Menu

Premium

Roddelen

Bij Marcus 6,1-6(a)/Marcus 6:1-6(a)

Aagje gaat vandaag naar de synagoge, het gebouw in het midden van het dorp. Ze schuift naast haar buurvrouw in de hoek op een stenen bank. Het is bekend dat haar broer Jezus er zal spreken. Daar zit hij, met zijn vrienden. Hij staat op en leest uit een boekrol. Daarna houdt hij een verhaal dat Aagje niet helemaal kan volgen. Maar ze snapt wel dat ze een bijzondere tijd meemaken, nu iedereen zo naar Jezus opkijkt en veel mensen zeggen dat ze door hem beter zijn geworden. Maar de mensen in het dorp kunnen dat ook weer niet goed hebben. Als de dienst in de synagoge voorbij is, gaan ze op straat lekker over Jezus kletsen. De eerste zegt: ‘Eigenlijk is Jezus wel een wijze man.’ De tweede zegt: ‘Klopt, Jezus is een eigenwijze man.’ De derde zegt: ‘Wat een eigenwijze man is die Jezus, zeg!’ De eerste zegt: ‘Een toptimmerman was hij niet. Hij sloeg met een hamer eens een spijker scheef in het hout.’ De tweede zegt: ‘Jezus heeft met een hamer eens het halve huis kapotgeslagen.’ De derde zegt: ‘Jezus heeft met een hamer eens zijn buren bedreigd.’ De eerste zegt: ‘Wat moet dit vreemd zijn voor Maria en de broers en zussen van Jezus.’ De tweede zegt: ‘Inderdaad, het is een vreemde familie.’ De derde zegt: ‘Het is daar niet pluis in huis. Ik ga voortaan naar een andere timmerzaak.’ Jezus hoort die praatjes heus wel. En zijn familie ook. Die beginnen zich wat ongemakkelijk te voelen. Aagje niet, die is erg boos als ze die praatjes hoort. Maar het helpt niet. Jezus vindt het zelf ook het beste om maar naar een andere plaats te gaan waar de mensen meer aan hem kunnen hebben.

Nieuwe boeken