Handboek Nederlandse kerkgeschiedenis vernieuwd
In 2006 verscheen onder redactie van Herman J. Selderhuis, hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn, het imposante Handboek Nederlandse kerkgeschiedenis – het telt 943 pagina’s. Enkele maanden geleden kwam de vijfde, herziene druk daarvan uit, in een set van twee delen met samen 1206 pagina’s. Ik heb me aan de oproep ‘Zoek de verschillen.’ gewaagd. De ‘Inleiding’ van Selderhuis in de beide uitgaven biedt daarvoor voldoende aanknopingspunten.
Verschillen
Zowel in 2006 als in 2025 merkt Selderhuis onder meer op (1) dat er in en rond de kerk veel gebeurt en (2) dat de kerk bestaat uit mensen die geestelijk onderweg zijn en soms van de ene naar de andere kerk gaan. Anders dan in 2006 het geval was, legt hij die opmerking in 2025 uit.
(1) Selderhuis stelt dat politieke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen impact op de kerk hebben, terwijl de kerk zelf ook invloed op die ontwikkelingen heeft. In dit verband geef ik door dat elk hoofdstuk in de beide edities met een tijdlijn begint. Daar bleef het in de editie van 2006 bij. In die van 2025 worden de kerkelijke gebeurtenissen eerst in een groter kader van politieke, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen gezet. Al met al is er dus sprake van een verbreding.
Ondertussen blijft de uitgave van Selderhuis en zijn medewerkers een handboek kerkgeschiedenis. Dat is iets anders dan een geschiedenis van religie in het algemeen of – meer specifiek – van het christendom, zoals Nederlandse Religiegeschiedenis van Joris van Eijnatten en Fred van Lieburg dat wel is. Selderhuis merkt nog op dat deze aspecten het meest tot hun recht komen binnen een kerkgeschiedenis van Nederland.
(2) Aan de opmerking in 2006 dat de kerk bestaat uit mensen die geestelijk onderweg zijn en soms van de ene naar de andere kerk gaan, voegt Selderhuis in 2025 toe dat ze soms van geloofsstandpunt of theologische opvatting veranderen.
In dit verband is de volgende alinea interessant: ‘De keuze voor ‘Nederlandse kerkgeschiedenis’ betekent ook een keuze tegen ‘vaderlandse kerkgeschiedenis’. Reden daarvoor is niet zozeer dat het begrip ‘vaderlands’ nationalistisch kan aandoen, maar vooral dat voor vele gebruikers van dit boek Nederland niet hun vaderland is.’ Ik denk dat veel van onze lezers met het begrip ‘vaderlandse kerkgeschiedenis’ opgegroeid zijn. Dat kan nu zo niet meer.
Verbreding
Al met al is wel duidelijk: de benadering is in 2025 breder dan in 2006 het geval was. Over ‘breder’ gesproken: Selderhuis schrijft over de opzet van de hoofdstukken over de 19e, 20e en 21e eeuw dat sterk rekening is gehouden met het feit dat de kerk in die periode ‘breed’ is geworden. Hij bedoelt daar mee dat die eeuwen gekenmerkt worden door het ontstaan van allerlei christelijke organisaties op politiek en maatschappelijk gebied, ontwikkelingen die vaak met ‘verzuiling’ en ‘ontzuiling’ worden aangeduid. Hij voegt er aan toe dat de zogeheten ‘kleine kerkgeschiedenis’ beperkter aan de orde is gesteld dan sommige gebruikers misschien zouden willen. Maar dat is nu eenmaal gegeven met het verschijnsel ‘handboek’, dat wil een algemeen beeld geven.
Uitbreiding
Er is na bijna twintig jaar ook sprake van uitbreiding in tijd. De editie van 2006 sloot af met het hoofdstuk ‘Worsteling met de wereld (1965-2005)’, die van 2025 eindigt met de hoofdstukken ‘Naar de marge van de samenleving (1965-1995)’ en ‘Een nieuw millennium (1995-2025)’. De eerste paragraaf van het laatste hoofdstuk draagt als titel ‘Een liberale samenleving’, onder dat motto wordt aandacht besteed aan ‘normen en waarden’. In de volgende paragraaf, ‘Kerkelijke verhoudingen’ getiteld, wordt een van de subparagrafen gewijd aan zowel het buiten gebruik stellen van kerkgebouwen als aan nieuwbouw aan de rechterflank van het kerkelijke spectrum, alsook aan migrantenkerken; in de subparagraaf ‘Kerkelijk leven’ komt onder meer de coronapandemie voorbij; in de subparagraaf ‘Samenlevingsvraagstukken’ wordt onder meer het koloniale en slavernijverleden besproken. Het is allemaal erg herkenbaar, het komt allemaal heel dicht bij. We zijn er getuigen van geweest.
Monumentaal
In de editie van 2006 refereert Selderhuis aan het boek Nederlandse kerkgeschiedenis van prof.dr. O.J. de Jong. Dat gaf jarenlang de toon aan, het vormde studiemateriaal voor talloze studenten. Selderhuis, in 2006: ‘Dat dit nieuwe handboek door meerdere auteurs is samengesteld, zegt veel over de kwaliteiten van O.J. de Jong, ook over de veranderingen in onderzoek: specialisering bezorgt beperkingen en mogelijkheden.’ Het verdient veel respect dat tien specialisten op het terrein van de kerkgeschiedenis zich gebogen hebben over het updaten van het Handboek Nederlandse kerkgeschiedenis. Het al imposante handboek, dat van tal van tabellen en afbeeldingen is voorzien, is nu een monumentale uitgave geworden!
Deze recensie is met toestemming overgenomen uit Confessioneel Credo.
Jan Dirk Wassenaar is predikant en publicist.
Herman J. Selderhuis, Handboek Nederlandse kerkgeschiedenis. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 1224 pp. € 79,99. ISBN 9789043537322
