeft en mij breder en dieper heeft leren kijken naar wat geloof, kerk en christendom nodig hebben, willen zij voorbereid zijn op de toekomst. Dit boek is voor een aanzienlijk deel een persoonlijke verwerking van de lijnen die Halík in zijn oeuvre uitzet. Het is bewust geen dikke pil geworden. Veel nuance en uitwerking laat ik achterwege om in korte heldere lijnen de route die ik zie te schetsen. Als karakterisering van de geloofshouding die mij hierbij voor ogen staat heb ik de metafoor van het reizen gekozen. Dit beeld raakt precies het punt dat ik wil maken met dit boek: in de zoektocht naar God gaat het altijd weer verder.
In de zoektocht naar God gaat het altijd weer verder
God is zo ongrijpbaar en het geheim van zijn liefde en waarheid is zo diep, dat de gelovige altijd weer nieuwe ontdekkingen doet. Als hij erop uit is steeds verder binnen te dringen in dat goddelijke geheim, zal zijn geloofsbegrip tot nu toe steeds weer worden ontzekerd en bijgesteld. In deze zin is geloof echt een avontuur. Je laat steeds weer vertrouwde beelden en overtuigingen los om volgende stappen te zetten op je geloofsreis. Dat is opwindend, maar ook spannend. Deze dubbelheid hoort nu eenmaal bij avontuur. Maar zo’n reizende manier van geloven verdiept en verrijkt je geloof wel. Want het leert je allerlei ‘houvasten’ los te laten om steeds meer maar één houvast over te houden: God zelf.

Philip Troost werkte als predikant, docent en therapeut. Sinds zijn pensioen maakt hij met zijn vrouw deel uit van een woongemeenschap op een missionaire pioniersplek in Friesland. Van hem verschenen verschillende bestsellers, waaronder Open lijnen, Mindful met Jezus en Energie van de Geest.
Wil je Zoekruimte bestellen?
In Zoekruimte beschrijft psychotherapeut en pastoraal werker Philip Troost zijn geloofsreis langs klassieke christelijke dogma’s en vrijzinnigheid. Hij weet zich een betrokken en gepassioneerd christen, maar zoekt ook ruimte om geloof en traditie opnieuw te doordenken. Het boek biedt houvast voor christenen die zich niet meer herkennen in vaste geloofsopvattingen, maar die, gedreven door hun geloof, zoeken naar een nieuw en eigentijds begrip ervan.
