Menu

None

Kracht

Er was eens een mannetje. En als ik zeg ‘mannetje’, dan bedoel ik dus een klein mannetje. Hij was zo klein dat hij tegen alles opzag. Hij was overal bang voor. Als hij krentenbollen wilde gaan kopen bij bakker Van den Berg om de hoek, dan zag hij daar als een berg tegenop. Niet omdat die bakker Van den Berg heette, maar omdat hij bang was om ver van huis te gaan. De voordeur vond hij al ver genoeg.

Op een nacht droomde het kleine mannetje over kracht. Hij zou sterker willen worden om minder bang te zijn. Hij zocht in zichzelf naar kracht, maar het was binnen in hem akelig leeg. Waar kon hij kracht vinden? Al dromend liep hij het oerwoud in en kwam een leeuw tegen. ‘Leeuw, waarin zit jouw kracht?’ vroeg het mannetje. De leeuw lachte naar hem en liet zijn spierballen zien. ‘Hier zit mijn kracht, in mijn spieren… die jij niet hebt.’

Het mannetje liep verder door het oerwoud en kwam bij een rivier. Daar lag een krokodil zoals altijd gemeen te kijken. ‘Krokodil, waarin zit jouw kracht?’ vroeg het mannetje. De krokodil lachte naar hem en liet zijn grote tanden zien. ‘Hier zit mijn kracht, in mijn grote tanden… die jij niet hebt.’

Het mannetje liep nog verder het oerwoud in en struikelde over een gevaarlijk sissende slang. ‘Slang, waarin zit jouw kracht?’ vroeg het mannetje. De slang lachte naar hem en liet zijn giftanden zien. ‘Hier zit mijn kracht, in mijn giftanden… die jij niet hebt.’

Zo ging het mannetje verder door het oerwoud. Hij vroeg de aap, de olifant, het hangbuikzwijn, de kangoeroe en de kameel naar hun kracht. Nu wonen de kangoeroe en de kameel niet in het oerwoud, maar het mannetje vroeg het toch. Allemaal lachten ze naar hem. En allemaal hadden ze iets wat het mannetjes niet had.

Uiteindelijk kwam het mannetje bij de luiaard. Die hing maar wat te hangen en had alle tijd om na te denken. ‘Luiaard, hoe kom ik toch aan kracht?’ vroeg het mannetje. De luiaard peinsde eens en zei: ‘Is jou niets opgevallen?’ Het mannetje keek hem verbaasd aan. ‘Is het jou niet opgevallen dat de leeuw je niet opat maar naar je lachte, dat de krokodil je niet opat maar naar je lachte, dat de slang je niet beet maar naar je lachte? Evenals de aap, de olifant, het hangbuikzwijn, de kangoeroe en de kameel? Allemaal lachten ze naar je! En weet je hoe dat komt? Doordat je vriendelijke ogen hebt. Je kijkt iedereen vriendelijk aan. Jij hoeft nergens bang voor te zijn, want in jouw ogen ligt jouw kracht’ Het mannetje zei: ‘Maar ik heb nooit gezien dat ik vriendelijke ogen heb.’ ‘Nogal wiedes’ ze de luiaard, ‘je eigen ogen kun je ook niet zien. Daarom zeg ik het jou. Ogen vol vriendelijkheid, niets sterkers dan dat!’

Het mannetje werd wakker en was zo blij dat het meteen krentenbollen ging kopen bij bakker Van de Berg.

Bron: klik hier

Wellicht ook interessant

Nathan en Rozamaryn
Nathan en Rozamaryn
Basis

De scheuren van het mens-zijn

Gen Z lijkt meer interesse te hebben in religie, klopt aan bij kerken en staat open voor zingevingsvragen. Hun mentale gezondheid gaat achteruit door prestatiedruk, sociale media, oorlogsdreiging, klimaatcrisis en woningnood. Stevige uitspraken. Maar wat is het perspectief van de jongeren zelf? Hoe ervaren zij de aan hen toegeschreven ‘zoektocht naar zin’? Nathan en Rozamaryn, de Jonge Theologen der Nederlanden, schrijven elke maand een column over wat hun eigen generatie beweegt. Deze maand de column van Rozamaryn over ‘in relatie leven’.

De geïnterviewde, Saskia van den Kieboom, zit op een bankje onder een boom, dichtbij een kerkgebouw en kijkt lachend de camera in.
De geïnterviewde, Saskia van den Kieboom, zit op een bankje onder een boom, dichtbij een kerkgebouw en kijkt lachend de camera in.
Basis

“Je bent een parel in Gods hand”

Wat in Nederland nog toekomstmuziek lijkt, is in Vlaanderen al enkele jaren realiteit: elk bisdom heeft er een eigen aanspreekpunt ‘Homoseksualiteit en Geloof’. Het initiatief kwam in 2022 van de Vlaamse bisschoppen, als onderdeel van hun streven naar een gastvrije kerk waarin niemand wordt uitgesloten. Maar hoeveel ruimte is er werkelijk voor LHBTQI+ gelovigen binnen de katholieke kerk? Met welke vragen en worstelingen kloppen zij aan? Hoe verhoudt de pastorale praktijk zich tot de officiële kerkleer, en wat gebeurt er wanneer die twee botsen? Kelly Keasberry sprak met Saskia van den Kieboom.

Nieuwe boeken