Menu

Premium

Volgen, niet verzetten; hoe de Geest over grenzen duwt

Preekschets voor Pinksteren

Glas in lood van een neerdalende duif
(Beeld: Serge Taeymans via Unsplash)

Als God dan aan hen dezelfde gave gegeven heeft als aan ons die in de Heere Jezus Christus geloven, wie was ik dan dat ik bij machte zou zijn God tegen te houden? En toen zij dit hoorden, waren zij gerustgesteld, en zij verheerlijkten God en zeiden: Zo heeft God dus ook aan de heidenen de bekering gegeven die tot het leven leidt. (Handelingen 11:17-18, HSV)

Schriftlezing: Handelingen 11:1-18
Overige schriftlezing: Handelingen 2:1-13

Liturgisch kader

Deze preekschets is bedoeld voor de pinksterzondag. Heel vaak preken we dan over Handelingen 2. Aan de andere kant valt het ook niet mee om jaar op jaar uit dit gedeelte te moeten putten. Het is zinvol de gemeente te laten horen hoe de eenmalige uitstorting van de Geest zich verderop in het boek Handelingen voortzet, juist wanneer de Geest de gemeente een grens over duwt.    

Uitleg

Handelingen 11:1-18 maakt deel uit van een grotere verteleenheid, die begint bij 10:1. Wat opvalt is de herhaling: hoofdstuk 11 vertelt in beknopte vorm wat al te lezen was in hoofdstuk 10. Binnen hoofdstuk 10 herhaalt Cornelius nog eens wat hem door de engel is gezegd. Dat maakt de herhaling drievoudig. De herhaling geeft het belang van dit gebeuren voor Lukas aan. Eén en ander doet ons denken aan die andere drievoudige herhaling in Handelingen. Driemaal lezen we van de bekering/roeping van Paulus tot apostel voor de niet-Joden (Hand. 9, 22 en 26). Beide herhalingen-in-drievoud hebben veel met elkaar te maken. Ze geven aan hoe belangrijk deze beweging is geweest: van een gemeente uit en een verkondiging gericht op Joden richting prediking naar de inclusie van niet-Joden, zonder extra voorwaarden als de besnijdenis.

Wat gebeurt er in Handelingen 11? Petrus ziet zich in Jeruzalem genoodzaakt tot een ordelijke uiteenzetting van wat in Caesarea gebeurde. Want hij wordt bestreden door hen ‘die van de besnijdenis waren’ (vs. 2). Dat zijn diegenen onder de Joodse gelovigen die écht een punt van de besnijdenis maken. En wel als het teken dat de grens tussen Jood en heiden markeert. Deze Joodse christenen hangen erg aan deze markering in een tijd waarin de spanning tussen Joden en Romeinen oplopen. Spanning die zich ontlaadt in de oorlog van de jaren 66-70, waarbij uiteindelijk Jeruzalem en de tempel werden verwoest. Bij zoveel heidense druk is het essentieel trouw te blijven aan je identiteit. Wat wordt Petrus dan ook verweten? Dit: dat hij grenzen heeft uitgewist door in het huis van een heiden te verkeren. Maar nog meer door daar te eten (vs. 3). Wat betekent dat Petrus zich verontreinigd kan hebben door het eten van onreine spijzen.        

Na deze aanklacht begint Petrus met zijn ordelijke uiteenzetting van wat eerder is gebeurd. Er is niet zomaar sprake van een herhaling van Handelingen 10. Wright (2008, 173-174) wijst op drie verschillen. Ten eerste geeft Petrus een andere weergave van de woorden van de engel tot Cornelius. Hij moet Petrus uit Joppe laten komen. ‘Die zal woorden tot u spreken waardoor u zalig kunt worden en heel uw huis’ (vs. 14). Redding is er voor Cornelius alleen maar door het aanvaarden van het goede nieuws over de Heere Jezus.

Ten tweede wekt vers 15 de indruk dat Petrus nauwelijks begonnen was met te spreken tot Cornelius en zijn huishouden, of de Geest werd al over hen uitgestort. Terwijl we in hoofdstuk 10 lezen dat Petrus toch echt het nodige heeft gezegd, hoewel hij misschien door de Geest werd onderbroken. In hoofdstuk 11 wil Petrus het soevereine en verrassende werk van de Geest benadrukken: Hij komt wanneer Hij wil en altijd anders dan je had gedacht.

Ten derde vertelt Petrus nu zijn herinnering aan woorden van de Heere Jezus over de aanstaande uitstorting van of doop met de Geest (vs. 16).

Het tweede en derde punt maken ons de boodschap van dit hoofdstuk duidelijk. Dat is deze: het is God zelf in de Geest die de beslissende stap richting de niet-Joden zet. Wat kan Petrus anders doen dan volgen in plaats van zich te verzetten (vs. 17)? Petrus kan en wil niet anders dan het woord van Christus meer volgen dan zich laten gezeggen door mensen die moeite hebben met de stap naar de heidenen. ‘’t Werk van God is niet te keren, omdat Hij erover waakt.’

Kerk met glas in lood ramen
Het is God zelf in de Geest die de beslissende stap richting de niet-Joden zet. Wat kan Petrus anders doen dan volgen in plaats van zich te verzetten?

Aanwijzingen voor de prediking

‘Volgen, niet verzetten’ zet ik als kop boven Handelingen 11, en als thema boven de preek.

Je kunt de preek beginnen met een verwijzing naar de gelijkenis van de verloren zonen. Speelt daar immers niet hetzelfde probleem als in Handelingen 11? De oudste zoon kan zijn vader niet volgen, die in zijn liefdevolle ontferming zijn jongste zoon al een heel eind tegemoet is gesneld, letterlijk en figuurlijk. De oudste neemt daar aanstoot aan, maar wordt opgeroepen tot vreugde en zijn vader te volgen in zijn beweging van ontferming jegens de jongste. Gemeenteleden in Jeruzalem krijgen van Petrus dezelfde oproep.   

Ik werk vervolgens met drie aandachtspunten:

Verzet

De Joodse gelovigen die extra hangen aan de besnijdenis, maken bezwaar tegen Petrus. Hij heeft met heidenen gegeten! Een feestmaal voor alle volken is door Jesaja voorzegd (Jes. 25:2), maar is de tijd er wel rijp voor? Die Romeinen zijn gehaat, terwijl juist nu de reinheid van Gods volk ertoe doet! Wij weten niet alleen van het komende grote feestmaal, maar ook van de avondmaalstafel. Ontvangt Christus daar niet juist mensen van allerlei rang en stand? Maar zie eens hoeveel moeite wij soms hebben om het met elkaar uit te houden! Het onvermogen daartoe in de samenleving werkt door in de kerken. Na Handelingen 11 blijft dit thema ‘eenheid’ een spannend onderwerp binnen de vroege christelijke gemeente. Zie Handelingen 15 en bijvoorbeeld Galaten. Zal het thema ‘eenheid’ voor ons ook niet een uitdaging blijven? Dat is confronterend, aangezien Pinksteren – denk aan het talenwonder – het begin is van een gemeente die de Heere principieel veelkleurig heeft gewild. Maar wel op de ene grondslag van Christus en zijn Evangelie.    

Volgen

Op ordelijke wijze legt Petrus verantwoording af. Hij begint met zijn visioen. Vermoedelijk heeft Petrus dit beleefd als een test: blijft hij trouw aan de voorvaderlijke geboden, ook de spijswetten, juist als er druk wordt uitgeoefend? Maar Petrus ervaart dat de Heere hem door de opdracht in het visioen over een grens duwt. Zo wordt hij voorbereid op de ontmoeting met de afvaardiging van Cornelius en met hemzelf. Daarbij hoort het samen eten. Waar de Heere hem leidt door de Geest, moet Petrus volgen. Hij maakt dat duidelijk door een hernieuwde uitstorting, een tweede Pinksteren in het huis van Cornelius. In huis bij hem die voor ons gevoel al zo’n goed gelovige is, maar Christus nog mist en daarmee de zaligheid mist. Pinksteren is ook: gehoorzaam volgen waar de Geest leidt om het Evangelie uit te dragen. Luister plaatselijk, in de eigen situatie, nauwkeurig naar de stem van de Geest: waar wil Hij ons brengen?   

Verheerlijken

Petrus’ critici werden rustig na het gehoorde (vs. 18a). De onrust wordt vervangen door lof aan God. Tenminste: voor het moment (zie het bovenstaande). God wordt geprezen omdat Hij ook aan niet-Joden die totale verandering van gezindheid en denken geeft, die naar hét leven leidt. Met al zijn vroomheid was Cornelius daar nog niet. Pas wie God in Christus kent, heeft zich definitief afgekeerd van de afgoden om de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon te verwachten. (1 Tess. 1: 9-10) Pinksteren daagt ons uit op zoek te gaan naar zoekers, over onze eigen grenzen heen. Tegelijk mogen we geen rust hebben tot zij en wij die in Christus gevonden hebben.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Laat de kinderen een kaart zien met uitnodiging voor een verjaardagsfeestje. Alleen is deze uitnodiging wel een merkwaardige: je moet aan bepaalde voorwaarden voldoen; anders ben je niet welkom. Lees die voorwaarden op: je moet een hele goede vriend zijn, je moet ook op voetbal zitten, je moet van Ronaldo houden en niet van Messi. Vraag aan de kinderen hoe zij het zouden vinden om zo’n uitnodiging te krijgen. Is op hun feestje dan wel ieder kind welkom, ook dat ‘stomme kind’? Bespreek dan met de kinderen dat de Heere een heel bijzonder uitnodigingsbeleid voert voor zijn grote feest, zijn grote maaltijd. Daar mogen mensen komen die wij er misschien helemaal niet zouden verwachten.   

Ds. E.J. Terpstra (1980) is predikant sinds 2006 en dient sinds 2020 de hervormde gemeente van Bunschoten-Spakenburg.   

Geraadpleegd

Prof. dr. H. Baarlink, Handelingen 11: 17, in: (red. Kerk en prediking) Postille 2001-2002, 122-124.

Darell L. Bock, Acts [Baker Exegetical Commentary on the New Testament], (Baker Academic, 2007).

Dr. John van Eck, Handelingen – de wereld in het geding, (Kok,2003).

Dr. J.T. Nielsen, Handelingen I, (Kok, 1998).

Tom Wright, Acts for everyone, Part 1; Chapters 1-12, (Westminster John Knox Press, 2008).

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken