Menu

None

God duikt óók op in de hersenen

Neurowetenschapper Jitse Amelink bespreekt De ziel van het brein van André Aleman

Welke rol speelt ons brein in onze geloofsbeleving? Religie en spiritualiteit bespelen grote delen van het brein in verschillende samenstellingen. André Aleman heeft een helder en nuchter overzicht geschreven over wat de huidige stand van zaken is in de neurowetenschap van religie. Maar, door zich terecht niet te branden aan grote theorieën, blijft het boek wel wat encyclopedisch van aard, stelt neurowetenschapper Jitse Amelink.

Religie en spiritualiteit is het ondergeschoven kindje van de neurowetenschappen. Helemaal als je rekening houdt met hoe belangrijk het is voor veel mensen op deze aarde is dat eigenlijk best raar, betoogden meerdere onderzoekers anderhalf jaar terug in een opiniestuk in Nature. Hoe dragen ons brein en onze cognitie bij aan onze spiritualiteit?

Waar het empirisch onderzoek wat dun is, is de interesse dat zeker niet. In Nederland heeft bijvoorbeeld onderzoeker Michiel van Elk drie interessante populairwetenschappelijke boeken over religie, spiritualiteit en psychedelica geschreven. In de Engelstalige wereld is onder andere Andrew Newberg een grote popularisator. En nu God terug is van nooit helemaal weggeweest, is het goed om te begrijpen hoe de constitutie van ons brein bijdraagt aan onze metafysische grondslagen en verlangens.

De ziel van het brein cover

André Aleman doet een heldere poging hiertoe in zijn nieuwste boek De ziel van het brein. Het is een gestructureerd verhaal dat een helder overzicht biedt van verschillende kernaspecten. Aleman is hier als hoogleraar neurowetenschappen in Maastricht een geschikte boodschapper voor. Hij schreef eerder al boeken over schizofrenie en ouder worden, en belichtte zijn kijk op de verhouding tussen geloof en wetenschap in Geleerd en gelovig (2010).

Religieuze overtuigingen

Aleman toont in De ziel van het brein dat gelovigen psychologisch gezien gemiddeld iets intuïtiever en minder analytisch zijn dan niet-gelovigen, wat zich vooral uit als die twee systemen botsen. Veel specifieke hypotheses over de psychologische gesteldheid van gelovigen snijden echter geen hout. Het idee van religie als waan is bijvoorbeeld onzin, want niet vergelijkbaar. Gelovigen hebben geen verhoogde neiging tot antropomorfisme (zelfs een verlaging) en scoren globaal ook niet hoger op mentaliseren. Gelovigen zijn, kortom, niet gek.

Wel gedragen specifiek religieuze overtuigingen zich iets anders in het brein dan gewone overtuigingen. Naast het algemene netwerk voor overtuigingen, zorgt religie voor een sterkere emotionele lading (emotie en beloning), die de bijbehorende overtuigingen inflexibeler maakt en minder gevoelig voor herevaluatie. Die overtuigingen liggen bovendien dichter bij de identiteit van mensen, wat te zien is in het brein. Daarnaast zijn gelovigen vaak empathischer van aard en mede daardoor wat gevoeliger voor groepsdruk, en gaan ze vaker voor uitgestelde beloning, wat je zou kunnen uitleggen als meer discipline op individueel en groepsniveau.

Religieuze overtuigingen hebben een sterkere emotionele lading.

Het leegmaken van het zelf

Ik heb een monnik eens horen zeggen dat het fundamentele verschil tussen oosterse en westerse spiritualiteit is dat de oosterse zich richt op het leegmaken van het zelf en de westerse zich daarna weer richt op het vullen met het Persoonlijke. De neurobiologische basis van spiritualiteit lijkt daarmee in lijn. Christelijke spiritualiteit (denk aan gebed, ervaring van de Geest, tongentaal) lijkt sterker te leunen op emotie (en daarmee op het limbisch systeem en beloningssysteem). De hersengebieden bij christelijk gebed overlappen bovendien met die van sociale cognitie. Mindfulness en boeddhistische meditatie daarentegen werken niet op het limbisch systeem, en leiden tot een afname van het standaardnetwerk (zeg maar, je innerlijke babbelbox als je niks doet).

Die rol van ego-dissolutie, het leegmaken van jezelf, is interessant: mindfulness, boeddhistische meditatie, maar ook psychedelica en ervaringen van ontzag, zoals door indrukwekkende natuur, werken hier op totaal andere manieren naartoe. Ook in de christelijke spiritualiteit zijn er oefeningen en ervaringen die hierop lijken, maar die voeren vaak toch weer terug naar de vereniging met God.

Bron: Jorm Sangsorn via iStock.

Geestelijke gezondheid

Aleman laat zien dat geloven over het algemeen goed is voor je geestelijke gezondheid. Het draagt hieraan bij door sociale support, dankbaarheid, vergeving, vrede, troost en is geassocieerd met een lager risico op depressie. Vooral bij tegenslag kan geloof een buffer zijn, maar dan speelt wel mee of er sprake is van positieve of negatieve religieuze coping: steunend of niet. Geloof kan steunend zijn, door vertrouwen op God en sociale steun vanuit de gemeenschap, maar ook bemoeilijkend werken, bijvoorbeeld wanneer tegenslag als straf van God wordt ervaren of de gemeenschap veroordelend is. Dankbaarheid lijkt te leunen op de hersennetwerken voor sociale cognitie en empathie. Dat hier meer structurele aandacht voor komt in de empirische wetenschap, is eigenlijk een herontdekking van de existentiële grond die we als mensen al eeuwen hebben.

Een helder overzicht

Meer dan als een verhaal, leest De ziel van het brein als een helder overzicht. De belangrijkste bevindingen staan erin, helder geduid, zonder poespas. Het eerste en het laatste hoofdstuk geven een nuchter raamwerk om de neurowetenschap van spiritualiteit goed te definiëren en in een filosofische context te plaatsen en nergens gaat Aleman zijn boekje te buiten in te grote claims. Hij laat de data voor zich spreken en dat is te prijzen. Er zijn genoeg wetenschappers die in populair werk hun lievelingstheoriëen propaganderen. Dat doet Aleman nauwelijks en dat is sterk.

Nergens gaat Aleman zijn boekje te buiten in te grote claims.

Toch is dit overzicht niet compleet, en dat heeft twee redenen. Ten eerste staat het vakgebied an sich nog echt in de kinderschoenen en weten we nog bijna niets. Als de huidige kennis incompleet is, is die beschrijving dat dus ook. Aleman richt zich voor zover mogelijk op de grote studies die gedaan zijn, maar veel bevindingen die hij beschrijft komen toch uit kleine studies. Het gevaar met veel kleine studies is dat alleen de positieve resultaten worden gepubliceerd. Eén resultaat is daarom eigenlijk geen resultaat.

Daarnaast heeft Aleman ervoor gekozen om zich specifiek te richten op de neurowetenschap van religie en niet van aanpalende vakgebieden zoals taal, muziek, moraliteit, bewustzijn en emotie. Dat maakt het boek puntig en overzichtelijk, maar ook onvolledig in de zin dat het genoeg onbesproken laat.

De biologische bril

Wat is de grote lijn van dit verhaal? Met een biologische bril zou ik religie en spiritualiteit fundamenteel begrijpen als een ontwikkelingsproces: een interactie tussen aanleg (genen) en omgeving (opvoeding, oefening, ervaringen, sociologische en ecologische context) die zich uitstrekt over tijd, waarbij de context mede bepaalt hoe die genen toegepast worden en tot verschillende uitkomsten leiden. Religiositeit heeft in tweelingonderzoek een duidelijke erfelijke basis, vergelijkbaar met persoonlijkheid. Dat betekent niet dat alles al vastligt, zeker niet, maar wel dat erfelijkheid meespeelt (zie o.a. Denis Alexander’s boek uit 2020, Are We Slaves to Our Genes? voor een christelijke uitwerking).

Religiositeit heeft in tweelingonderzoek een duidelijke erfelijke basis.

Dit biologische ontwikkelingsperspectief roept nieuwe vragen op. Zijn er bijvoorbeeld kritieke periodes voor religiositeit, net zoals bij taal? Wat is het effect van cultuur op verschillende hersenstructuren? Leidt een andere geloofscultuur ook tot een andere hersenstructuur? Het meemaken van ‘religieus geloofwaardige uitingen’ is belangrijk voor latere geloofsopvattingen, wat wijst op een duidelijk cultureel effect in de ontwikkeling van geloof. Tegelijk hebben ook niet-gelovigen religieuze cognitieve tendensen. Ik was om die reden benieuwd geweest naar Alemans antwoord op de vraag of de mens fundamenteel religieus is. Dat oordeel lijkt hij aan de lezer over te laten.

Een heet hangijzer

Een ander heet hangijzer uit de neurowetenschap is in hoeverre het brein lokaal of globaal georganiseerd is. Aleman maakt korte metten met het idee dat er één hersengebied voor de ervaring van het goddelijke is, zoals eerder wel met de temporaalkwab is geopperd. Toch focust Aleman logischerwijs wel op een aantal anatomische locaties in het brein. Maar het blijft de vraag of religie echt zo gelokaliseerd is, zeker in hersengebieden die meerdere stromen van informatie bij elkaar brengen. Bij taal zien we dat taalactiviteit ook buiten de taalgebieden gedecodeerd kan worden uit hersenactiviteit. Het zou goed kunnen dat dit ook geldt voor een deel van de religieuze cognitie en ervaringen. Het hele brein doet waarschijnlijk nog meer mee dan we al dachten.

Het hele brein doet waarschijnlijk nog meer mee dan we al dachten.

De neurologische angel

Het gevaar van hersenonderzoek is dat de mens wordt gereduceerd tot neurologische processen. De filosofische duiding van Aleman haalt die angel er grotendeels uit. Aleman betoont zich een aanhanger van het duaalaspect-monisme, een opvatting die ik deel. Duaalaspect-monisme houdt in dat geest en materie twee kanten zijn van dezelfde medaille die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Indirect beschrijft Aleman daarnaast een emergente kijk op de mens. Hij citeert Herman van Praag (de psychiater, niet te verwarren met de voetbaldirecteur), die zegt dat het Zelf voortkomt uit de gehele verzameling van psychische eigenschappen die de mens is. Dat emergentiedenken lijkt ook binnen de wetenschap steeds meer aanhangers te krijgen. En vormen van het duaalaspect-monisme zien we al terug bij de priester-wetenschapper Teilhard de Chardin in Le phenomenon humaine enlijkt ook goed verenigbaar met het denken van Thomas van Aquino en Aristoteles. De christelijke theologie is net zomin thuis bij het dualisme van Descartes als het reductionisme van sommige neurowetenschappers.

Bron: Jorm Sangsorn via iStock.

Kosmische betekenis

Religie en spiritualiteit zijn veelzijdige concepten, maar, zoals Aleman schrijft in zijn boek, de kern van hun kracht ligt misschien wel in wat de filosoof Michael Prinzing ‘kosmische betekenis’ noemt: een diep gevoel van samenhang tussen verschillende aspecten van het leven. Meditatie, gebed, zang en andere spirituele oefeningen kunnen een bepaalde beleving oproepen, maar de crux zit uiteindelijk in de betekenis die oefeningen voor ons krijgen. De mens is tenslotte, via nature en nurture, een zingevend wezen. En dát heeft effect op onze hersenen: welke lading krijgen onze ervaringen?

Tot slot, een theologie die belichaamd is, moet er niet van schrikken dat religiositeit en spiritualiteit ook in de hersenen opduikt. Sterker nog, ik zou me eerder zorgen maken over een theologie die niet in de hersenen opduikt. Maar, die hersenen zijn slechts één aspect van het complexe geheel van de menselijke zoektocht naar het bovennatuurlijke.

Jitse Amelink

Jitse Amelink is promovendus in de neurogenetica van de taalgebieden in de hersenen op het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen.

Wil je De ziel van het brein bestellen?

De ziel van het brein

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast. 

Word lid van Theologie.nl 

Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af voor slechts €5,83 per maand. 

Wellicht ook interessant

None

Wie niets doet, nadert het goddelijke

De Koreaans-Duitse cultuurfilosoof Byung-Chul Han heeft een zelfverklaarde ‘zielsvriendschap’ met Simone Weil. Haar denken motiveert hem tot mystieke mijmeringen in zijn jongste essay Spreken over God. Tegenover de continue afleiding in onze maatschappij plaatst hij aandacht, inactiviteit en wachten. Leidt dat tot onderhoudende kritiek op het laatkapitalisme of lezen we een behapbaar bijproduct van datzelfde systeem? Filosoof en Weil-kenner Lieven De Maeyer las Spreken over God en concludeert: Han reduceert Weils filosofie tot een handig alibi om vooral niets te doen.

None

Fragment uit Het Keltisch jaar van David Cole

Alles in de natuur werkt volgens een ritme. Alles heeft een natuurlijke kringloop; zo leven ook wij, mensen, volgens een ritme. Er zijn ritmes die goed zichtbaar zijn, zoals de seizoenen: gedurende het jaar zien we de bomen en bloemen voor onze ogen veranderen. Maar er zijn ook subtielere ritmes en kringlopen, zoals die van de sterren die elke nacht langs de hemel bewegen, en de zonsopkomst en -ondergang die door het jaar heen langs de horizon in plek opschuift.

Twee koningen
Twee koningen
Basis

De dominee of de therapeut?

In de serie ‘Het christelijke geloof in een therapeutisch Nederland’ onderzoekt Katie Vlaardingenbroek, auteur van Nederland Therapieland, de relatie tussen het christelijke geloof en onze huidige therapiecultuur. In haar vorige artikel liet ze zien dat therapie een autoriteit is geworden op het gebied van levensvragen. In dit tweede artikel onderzoekt ze de concurrerende relatie tussen therapie en religie. Wie kan het beste hulp bieden bij menselijk lijden: de dominee of de therapeut?

Nieuwe boeken