Menu

None

Een echte koning

Er was eens een koning met een bordje. Dat bordje stond in de paleistuin. Er stond op geschreven: ‘Hier woont een echte koning’. Dat vond die koning namelijk, dat ‘ie een echte koning was. Nu was er iets eigenaardigs met deze koning. Hij kon geen gewone mensen zien. Was hij dan blind? Nee hoor. Moest hij een bril hebben? Nee hoor. Hij kon geen gewone mensen zien omdat hij ze niet wilde zien.

Als hij zich af en toe liet toejuichen, dan ging hij op een balkon staan. Dat balkon was net laag genoeg was om de toejuichingen te kunnen horen, maar net hoog genoeg om over de mensen heen te kunnen kijken. Als hij af en toe bezoek kreeg, dan deed hij de deur maar op een klein kiertje open. Dat kiertje was net groot genoeg om de mensen te kunnen horen, maar net klein genoeg om ze niet te hoeven zien. Als hij eens ging wandelen in de paleistuin, dan deed hij een zonnebril op. Die zonnebril was net licht genoeg om zijn bloemen te kunnen zien en net donker genoeg om de mensen in de verte achter het paleishek niet te zien.

Waarom de koning geen gewone mensen wilde zien? Nou, hij vond ze veel te gewoon. Dat paste niet bij een echte koning. Er waren mensen die door hun werk soms vieze handen hadden, zoals automonteurs en tuinmannen, en hij was bang dat ze hem vuil zouden maken. Dat paste niet bij een echte koning. Er waren mensen die omgingen met zieke mensen, zoals verpleegsters en verzorgsters, en hij was bang dat ze hem zouden besmetten met de griep. Dat paste niet bij een echte koning. En er waren verhalenvertellers met allemaal verhaaltjes en hij was bang dat die verhaaltjes niet echt waren. Die pasten ook niet bij een echte koning.

Op een dag zei de koningin: je moet nu toch eens je nieuwe koets uitproberen. Hij staat al drie maanden in de garage en je bent er nog nooit mee uit rijden geweest. De koning antwoordde dat hij geen zin had met zijn koets uit rijden te gaan. Dan moest hij door de straten van gewone mensen en, dat weten we nu inmiddels wel, dat paste niet bij een echte koning. Maar de koningin was een echte koningin en zei dat het moest. Tja, toen moest hij wel.

De koning had geen zin gewone mensen te zien en daarom besloot hij heel hard te rijden. Zo hard dat hij niemand hoefde te zien. Zo hard… dat de koets over de kop schoot. De koning vloog uit de koets en belandde op de grond, in een modderplas om precies te zijn. Nu woonde er op de plek van het ongeluk een gewone man. Hij zag de koning met zijn vuile kleren en zijn vuile kroon uit de modderplas opkrabbelen. Hij gaf hem schone kleren. Een schone kroon had hij niet. Een nieuwe koets ook niet. De koning moest dus naar zijn paleis teruglopen.

De mensen riepen: ‘Kijk, daar is onze koning. En kijk, hij heeft gewone kleren aan, net als wij. En hij rijdt niet in een koets maar loopt, net als wij. En hij heeft een vuile kroon op, die hebben wij niet. Maar dat geeft niet. Want we zijn blij dat hij nu eindelijk eens bij ons, gewone mensen, komt kijken. Hij is een echte koning!’

De koning kwam thuis. Weet je wat hij deed? Hij haalde het bordje uit zijn tuin met die woorden: ‘Hier woont een echte koning.’ Dat had hij niet meer nodig. Hij voelde zich nu pas echt een echte koning. De koningin gaf hem een dikke zoen. En dat voelde… héérlijk gewoon! Of moet ik zeggen: ‘Heerlijk gewóón’?

Bron: klik hier

Wellicht ook interessant

Nathan en Rozamaryn
Nathan en Rozamaryn
Basis

De scheuren van het mens-zijn

Gen Z lijkt meer interesse te hebben in religie, klopt aan bij kerken en staat open voor zingevingsvragen. Hun mentale gezondheid gaat achteruit door prestatiedruk, sociale media, oorlogsdreiging, klimaatcrisis en woningnood. Stevige uitspraken. Maar wat is het perspectief van de jongeren zelf? Hoe ervaren zij de aan hen toegeschreven ‘zoektocht naar zin’? Nathan en Rozamaryn, de Jonge Theologen der Nederlanden, schrijven elke maand een column over wat hun eigen generatie beweegt. Deze maand de column van Rozamaryn over ‘in relatie leven’.

De geïnterviewde, Saskia van den Kieboom, zit op een bankje onder een boom, dichtbij een kerkgebouw en kijkt lachend de camera in.
De geïnterviewde, Saskia van den Kieboom, zit op een bankje onder een boom, dichtbij een kerkgebouw en kijkt lachend de camera in.
Basis

“Je bent een parel in Gods hand”

Wat in Nederland nog toekomstmuziek lijkt, is in Vlaanderen al enkele jaren realiteit: elk bisdom heeft er een eigen aanspreekpunt ‘Homoseksualiteit en Geloof’. Het initiatief kwam in 2022 van de Vlaamse bisschoppen, als onderdeel van hun streven naar een gastvrije kerk waarin niemand wordt uitgesloten. Maar hoeveel ruimte is er werkelijk voor LHBTQI+ gelovigen binnen de katholieke kerk? Met welke vragen en worstelingen kloppen zij aan? Hoe verhoudt de pastorale praktijk zich tot de officiële kerkleer, en wat gebeurt er wanneer die twee botsen? Kelly Keasberry sprak met Saskia van den Kieboom.

Nieuwe boeken