Een onbeperkte oorlog?
De Paus over AI en oorlogsvoering
In zijn eerste encycliek schrijft Paus Leo XIV uitvoerig over de inzet van AI in de oorlogsindustrie. Wat heeft hij hierover te zeggen? Erik Sengers, hoogleraar geestelijke verzorging in de krijgsmacht, zet het op een rijtje en moet tot zijn spijt constateren dat het sciencefictionachtige scenario dat de Paus schetst dicht bij de realiteit komt. Bewegen we ons richting een onbeperkte oorlog?
De ‘AI-encycliek’
De eerste encycliek van Paus Leo XIV had als titel ‘De grootsheid van de mensheid’. In de media wordt vaak gesproken over de ‘AI- encycliek’, maar er wordt gesproken over het geheel van actuele technische veranderingen en de gevolgen voor economie en samenleving: digitalisering, kunstmatige intelligentie, en robotica. Deze technische ontwikkelingen hangen natuurlijk ook nauw met elkaar samen. De Paus, en de katholieke traditie als geheel, staat op zich niet negatief tegenover moderne ontwikkelingen: ze zijn een uitdrukking van de menselijke rede en vrijheid. Maar techniek is nooit neutraal en kan ten goede of ten kwade gebruikt worden. Dat is de vraag die de encycliek wil stellen. Met het beeld van de Toren van Babel wordt onderzocht of in de moderne techniek de pluriformiteit van de mensheid gerespecteerd wordt, of personen niet tot data en prestaties worden gereduceerd, of de techniek bijdraagt aan uitsluiting of verbinding van groepen mensen, of rechtvaardigheid en eerlijke verdeling van goederen wordt bevorderd, kortom of de techniek bijdraagt aan het algemeen welzijn, het Bonum Commune. Een extra gevaar is dat de moderne techniek in handen is van (commerciële) bedrijven en zich aan de controle van de politiek onttrekt.
AI en oorlogsvoering
In de encycliek staan ook een flink aantal hoofdstukken over de inzet van AI in de oorlogsindustrie. In nrs. 182-183 noemt hij drie grote veranderingen. Ten eerste schrijft de Paus dat AI fungeert als een versnellende factor in de toch al veranderende situatie van oorlog en geweld. Daarbij wijst hij op het feit dat oorlogen steeds meer ‘hybride’ zijn. Dat betekent dat oorlogsvoering niet meer is zoals de meeste mensen het kennen – grote groepen soldaten die op een afgelegen veld vechten –, maar dat oorlogsvoering ook is: een aanval op digitale systemen (telecommunicatie, bewakingscamera’s), een verspreiding van desinformatie en nepnieuws (waardoor onzekerheid onder de bevolking op kan komen), en een automatisering van strategische beslissingen en wapeninzet zonder tussenkomst van mensen (onder druk van veelheid aan informatie: als dit, dan dat). AI versnelt dus het gebruik van deze tactieken in een militaire context en maakt de impact ervan veel groter, en daardoor moeilijker te beheersen en te bestrijden. De beperking van oorlogsgeweld zal daardoor veel moeilijker worden.
Ten tweede wijst de Paus erop dat de AI-technologie, en deze niet alleen, ambivalent is. Dat is bij militaire technologie altijd al het geval (stevige rupsbanden kunnen worden gebruikt voor redding van slachtoffers en voor aanval op moeilijk terrein), bij de nieuwe technologie gaat dat nog een stap verder. We kunnen met AI snel kankercellen ontdekken, maar lukt het ook om vijandelijke strijders te onderscheiden van omringende burgers? En wanneer wordt deze techniek gebruikt voor verdediging en wanneer voor aanval? De belofte om te verdedigen voordat er wordt aangevallen leidde het afgelopen jaar meermaals tot preventieve aanvallen, die echter – willen ze binnen het geldende internationale recht vallen – wel goed onderbouwd moeten zijn. De Paus waarschuwt dat door de nieuwe technieken de grens tussen bescherming en agressie vervaagt. Ook wijst hij erop dat door de eenduidige opties die de techniek voorstelt de drempel voor het gebruik van geweld wordt verlaagd: het is A of B maar de grijze zone C wordt niet verkend.
Tenslotte wijst de Paus erop dat geen enkele technologie neutraal en waardevrij is. Zeker is dat bij AI het geval, waarbij we steeds meer ontdekken dat de keuzes die gemaakt worden, berusten op vooraf ingestelde beslissingen. Wie beslist wat deze uitgangspunten zijn en heeft daar profijt van? En ook de gevolgen zijn niet neutraal: er gaan, net als in een gewone oorlog, spullen kapot en mensen worden gewond en gedood. En met de nieuwe technologie zelfs nog veel sneller dan we kunnen (na)denken. Wie neemt daarvoor de verantwoordelijkheid? Met een algoritme, een computer, of een digitaal systeem kunnen we niet daarover praten, of aanspreken. De digitale revolutie maakt oorlogsvoering op deze manier veel onpersoonlijker: de vijand wordt een statistiek, een puntje op een scherm, een computerspelletje. Daardoor wordt het makkelijker, want voor het geweten minder belastend, om te beslissen over leven en dood. De Paus waarschuwt daarom voor deze techniek, die de oorlog minder menselijk maakt – voor daders (die hun geweten niet gebruiken) en voor slachtoffers (die niet als mens worden waargenomen).
Fictie of realiteit?
Het lijkt allemaal sciencefiction waarover de Paus schrijft, maar de werkelijkheid ligt er dicht tegenaan. In het voorjaar van 2026 verkondigde president Zelensky van Oekraïne trots dat zijn krijgsmacht voor het eerst een veldslag had gewonnen met behulp van militaire robots en drones. Er kwam geen mens meer aan te pas – behalve natuurlijk bij de tegenstander die op deze manier ‘uitgeschakeld’ werd. De oorlogvoering in Oekraïne heeft het beeld van het gevecht behoorlijk veranderd. Ook de Nederlandse krijgsmacht heeft dat ingezien. Bij de presentatie van de Defensienota eind juni 2026 werd bekend gemaakt dat er fors wordt ingezet op drones, onbemande wapensystemen, en de noodzakelijke informatieverwerking en digitale capaciteit die daarvoor nodig is. Alle krijgsmachtdelen krijgen hier in hun militaire optreden mee te maken, het digitale aspect wordt een integraal onderdeel van het gevecht. Dit zal de manier van oorlogvoering in de toekomst grondig gaan veranderen, met gevolgen voor militairen en burgers.
Toen ik in Litouwen was, om daar de Nederlandse troepen te begeleiden, heb ik iets van deze nieuwe oorlogvoering kunnen zien. Er was een demonstratie met een onbemande, bewapende terreinwagen die vanaf een commandopost werd bestuurd en aangestuurd (voor wapengebruik). Het was een indrukwekkende demonstratie maar ondertussen is de ontwikkeling alweer een stap verder. Werden deze wapensystemen nog aangestuurd door een mens, die – weliswaar vanaf een afstand – op de knop drukt, nu praten we over autonome wapensystemen die op basis van een algoritme zelfstandig hun doelen zoeken en uitschakelen. Ik begrijp dat gebruik van AI in het leger wel. Het gaat er immers om sneller dan de tegenstander informatie te verwerken, doelen te selecteren, beslissingen te nemen en uit te voeren. Belangrijk is daarbij ook om efficiënt met ter beschikking staande middelen, zowel personeel als materieel, om te gaan. Je kunt met AI altijd alert blijven en hebt niet te maken met vermoeide soldaten op wacht.
Permanente oorlog of eeuwige vrede
Oorlog is natuurlijk altijd onmenselijk. Wie beelden uit Oekraïne ziet weet dat het de absolute hel op aarde is. Daarom zijn er ook internationale regels en verdragen opgesteld om de praktijk van oorlogvoeren tenminste menselijk te houden. Want in een zondige wereld is oorlog een realiteit, die weliswaar te vermijden is (en de kerk roept daarom ook telkens weer op tot vrede) maar niet uit te bannen. De kern van die afspraken is dat we de vijand als mens blijven zien, als tegenstander. Met een tegenstander hebben we een relatie, met een vijand is die afgebroken. Met een tegenstander kunnen we van mening verschillen, een vijand moet uit de weg geruimd worden. Een tegenstander is een mens zoals wij, maar een vijand ontzeggen we het mens-zijn. Met de huidige wapentechnieken wordt het moeilijker de vijand als tegenstander te zien.
Mijn schrikbeeld is dat met de huidige manieren van oorlogvoeren het onbeperkt kan doorgaan. Drones zijn goedkoop en snel te maken, ook als de oorlog eigenlijk al verloren is. Hybride oorlogsvoering is ook zonder soldaten op de grond een middel om samenlevingen over te nemen. Met AI blijven we onze eigen verantwoordelijkheid voor keuzes afschuiven op ‘systemen’, ook als dat systeem de verkeerde beslissingen bleek te maken. Oorlogvoeren gaat dan blijkbaar niet meer om een fysieke overwinning, maar we gaan misschien wel naar een permanente staat van dreiging en geweld. Dat is echter het tegendeel van de werkelijkheid waar we als christenen naar toe leven.
Dit artikel is een bewerking van een bijdrage in de Pius Almanak, editie 2027. Kijk voor bestelinformatie van de Pius Almanak op de website van uitgeverij Jongbloed.

Erik Sengers is theoloog, krijgsmachtaalmoezenier en diaken van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Hij promoveerde in de sociologie van religie én in de kerkgeschiedenis en is als hoogleraar Chaplaincy Studies in the Military verbonden aan Tilburg University. In zijn werk reflecteert hij op de rol van zingeving, religie en publieke verantwoordelijkheid, met bijzondere aandacht voor dienstbaarheid en het gemeenschappelijk goede.