Naaste willen zijn
‘Heb God lief en uw naaste als uzelf.’ Ware woorden. Maar wie is mijn naaste? Het draait in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan om een andere vraag: of jij naaste wilt zijn van een ander die voor dood langs de weg ligt.
‘Heb God lief en uw naaste als uzelf.’ Ware woorden. Maar wie is mijn naaste? Het draait in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan om een andere vraag: of jij naaste wilt zijn van een ander die voor dood langs de weg ligt.
Wildvreemde types trekken ineens naast, onder of boven je in, met meubels, kinderen en een kat, en met een beetje geluk beginnen ze gelijk te boren en te timmeren dat het een aard heeft. Geluk ja, want dat getimmer betekent dat de overlastbalans positief doorslaat naar jouw kant. Je kunt dus rustig eens een feestje geven of keihard The Stranglers of Rachmaninoff opzetten zonder dat de nieuwe buren aan de deur gaan staan klagen. Jammer dat je ook nog buren aan de andere kant hebt.
Een nieuw jaar ligt voor ons. Ik laat de kaartjes met alle goede wensen nog even hangen. Fijn om ze zo nog weer te kunnen lezen, het contact te voelen, het handschrift te herkennen. De goede wensen en brieven spiegelen iets van het contact en de droom van verlangen en verbinding die tussen mensen leeft.
Twee jongens, vrienden, die verschillend opgroeien en een ander leven leiden. Maar ook: de vader van één van beide jongens, die een centrale rol speelt. Vriendschap, levensloop, bestemming… het komt allemaal aan bod
Aan onze schutting hangt al jaren een insectenhotel. Dat is een klein houten huisje met eindeloos veel gaatjes en gangetjes. Achter het ‘raampje’ zie je geen meubilair, maar dennenappels en houtsnippers. De gedachte is – de naam zegt het al – dat de insecten in onze tuin zich er welkom voelen.
Kindertheologie is een open en gelijkwaardige, actieve en ontdekkende manier van omgaan met kinderen en de Bijbel en geloof. In het eerste deel van dit Theologisch drieluik heb je kennisgemaakt met kindertheologie, in deel twee las je over de theoretische achtergronden ervan. In dit derde deel geef ik je graag vijf ‘sleutels’ om zelf aan de slag te gaan.
In haar drieluik over ecotheologie houdt Yanniek van der Schans een terecht en broodnodig pleidooi om een andere koers te gaan varen als welvarende, westerse mensen en ‘kerk’. Dat dienen we te doen op grond van bijbelse rechtvaardigheid en naastenliefde. Die visie onderschrijf ik van harte. Toch valt de ecotheologie (of ecologische theologie) als vakgebied niet samen met de persoonlijke christelijke roep om een vernieuwde ecologische levensstijl en praxis, wat Van der Schans lijkt te impliceren (met name in deel 2 en 3 van haar drieluik).
In het eerste deel van dit Theologisch drieluik heb je kennisgemaakt met kindertheologie als een open en gelijkwaardige, actieve en ontdekkende manier van omgaan met kinderen en de Bijbel en geloof. Vandaag lees je over de theoretische achtergrond van kindertheologie. In het volgende deel (21 januari 2022) van deze serie maak ik ten slotte de vertaalslag van deze theorie naar de praktijk.
Achter een gebouw van meer dan honderd jaar oud, en in de marge van het lawaai van de stad, bevindt zich onze tuin. Dat hofje ontleent zijn naam aan een groot denker: Hugo Grotius of Hugo de Groot. Het is een van de vele hofjes van gemeenschapsleven in Amsterdam. Deze tuin is niet alleen een echte plaats, maar kan ook dienen als metafoor. Sommige van de mensen die er leven zijn christen. Er zijn bijna honderd bewoners, maar twaalf van hen zoeken het gemeenschapsleven bewuster op. Deze twaalf kijken met andere ogen naar de tuin.