Preview: Augustinus de Afrikaan
Lees een fragment uit het boek Augustinus de Afrikaan
Zo bekend als de belangrijkste kerkvader van het Westen onder christenen is, zo onbekend is zijn Afrikaanse achtergrond. Catherine Coneybeare beschrijft in haar boek Augustinus de Afrikaan hoe juist zijn Afrikaanse achtergrond Augustinus’ vormde tot de persoon die hij was. Lees hieronder een stukje uit de proloog.
Aurelius Augustinus, beter bekend als Augustinus van Hippo of simpelweg Sint-Augustinus, is een van de meest invloedrijke schrijvers en denkers ooit. Zijn werk droeg bij aan de ontwikkeling van niets minder dan het westerse christendom en de westerse filosofie. Aan zijn Belijdenissen hebben we het genre van de autobiografie te danken zoals we dat vandaag de dag kennen. Zijn De stad van God bood een nieuwe kijk op de menselijke geschiedenis en nieuwe manieren van denken over geluk en gerechtigheid. Hij zou later bekend komen te staan als een van de vier ‘vaders’ van de Latijnse kerk, samen met Ambrosius, Hiëronymus en paus Gregorius de Grote. Van deze vier heeft het gedachtegoed van Augustinus verreweg de meeste invloed uitgeoefend, tot op de dag van vandaag.
Wortels weggewuifd
Maar door al die aandacht voor zijn invloed op het westerse denken missen we vaak een belangrijk punt: Augustinus was een Afrikaan. Eeuwenlang zijn zijn Noord-Afrikaanse afkomst en Amazigh – Berberse – wortels gewoon weggewuifd en is het feit dat al zijn belangrijkste werken uit een Afrikaanse context voortkwamen genegeerd. Eenmaal toegeëigend voor een westerse versie van het christendom in Europa worden ze gelezen alsof het niet uitmaakt waar ze geschreven zijn. Augustinus de Afrikaan, de man in zijn eigen milieu, is uit beeld verdwenen. Belangrijke onderdelen van de cultuur die Europa als de zijne beschouwt, zijn eigenlijk afkomstig uit Afrika.
Belangrijke onderdelen van de cultuur die Europa als de zijne beschouwt, zijn eigenlijk afkomstig uit Afrika.
Pas toen ik een paar jaar geleden het thuisland van Augustinus bezocht, het hedendaagse Algerije, besefte ik van welk fundamenteel belang de Afrikaanse context van Augustinus is voor zijn werken – en dus voor de talloze schrijvers en denkers die daarop hebben voortgebouwd. Met de late herfstzon in mijn gezicht liep ik door de verlaten ruïnes van Augustinus’ dorp. De bergen achter mij waren in een herfstnevel gehuld en de graspluimen tussen de omgevallen zuilen wierpen hun scherpe schaduwen. Toen ik over de zee uitkeek, in de richting van Italië in het noorden, begon ik een beetje te begrijpen waarom Augustinus zulke gemengde gevoelens had over de heersende macht uit Rome. Veel van Augustinus’ gerijpte ideeën kwamen voort uit zijn vermogen om vanuit Afrika naar Rome te kijken en zijn overheersing te bekritiseren.
Afrikaanse taal en cultuur
Terug uit Algerije begon ik Augustinus’ werk opnieuw te lezen. Ik ontdekte dat alles aan zijn leven nieuwe betekenis krijgt zodra het in al zijn dimensies als een Afrikaans leven wordt beschouwd. In dit boek wordt die nieuwe betekenis voor het eerst beschreven. De ruzies waarin Augustinus verzeild raakte, de bondgenootschappen die hij sloot, de intellectuele en filosofische standpunten die hij aanhing – allemaal werden ze beïnvloed door het feit dat hij een Afrikaan was. De Noord-Afrikaanse taal Punisch droeg bij aan zijn ideeën over de vertaling van de Bijbel. De afgesplitste Noord-Afrikaanse kerk verscherpte zijn interpretatie van de Bijbel. De Noord-Afrikaanse politiek hielp hem bij het ontwikkelen van zijn theorie van de rechtvaardige oorlog. Op meerdere fundamentele manieren vormde Afrika het leven en denken van Augustinus.
Het was Augustinus zelf die mij voor het eerst wees op de belangrijke plek van Afrika in zijn leven. Meer dan twintig jaar geleden las ik de vroegste van zijn overgeleverde geschriften, een reeks filosofische dialogen die hij onmiddellijk na zijn bekering tot het christendom had geschreven. Augustinus’ familie en enkele oud-leerlingen nemen deel aan de dialogen, en samen bieden ze een soort momentopname van dat punt in zijn leven. In deze dialogen laat hij vallen dat hij door zijn leerlingen in Rome werd bespot om zijn Afrikaanse manier van spreken. Augustinus was opgeklommen tot redenaar aan het keizerlijk hof; niemand in het Romeinse Rijk was een vaardiger spreker dan hij. Toch schreef hij: ‘Het is een ding om zelfverzekerd te zijn over mijn kunsten, maar heel iets anders om zelfverzekerd te zijn over mijn afkomst.’ Hij wist dat zijn vaardigheid in het Latijn ongeevenaard was, maar voelde zich onzeker over zijn achtergrond.
Ontheemd
Dit verbaasde mij, en ik begon al snel meer van dit soort sporen in het werk van Augustinus op te merken. Zo voelde hij mee met de Afrikaanse koningin Dido toen hij op school over haar las. Dit symboliseerde een duidelijke afwijzing van de Romeinse identiteit, terwijl zijn opleiding juist gericht was op het omarmen daarvan. Door zijn Afrikaanse manier van spreken bleef hij de klinkers van het Latijn verwarren, een probleem waar hij zich maar al te zeer bewust van was. Hij voelde zich ontheemd, als iemand die ronddwaalt, en dat gevoel kwam centraal te staan in de theologische visie die hij ontwikkelde. Hoe meer van deze sporen ik zag, hoe menselijker Augustinus voor mij werd: een gepassioneerd en gecompliceerd persoon, stekelig en kwetsbaar, briljant en hardwerkend, een trouwe vriend, een liefdevolle vader en een geduchte tegenstander.
Zijn hele leven lang was Augustinus zich er scherp van bewust dat hij uit een klein dorp in Afrika kwam en niet uit het grote Rome of Milaan. Hij lijkt zich echter niet bijzonder bewust te zijn geweest van etnische verschillen. Zo heeft hij het nergens over zijn eigen uiterlijk of huidskleur. Hoewel zijn moeder waarschijnlijk uit de toon zou vallen in de sociale kringen waarin hij zich in Rome of Milaan bewoog, benoemt hij nergens haar Berberse afkomst en moeten we die afleiden uit haar naam. Ook zien we in zijn preken geen aanwijzing om te denken dat hij het ras van zijn gemeenteleden relevant vond. In het late Romeinse Rijk hing je sociale mobiliteit af van je manier van spreken en van de regio waar je uit kwam, niet van je uiterlijk. Een Afrikaanse manier van spreken bestempelde je als ondergeschikt, ongeacht welke huidskleur je had.
Een Afrikaanse manier van spreken bestempelde je als ondergeschikt, ongeacht welke huidskleur je had.
Over de Middellandse Zee
Met uitzondering van vijf onrustige jaren in Italië bracht Augustinus zijn hele leven door in Noord-Afrika, in de kustgebieden van het huidige Algerije en Tunesië. Hij werd in het jaar 354 na Christus geboren als zoon van een Berberse moeder en een Romeinse vader in een dorpje genaamd Thagaste, dat ongeveer zeventig kilometer landinwaarts ligt, dicht bij de hedendaagse grens tussen Algerije en Tunesie. Hij studeerde en gaf les in Carthago, aan de noordzijde van het moderne Tunis.
Vervolgens reisde hij af naar Italië, waar hij vijf jaar in Rome en Milaan doorbracht. Hij werd in 387 in Milaan tot christen gedoopt en keerde kort daarna terug over de Middellandse Zee naar zijn geboorteplaats. In 391 streek hij neer in Hippo, het huidige Annaba, aan de Algerijnse kust. Daar stichtte hij een klooster waarin hij eerst monnik en later bisschop was. Hippo zou de rest van zijn leven zijn thuisbasis blijven. Augustinus stierf in het jaar 430. Hij was toen al een imposante figuur in de christelijke wereld, en de paus bevestigde zijn dogmatische gezag in 431, het jaar na zijn overlijden.
Vergeten achtergrond
Zijn talloze geschriften – meer dan vijf miljoen woorden zijn er van hem bewaard gebleven – werden gedurende de middeleeuwen herhaaldelijk gekopieerd. Tijdens het kopiëren werden sommige specifieke verwijzingen naar Afrika verwijderd, en de oorspronkelijke context raakte vergeten. Schrijvers vertaalden de werken van Augustinus, bewerkten ze, maakten er uittreksels van en stelden bundels van de ‘grootste hits’ samen. Bisschoppen namen stukjes uit zijn preken en maakten er hun eigen preken van.
Mensen schreven hun eigen of andermans werk toe aan Augustinus: zo was er een goede kans dat het bewaard zou blijven. Er was geen complot om zijn Afrikaanse identiteit uit te wissen; die was gewoon niet interessant of relevant voor de mensen die de traditie voortzetten. Dat gevoel werd versterkt toen in de zevende eeuw islamitische strijdkrachten in Noord-Afrika de macht overnamen en het christelijke erfgoed daar verloren leek.
Er was geen complot om zijn Afrikaanse identiteit uit te wissen.
Het proces van het redden, kopiëren en bewaren van de manuscripten, waardoor Augustinus’ werken in antieke bibliotheken de tand des tijds doorstonden, vond volledig plaats in Europa. De nalatenschap van Augustinus werd beheerd en geëerd in het Europa van de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Hierdoor werd de kenmerkende Afrikaanse context van Augustinus’ leven uitgewist. Dat maakte het makkelijk om te vergeten dat Augustinus een Afrikaan was.
Catherine Coneybeare is een gerenommeerd classicus, werkt als hoogleraar geesteswetenschappen aan Bryn Mawr College en woont in Pennsylvania. Ze is de eerste vrouw die na een lange tijd weer een biogafie van Augustinus schreef. Ze treedt in de voetsporen van journaliste Rebecca West, die dit bijna een eeuw geleden voor het laatst deed. Binnenkort verschijnt Coneybeare’s boek Augustinus de Afrikaan.
Wil je Augustinus de Afrikaan bestellen?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast.
Word lid van Theologie.nl
Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand.Â
