Het aardige doosje
Er was eens een meisje dat graag juffrouw op school wilde worden. Ze had een mooie voornaam: Caroline. Maar haar achternaam was een beetje minder mooi: Knoet. Maar het geeft […]
Er was eens een meisje dat graag juffrouw op school wilde worden. Ze had een mooie voornaam: Caroline. Maar haar achternaam was een beetje minder mooi: Knoet. Maar het geeft […]
Betsie was de dochter van Frans en Monica Laterveer. Daarom zeiden de mensen in het dorp: ‘Ze is er een van Laterveer.’ Als er een vreemdeling in het dorp kwam, […]
Er was eens een mannetje. En als ik zeg ‘mannetje’, dan bedoel ik dus een klein mannetje. Hij was zo klein dat hij tegen alles opzag. Hij was overal bang […]
Er was eens een koning die een snor had. Dat was bijzonder. Maar nog bijzonderder was dat hij nogal bescheiden was. Hoe ik dat weet? Omdat hij nooit op zijn […]
De dieren uit het bos stonden allemaal bij het bruggetje over de beek. De mol kroop uit zijn molshoop omhoog en de karper kwam boven water. Midden op het bruggetje […]
Er was eens een koning met een bordje. Dat bordje stond in de paleistuin. Er stond op geschreven: ‘Hier woont een echte koning’. Dat vond die koning namelijk, dat ‘ie […]
Kwibus had lange tenen. Hij had geen gewone lange tenen maar hele lange tenen. In het hele land had niemand zulke lange tenen als hij. Behalve Hendrika, haar tenen waren […]
Als Guus, Gijsbert en Godebald nadachten, dan kraakten hun hersens. Ze kraakten zo luid dat mens en dier wakker werden. Ook de koning kreeg er pijn in zijn oren van. […]
Vader schaap had een lieve vrouw en een grappig lammetje dat Brammetje heette. Toch was vader schaap niet tevreden en daarom speelde hij in de loterij. Op een goede dag […]