De Grote Reset en Openbaring
Die preek over ‘The Great Reset’ aan de hand van Openbaring 13 hield me deze week bezig. Kun je überhaupt iets zinnigs zeggen over dat visioen van twee ‘beesten’ die opkomen uit de zee en de aarde?
Die preek over ‘The Great Reset’ aan de hand van Openbaring 13 hield me deze week bezig. Kun je überhaupt iets zinnigs zeggen over dat visioen van twee ‘beesten’ die opkomen uit de zee en de aarde?
Tijdens mijn pionierswerk in Amsterdam (2002-2017) kwam ik regelmatig mensen tegen die zichzelf beschreven als ‘niet-religieus maar wel spiritueel’. Het is niet zo eenvoudig om vast te stellen hoe groot deze groep mensen is, maar in 2013 schreef Joep de Hart dat er onder de Nederlanders van achttien jaar en ouder, naast de ruim vier miljoen kerkelijke gelovigen en ruim vijf miljoen personen zonder religieuze belangstelling, bijna twee miljoen zijn die wel belang hechten aan spiritualiteit, maar geen binding hebben met een kerkgenootschap of godsdienstige groepering.
De Noord-Amerikaanse antropoloog Joel Robbins heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de Urapmin, een volk uit Papoea Nieuw Guinea, in de tijd dat ze recent waren overgegaan naar een charismatische vorm van christelijke geloof. In zijn prachtige beschrijvingen brengt Robbins de intensieve zoektocht van de Urapmin naar het vormgeven van dat nieuwe geloof in beeld. Hij beschrijft onder andere het veranderingsproces van verzoeningsrituelen. Zo offerden de Urapmin een big aan een natuurgeest om de beschadigde relatie met die geest te herstellen, zoals ze ook in hun onderlinge relaties gebruik maken van geschenken om tot verzoening te komen.
Een van zijn vele boeken schreef Henri Nouwen op uitnodiging van een seculiere Joodse journalist. Deze man, Fred Bratman, interviewde hem voor een weekendbijlage van de New York Times. Dat werd een tamelijk bloedeloos gebeuren omdat in de ontmoeting echte chemie ontbrak. Maar op de een of andere manier gebeurde er wel wat tussen die beide mannen. Het contact bleef en gaandeweg ontstond er vriendschap.
Dit themanummer kent vooral min of meer beschouwende artikelen. Ze kijken van buitenaf naar praktijken, opvattingen, mogelijkheden. In dit artikel zoomen we in op de persoonlijke missionaire zoektocht van een Amsterdamse pionier, Maarten Vogelaar (1987). Zo klinkt in dit nummer ook de stem van een mens die vanuit het Evangelie intensief zoekt naar de bloei van mensenlevens in onze tijd. Die zoektocht is uitdagend en confronterend. Vanzelfsprekendheden redden het niet, het roer blijkt telkens weer om te moeten. Vogelaar is ook nog lang niet uitgezocht.
In de zomer van 2014 deed de Protestantse Kerk in Nederland onderzoek onder haar predikanten en kerkelijk werkers naar hun beleving van het werk. Er werd onder meer gevraagd op welke terreinen zij het meest bevlogen werkten. Het onderzoek liet zien dat de onderzochte voorgangers het meest bevlogen waren over hun voorgaan in de zondagse eredienst. Niet minder dan 83% van de respondenten was daar bevlogen over. Onderaan de lijst van bevlogenheid bungelden missionair werk (15%) en diaconaal werk (8%). Deze scores gaven en geven te denken.
Het heil laat zich moeilijk in een definitie vastleggen. Bij ons thuis werd het woord eigenlijk alleen door volwassenen gebruikt, in zinnen als: ‘Daar zie ik wel of geen heil in.’ Beter paste het in de Bijbellezing of het geestelijke lied. Het woordenboek van Koenen laat zien dat heil in alledaagse situaties vervangen mag worden door een eenvoudiger term als voorspoed of nut. Tot de kerkelijke sfeer behoren lastiger omschrijvingen als ‘welzijn van de ziel’ of ‘gelukzaligheid’. Die hebben een eigen charme, je herkent het woord vooral op de klank en minder op een precies vastgelegde inhoud.
In het christendom gaat het over goed nieuws, ‘evangelie’. Dit goede nieuws is, kort en goed, dat er heil is voor ons. Wat dit heil precies inhoudt, hoe het tot stand komt, hoe we het ontvangen – daarover zijn christenen het zelden eens. Evenmin zijn zij het eens over de vraag of ‘heil’ het beste woord is om nieuwtestamentische begrippen als soteria te vertalen – al was het maar omdat ‘heil’ nauwelijks nog voorkomt in het moderne Nederlands. Sommigen zoeken het daarom in academische abstracties als ‘een transformerende verhouding tot transcendentie’.[1]
Leven van Geert Grote is de eerste integrale Nederlandse vertaling van deze biografie van de vader van de Moderne Devotie, die Thomas van Kempen tussen 1434-1437 in het Latijn schreef. Na de wereldberoemde Imitatio Christi is dit waarschijnlijk Thomas’ belangrijkste boek.