< Terug

Een nieuwe levensstijl uitvinden

Liefde als bron van waarheid, goedheid en schoonheid (deel 3)

Filosofisch drieluik

Dit is deel 3 van een drieluik over liefde als bron van waarheid, goedheid en schoonheid, geschreven door Jan Prij.

Lees ook deel 1 over Augustinus en deel 2 over Iris Murdoch.

Portret Jan Prij

Jan Prij

Nietzsche staat niet bepaald bekend als een filosoof van de liefde. Toch kan juist deze scherpkijker en existentieel betrokken criticus van de moderne cultuur ons tonen wat liefde is. Zijn levensfilosofie kan ons helpen oefenen om ons lot lief te hebben (amor fati) en de aarde trouw te blijven – op weg naar een nieuwe, duurzame toekomst die we alleen al experimenterend zelf kunnen ontdekken, met onszelf als kennisinstrument en de eigen levensstijl als inzet.

Contrastervaringen

Tijdens het begin van coronapandemie schreef de dichter Ingmar Heytze het gedicht Vogels, vissen [link toevoegen]. Het eindigt met de slotzin:

Denk voor je uit wat niemand hardop durfde te zeggen:
‘We zijn een virus dat een virus heeft gekregen.’

Het gedicht beschrijft contrastervaringen die uitlopend op deze slotzin een schokeffect veroorzaken. Bestaande manieren om naar de samenleving en naar onszelf te kijken voldoen niet meer. Wij zullen onszelf op allerlei manieren opnieuw moeten uitvinden. Vanuit deze contrastervaring kunnen we ook de levensfilosofie van Nietzsche beter duiden. Al veel eerder had Nietzsche iets soortgelijks geschreven: ”De aarde heeft een huid. En deze huid heeft ziekten en een van deze ziekten heet ’de mens’.” Dat laat hij zijn alter ego Zarathoestra zeggen. Met de mens tussen aanhalingstekens wordt het moderne mensbeeld bedoeld: de mens die vergeten is de geaardheid van het menselijk bestaan tot inzet van zijn eigen leven te maken en die van de weeromstuit nu ‘ziek’ is.

”De aarde heeft een huid. En deze huid heeft ziekten en een van deze ziekten heet ’de mens’.”

De filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) wist als geen ander een diagnose van de ‘ziekte van zijn tijd’ wist te geven (en werd hiermee ook een van de radicaalste critici van de Europese cultuur). Wanneer Nietzsche zichzelf als de filosoof met de hamer karakteriseert, doelt hij niet op een sloophamer. Hij doelt – aldus Nietzsche-kenner Paul van Tongeren –, op het hamertje van een dokter die op de borst van een zieke patiënt klopt om zo van binnenuit te vernemen wat eraan scheelt.

”De patiënt is in dit geval de cultuur waar de arts ook zelf deel van uitmaakt. Voor Nietzsches geneeskunst is cruciaal dat de arts ook zichzelf onderzoekt: ‘Arts help jezelf!’ Nietzsches filosofie zal dan ook in toenemende mate bestaan uit een onderzoek van zichzelf en een verslag van hoe hij de ziekte van de cultuur in zichzelf heeft weten te ontdekken en overwinnen […]”

Geen interesse

Opvallend is dat Nietzsche in zijn boeken zeer negatief is over de moderne mens: hij staat geïsoleerd en ongeïnteresseerd in het eigen bestaan, en is verleerd volop het aardse leven te vieren, er volop ‘ja’ tegen te zeggen en ervan te genieten. Het leven op aarde is mede onder invloed van de christelijke godsdienst een loden last geworden; een tranendal. Maar zonder werkelijke inter-esse is er niets te beleven en valt er niet te leven, dan ‘dolen wij als door een oneindig niets, dan ademt ons de lege ruimte in het gezicht.’ Dat is misschien wel de meest basale betekenis van Nietzsche’s ‘God is dood’.

Met schenkende liefde en inzicht de zin der aarde dienen

Nietzsche was bepaald niet positief over de dood van God. We hebben hem vermoord en de verschrikkelijke consequenties daarvan amper door. We hebben de lijntjes die ons verbinden met de kosmos (fysica), de eigen leefwereld (ethica) en dat van anderen (politica) doorgeknipt.
De moderne mens is ziek in zijn verlangen om zich van de aarde te verheffen. ”Blijf met de macht van jullie deugd de aarde trouw, laat jullie schenkende liefde, jullie inzicht, de zin der aarde dienen.“ De mens is niet geboren om zich boven de aarde te verheffen, maar om er onlosmakelijk deel van uit te maken. Volgens Henk van Manschot – die onder de titel Blijf de aarde trouw een schitterend pleidooi schreef voor een ‘Niezscheaanse terassofie’ – staat deze houding garant voor de grootschalige roofbouw van de menselijke natuur.

De mens staat geïsoleerd en ongeïnteresseerd in het eigen bestaan, en is verleerd volop het aardse leven te vieren, er volop ‘ja’ tegen te zeggen en ervan te genieten

De trouw aan de aarde

In zijn wandelboeken doet Nietzsche al lopend een lijfelijke kennis van de aarde op. Hij komt tot een nieuwe levenskunst die ons helpt weer gezond te worden, die ons gaandeweg leert de aarde trouw te blijven en liefde voor het lot te ontwikkelen. Niets minder dan de ontwikkeling van een nieuwe levensstijl voor onszelf, in relatie tot anderen en in onze verhouding met de kosmos, staat daarbij centraal.

Van Manschot laat overtuigend zien dat deze wending tot de aarde niet is ingegeven door de dreiging van natuurrampen die op ons afkomen. Bij Nietzsche komt de wending naar de aarde voort uit het verlangen om dichter bij de natuur te komen. Dat maakt een groot verschil want bij hem leidt die wending naar het plezier dat de natuur oproept, naar nieuwe ervaringen van geluk en zich lijfelijk goed voelen, kortom: met gezonder worden. Bedenk daarbij dat Nietzsche vaak ziek was en leed aan chronische hoofdpijnen.

Alleen vanuit zo’n houding – zo’n liefde voor het aardse bestaan – kunnen we de aarde redden van haar eigen ondergang

Die wending naar de aarde krijgt daardoor vaak ‘iets lichtvoetigs en vrolijks’. Dat breekt het morele universum van de angst open richting een nieuw perspectief. Dat is een perspectief met nieuw gevoel voor de schoonheid van de aarde en inlevingsvermogen voor dieren en planten. Alleen vanuit zo’n houding – zo’n liefde voor het aardse bestaan – kunnen we de aarde redden van haar eigen ondergang. Dat is dan ook de taak die Nietzsche zijn ‘bovenmens’ (übermensch) oplegt. 

De liefde voor het lot

Dat is ook precies wat Nietzsche met amor fati bedoelt: het paradoxale vermogen om het lot – waaraan niets te veranderen valt – lief te hebben als ware het jouw eigen keuze. Het is het aardse leven liefhebben en er ‘ja’ tegen zeggen omdat het mooi is – ook en zelfs met al het lijden en al die kanten ervan die mij toevallig niet bevallen. Dat is precies de transformerende liefde die hij de ‘bovenmens’ toeschrijft.

Maar Nietzsche lijkt soms in zijn zoektocht naar ‘de grote gezondheid van de cultuur’ ook grootse pogingen te doen om eigenmachtig de hele cultuur te herscheppen en tot een allesomvattende, strijdvaardige omvorming van alle waarden te komen waarin alles wat ziek, zwak en misselijk is, niet meer past. Dat staat toch enigszins op gespannen voet met het omarmen van wat niet te veranderen valt.

Amor fati is het aardse leven liefhebben en er ‘ja’ tegen zeggen omdat het mooi is – ook en zelfs met al het lijden en al die kanten ervan die mij toevallig niet bevallen

Een pleidooi voor de liefde

Nietzsche verlaat op 3 januari 1889 zijn woning in Turijn. Op de Piazza Carlo Alberto ziet hij hoe een huurkoetsier zijn paard afranselt. Huilend werpt Nietzsche zich om de hals van het dier om het te beschermen. Door medelijden overweldigd stort hij in.

De strijd in zichzelf tussen ‘de aarde trouw blijven’ en het verlangen haar ‘heldhaftig te herscheppen’ was niet meer veel te houden. Tien jaar heeft Nietzsche nog verder geleefd als krankzinnige. Ook in Nietzsche’s waanzin is met terugwerkende kracht een pleidooi voor de liefde te zien.

Jan Prij is publicist, filosoof, econoom en lekenpreker. Daarnaast is hij redactiesecretaris van het kwartaalblad Christen Democratische Verkenningen.

< Terug