Menu

None

Slavernij, ´Brandmerk´ in de Joodse geschiedenis

Godsdienstvrijheid“ Slaven waren wij, voor Farao in Egypte. Als de Eeuwige, onze G´d, onze voorouders toen niet had uitgevoerd, dan zouden wij, onze kinderen en onze kleinkinderen nog steeds voor deze Farao in Egypte tot slaven zijn”. Ieder jaar opnieuw, tijdens het Pesachfeest brengen wij met deze woorden de slavernij van het Joodse volk in herinnering.
Maar dit doen we niet alleen één keer per jaar. Nee, iedere dag, tijdens de dagelijkse gebedsdienst heeft de Jood de verplichting om melding te maken van die bevrijding door Zijn sterke Hand en zijn Uitgestrekte Arm……………
De geschiedenis van de slavernij is de Jood altijd bijgebleven. Zoals de slaaf het brandmerk voor altijd in het lichaam blijft dragen zo blijft het ´brandmerk´ van de Egyptische slavernij onuitwisbaar gemarkeerd in de geschiedenis van het Joodse Volk.
Maar de geschiedenis heeft over de slavernij meer ter vertellen aan de Jood dan het verhaal in Egypte. Slavernij hebben wij immers niet alleen ervaren als de onderdanige partij. Net zoals onze medeburgers in de 17e, 18e en 19e eeuw hebben wij, de Joodse gemeenschap, ook ons aandeel gehad in het bedrijven van slavernij. De handelsgeest van die eeuwen heeft ons ook deelgenoot gemaakt aan de donkere praktijken in Afrika. Evenzo wij waren eigenaren van de plantages in Brazilië en Suriname. De invoer en uitvoer van die goederen die ons rijkdom verschaften beroofden de slaven van huis en haard, de ouders van hun kinderen, vrouwen van hun mannen.  
Ook wij hebben ontheemden, voordat deze omkwamen van verdriet, ellende, uitputting en mishandeling, voor ons laten werken. Zoals wij ooit zelf eens die lijdende rol hebben moeten vervullen in Egypte.
Terwijl ik deze woorden opschrijf vertelt mijn kalender mij dat het de 17e dag van de Joodse Maand Tammoez is. Met deze ´vastendag´, de hele dag geen eten en geen drinken, leiden wij een periode in van droefheid. Over drie weken sluiten wij deze rouwperiode af. Het is dan de 9e dag van de maand Aw. Dat is de datum waarop ooit de stad Jeruzalem viel. De Tempel werd verwoest. De Joodse inwoners van het Heilige Land werden als ballingen, als slaven, van huis en haard weggevoerd.
Als slaven werden wij de diaspora ingevoerd. Om ons zelf, eeuwen later, ook schuldig te maken aan het wegvoeren van slaven en aan het uitbuiten van onze medemens.
De geschiedenis kunnen wij niet terugdraaien. De wonden van toen kunnen wij vandaag niet helen. Een ´schuld belijden´ van daden van vroegere generaties kent het Jodendom niet. Maar er zijn andere mogelijkheden. Het Jodendom kent andere verplichtingen. Om mij heel kom ik veel onbegrip tegen wanneer het Joodse aandeel van de slavernij ter sprake komt? ´Wij? Hebben wij daar ook aan meegedaan? Wij Joden zijn zelf toch altijd slachtoffers geweest?´
Het eerste wat wij zouden moeten doen is kennis te nemen van de geschiedenis. De geschiedenis van de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap in ons land aan de ene kant en de Joodse gemeenschap in Nederland aan de andere kant blijkt immers door die duistere slavernij op een voor de Jood schrikbarende manier met elkaar verbonden.
Tenminste zullen wij bij de nazaten van de slavernij aan tafel moeten schuiven om naar hun verhaal te luisteren, om deelachtig te worden van hun geschiedenis. Samen zullen wij moeten proberen om met die geschiedenis te leren leven. Samen, naast elkaar en niet tegenover elkaar. Deze keer, wij aan de kant van de daders.
Regelmatig kom ik ze tegen, jonge Duitsers, die in het reine proberen te komen met de misdaden van hun grootouders. Jonge Duitsers bezoeken die verschrikkelijke plaatsen in Polen om met eigen ogen te zien welke vreselijke misdaden hun voorouders daar hebben begaan. Tot tranen geroerd staan zij daar in volstrekte verwarring, om zich uit eindelijk te laten troosten door een jonge Israëliër die het gesprek met hen durft aan te gaan.
De geschiedenis kunnen wij niet terug draaien. Wel kunnen wij de nazaten van de slavernij tonen dat het Jodendom de Jood de kracht geeft om eerlijk en oprecht onder ogen te zien dat de slavernij onze geschiedenis als een brandmerk heeft bezoedeld.
Honderdvijftig jaar na de officiële afschaffing is daar de tijd voor gekomen…

Lody van de Kamp werkt momenteel aan een roman over slavernij in de Joodse geschiedschrijving. Kijk voor een overzicht van zijn uitgaven op de website van Boekencentrum Uitgevers.

Wellicht ook interessant

Kaart Noord-Afrika
Kaart Noord-Afrika
None

Interview: ‘Augustinus vocht niet alleen voor orthodoxie, hij was de uitvinder’

In haar boek Augustinus de Afrikaan werpt classica Catherine Conybeare een nieuw licht op een van de meest bekende figuren uit de kerkgeschiedenis: Augustinus van Hippo (354-430). Hoewel hij tot nu toe vooral gezien is als invloedrijk voor de ontwikkeling van de Europese cultuur, beargumenteert Conybeare dat het zien van Augustinus als een Noord-Afrikaan essentieel is om zijn werk goed te kunnen begrijpen. Maar het verhaal over zijn Afrikaanse identiteit is, net zoals zijn theologische overtuigingen, niet een kwestie van simpele categorieën. Wouter Hofland ging met Catherine Conybeare in gesprek.

Hendrikus Berkhof
Hendrikus Berkhof
None

Thema: Hendrikus Berkhof

Hendrikus Berkhof (1914-1995) is een van de meest invloedrijke Nederlandse theologen van de twintigste eeuw. Karel Blei schreef de biografie Hendrikus Berkhof, een fascinerende levensverhaal van deze creatieve theoloog, die er levenslang naar zocht het evangelie verstaanbaar te maken voor een naoorlogse samenleving. Hij ging daarbij het gesprek aan met alle richtingen in de theologie, van orthodox tot vrijzinnig. Evert Jonker, emeritus hoogleraar praktische theologie en net als Berkhof was hij predikant in de hervormde gemeente Lemele en Archem en ook werkzaam aan het theologisch seminarie in Doorn, is te gast in deze aflevering van De theologie podcast. Tom Mikkers gaat met hem in gesprek over het leven en de betekenis van Hendrikus Berkhof.

Nieuwe boeken