Menu

Basis

Omgaan met verschil in geloofsbeleving en geloofsvragen

Geloofsbeleving

Mensen beleven hun geloof op heel verschillende manieren. Dat is voor een deel een inhoudelijke kwestie: de één is bijvoorbeeld meer ‘evangelisch’, de ander meer ‘vrijzinnig’. Toch is dat niet het enige. Hoe iemand zijn geloof beleeft, heeft ook te maken met:

  • de opvoeding (uit welk ‘milieu’ of welke traditie kom je als het om geloven gaat?)
  •  het karakter (ben je blijmoedig van aard of juist een piekeraar?)
  • de levensfase (een kind gelooft anders dan een jongvolwassene, een veertiger weer anders dan een zestiger)
  • de omstandigheden van dit moment (wat maak je mee, in wat voor situatie bevind je je?)

Welke verschillende geloofsbelevingen kom je zoal tegen in de gemeente en daarbuiten? Je kunt denken aan:

  • Mensen die worstelen met hun geloof. Ze hebben veel vragen en weinig antwoorden. Hun geloof is een permanente zoektocht. Soms wordt dat als iets positiefs beleefd, soms als een probleem. Dan kunnen mensen verlangen naar meer vertrouwen en vaste grond onder hun voeten.
  • Mensen die heel blijmoedig in hun geloof staan. Ze zijn juist vol vertrouwen en lijken amper te twijfelen. Ze stellen zichzelf niet zoveel vragen of hebben antwoorden gevonden waar ze goed mee kunnen leven.
  • Mensen die weinig beleven aan hun geloof. Ze geloven wel, maar ze vinden het moeilijk daar iets van te ervaren in hun dagelijks leven. Soms missen ze dat, soms niet.
  • Mensen die hun geloof niet zozeer als iets ‘persoonlijks’ beleven. Ze doen mee in de kerk, ze vinden het belangrijk om te vieren en in de traditie van de kerk van alle eeuwen te staan. Wat het hun persoonlijk ‘doet’, daar staan ze minder bij stil.
  • Mensen die hun geloof vooral ‘verstandelijk’ beleven.
  • Mensen die hun geloof vooral op gevoelsniveau beleven (en er soms maar moeilijk over kunnen praten).

Hieronder volgt aan aantal concrete voorbeelden. Lees ze eens voor uzelf door. Wat roepen deze verschillende belevingen bij u op? Waar herkent u zich in? Waarin niet of helemaal niet?

  • ‘Ik vind het lang niet makkelijk om te geloven. Al die blijde EO-christenen, ze werken op mijn zenuwen. Tegenwoordig kom je ze ook steeds meer in de kerk tegen. De dominee heeft volgens mij ook al een tik van de molen. Fijn hoor, als mensen het zo zeker weten. Blij, blij… maar volgens mij is het allemaal angst. Je kunt dat allemaal niet zo stellig zeggen. Ik heb daar veel over nagedacht.’
  •  ‘Weet u, ik vind de kerk vaak zo beperkt. Het gaat alleen maar over de christelijke manier van geloven, hier in het westen. Er is zoveel meer onder de zon. De laatste tijd heb ik veel geleerd over meditatie. Daar hoor je in de kerk niets over. En hebt u wel eens gehoord van het zenboeddhisme? Prachtige teksten kom je daar tegen, echt christelijk. Dat zou je eens in een kerkdienst moeten lezen. Ik verlang er zo naar, dat niet alles in van die hokjes zit.’
  • ‘Het is voor mij een grote troost dat ik geloof. Zonder dat kan ik me mijn leven niet voorstellen. Ik voel me ten diepste geborgen bij God, bij Jezus. Hij is mijn beste vriend, ik hou gewoon van Hem. Klinkt misschien vreemd, maar begrijpt u wat ik bedoel?’
  • ‘Geloven – tja, het zegt me zo weinig. Ik denk dat het allemaal wel zo is. Hoe zou het ook anders moeten zijn? Maar ik beleef er eerlijk gezegd niks bij. Vroeger had ik al veel vragen, maar ik mocht ze niet stellen. De dominee vond dat ongeloof. Dan probeerde ik er maar niet meer aan te denken, ik voelde me schuldig. Dat heb ik nu niet meer zo, maar antwoorden krijg je toch niet. God is er wel, denk ik. Voor mij ver weg. Ik laat het maar zo.’
  • ‘Ik heb eigenlijk niet zoveel kritiek op de kerk. Ik geniet van de kerkdiensten, vooral van het zingen en bidden. De preek gaat vaak een beetje aan me voorbij, maar dat vind ik eerlijk gezegd niet zo erg. Het doet me goed, al die mensen bij elkaar, de ontmoetingen, de gemeente is voor mij een gemeenschap waar ik me thuis voel. Natuurlijk, het kan altijd beter, daar wil ik ook aan meewerken, maar over het algemeen voel ik me thuis in de kerk en heb ik veel aan mijn geloof, ook in mijn dagelijks leven.’

Het kan lastig zijn om in gesprek te zijn met iemand die op een heel andere manier gelooft dan jijzelf. Je kunt je gekwetst voelen door zijn oordeel of vervreemd van haar taal. Dan kan het moeite kosten je eigen geloofsbeleving even tussen haakjes te zetten en aandachtig te luisteren naar wat de ander met jou wil delen. Als de ander vraagt naar jouw geloofsbeleving kun je natuurlijk best eerlijk zeggen dat jij op een andere manier voelt en gelooft. Probeer een heethoofdige discussie te vermijden. De harten blijven er vaak koud bij. Benadruk ook wat je wél herkent in het verhaal van de ander.

Geloofsvragen

Naast verschillende geloofsbelevingen kom je in gesprekken met mensen ook geloofsvragen tegen. Vragen die bijvoorbeeld te maken hebben met het waarom van het lijden, met goed en kwaad (al of niet samenwonen, homoseksualiteit, politiek, omgaan met geld, enz.). Dogmatische vragen gaan over de inhoud van het geloof (wat betekent verzoening eigenlijk, wat is de betekenis van kruis en opstanding, wat geloven we over een leven na dit leven, enz.). Als iemand komt met een geloofsvraag is het goed te bedenken dat die vraag meestal ergens vandaan komt. Iemand vraagt: ‘Zullen we in de hemel onze geliefden herkennen?’ De kans is groot dat hij zit te denken aan een concrete geliefde. Het is dus geen puur theoretische vraag, de vraag komt voort uit zijn levensgeschiedenis. ‘Voor mij is de hemel het allerbelangrijkste om in te geloven.’ Als je doorpraat, blijkt dat hij al jaren weduwnaar is. Zijn vrouw is vol vertrouwen en overgave gestorven. ‘Ze zag de hemel al voor zich.’ ‘Wat vindt u van samenwonen?’ vraagt een man, zijn zoon is zojuist bij zijn vriendin ingetrokken. ‘Hoe denkt u over homoseksualiteit?’ vraagt een vrouw, die vermoedt dat ze zelf lesbisch is. ‘Ik heb er zo’n moeite mee, dat Jezus water in wijn verandert,’ zegt een vrouw. Haar vader was  alcoholist, haar man drinkt ook gevaarlijk veel. Niemand die haar geschiedenis kent.

Wat te denken van de volgende voorbeelden:

Man, jaar of veertig, van de kerk en het geloof vervreemd. Hij gaat af en toe nog wel eens mee met zijn vrouw, die wel kerkelijk meelevend is. De tienerkinderen ‘doen er niks meer aan’.
‘Weet u, toen ik een jaar of dertig was, is mijn geloof zo’n beetje van me “afgegleden”. Ik kan het niet geloven, een God die alles gemaakt heeft en die ook nog liefde is. Ik zie er zo weinig van – ik ervaar het niet. Als hij werkelijk machtig is en liefdevol, dan zou deze wereld er toch anders uitzien? Zo langzamerhand ben ik me er bewust van geworden, dat het me eigenlijk allemaal niks meer zegt. Dan moet je ook eerlijk zijn en ervoor uitkomen: ik geloof het niet meer.’

Vrouw, jaar of dertig. Niet kerkelijk opgevoed. Getrouwd, net bevallen van een dochtertje.
‘Ik weet niks over God en zo. Ik denk: er moet wel Iets zijn. Zeker nu Evelientje geboren is. Ik dacht: “Wat een wonder.” En wonderen, ja dat doet God toch? Maar ik weet er verder niks over te zeggen. Volgens mij kun je er ook niet veel over zeggen. Het is zo ongrijpbaar. Kun je eigenlijk wel iets over God te weten te komen?’

Man, jaar of vijftig, met indrukwekkende carrière in het bedrijfsleven.
‘Je moet het toch zelf doen in het leven. Je kunt wel roepen: “God help me,” maar uiteindelijk komt het op jezelf aan. Er zal wel Iets zijn, een Hogere Macht of zo, maar in de praktijk van het leven maakt dat geen verschil. Of je er nu in gelooft of niet maakt ook niet uit. Het gaat er om dat je eerlijk bent, en het goede probeert te bereiken. Gelovige mensen zijn daar heus niet beter in dan anderen.’

Vrouw, jaar of zestig, streng kerkelijk opgevoed, nu niet kerkelijk meelevend.
‘Ik ben best gelovig hoor, maar niet meer zoals vroeger. Toen wisten we alles zo zeker. Wij met ons eigen gelijk, in het hoekje van de wereld. De ware kerk des Heren, ja, ja. Maar als ik in Saoedi-Arabië was geboren, was ik nu moslim geweest. Dus hoe kun je het dan allemaal zeker weten? Het maakt allemaal niet zoveel uit wat je gelooft, we geloven toch in dezelfde God, denkt u ook niet?’

Man, jaar of zestig, zeer meelevend.
‘Ik weet nu eindelijk dat je de bijbel heel anders moet lezen dan ik vroeger geleerd heb. Het meeste is niet echt letterlijk zo gebeurd, het is meer een verhaal met een betekenis, die je er zelf in moet zoeken. Dat maakt het allemaal veel boeiender, er gaat een wereld voor me open.’

Meer lezen?

Lees ook het artikel ‘Samen kerk’ van René de Reuver.
De allervroegste christelijke kerk spatte door verschillen bijna uiteen. De weg die men vond om samen kerk te zijn kan ons vandaag helpen om één kerk te zijn van mensen met heel verschillende achtergronden en gewoonten.

Deze informatie is afkomstig uit Pastoraat voor iedereen.
Nynke Dijkstra-Algra is predikant en missionair beleidssecretaris van de Protestantse Kerk.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken