Menu

Premium

17.9. Nu al genezing?

Zie ook

Heidelbergse Catechismus

Vraag 123: Wat is de tweede bede?

Antwoord: Uw rijk kome. Dat wil zeggen: regeer ons zo door Uw Woord en Uw Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen; bewaar Uw kerk en breid haar uit; vernietig de werken van de duivel en elke macht die zich tegen U verheft, evenals alle boze plannen die tegen Uw heilig Woord beraamd worden; totdat de volkomenheid van Uw rijk aanbreekt, wanneer Gij alles zult zijn in allen.

Relatie van het thema tot het hoofdthema

Met ziekte komen we allemaal in aanraking. Of omdat we zelf ziek zijn of worden, of omdat mensen om ons heen ziek zijn of worden. Wie biddend onderweg is, zal dit een plek geven in zijn of haar gebeden. Wat zeg je dan? Wat vraag je dan? Wat mag je verwachten? Wat heeft God beloofd?

De leefwereld van de hoorder

Ziekte doet wat met je. Boosheid, verdriet, wanhoop, verzet, onverschilligheid, het kan allemaal in je naar boven komen. Ziekte doet ook wat met de mensen om je heen. Veelal leven ze mee, maar je kunt (vooral als de periode van ziek zijn langer wordt) ook teleurgesteld raken. Je voelt je toch alleen staan. Zij die psychisch vastgelopen zijn, verzuchten: ‘Had ik maar een been gebroken, dan zou ik zo veel makkelijker kunnen uitleggen wat eraan schort. Nu voel ik me zo vaak onbegrepen.’

Wij leven in een cultuur waarin jong zijn, gezond zijn, mooi zijn erg belangrijk is. Tegelijkertijd vinden we het lastig om met ziekte, lijden en handicaps om te gaan. We vinden het moeilijk om ziekte te aanvaarden. De reclame houdt ons in dat opzicht een spiegel voor. Ons geluk lijkt afhankelijk te zijn geworden van onze gezondheid. Maar, zo wordt ons voorgehouden, die gezondheid en vitaliteit is bereikbaar als je maar gezond leeft / aan yoga doet / bidt en gelooft / …

Binnen de christelijke gemeente kennen velen de naam van evangelist Jan Zijlstra en is het verhaal van Janneke Vlot bekend, die na zeventien jaar opstond uit haar rolstoel. Ook zijn er in de gemeente wellicht ervaringen met ziekenzalving.

Het thema van deze leerdienst is actueel en roept vragen op. Waarom gebeuren zulke wonderlijke genezingen niet bij ons? Mag ik inderdaad genezing verwachten, omdat God niet anders wil dan mij beter maken? Sommige gemeenteleden zullen de boeken van bijvoorbeeld M.J. Paul en W.J. Ouweneel over dit thema gelezen hebben, en zijn daardoor aan het denken gezet. Is het waar dat we op het punt van gebedsgenezing een blinde vlek hebben en fundamentele bijbelse gegevens hebben laten liggen?

Met het oog op de tieners

Wie weleens samen met tieners naar de genezing van Janneke Vlot heeft gekeken (het filmpje is op internet eenvoudig te vinden), weet dat de reacties uiteenlopen. ‘Is dat echt gebeurd? Was ze echt ziek? Hoe kan dit? Wat een wonder! Daar wil ik ook een keer naartoe. Waarom gebeurt dit niet in onze gemeente? Ik bid ook al jaren voor mijn zieke moeder, waarom verhoort God mijn gebed dan niet?’ Tieners worden hier wellicht vaker mee geconfronteerd dan ouderen, omdat ze vaker in charismatische gemeentes of op opwekkingsbijeenkomsten komen. Ze kunnen de genezingen die ze meemaken soms ook als pijnlijk ervaren, omdat ze in hun eigen nabije omgeving met zieken te maken hebben die niet genezen, terwijl er wel gelovig gebeden wordt. Bovendien: een toenemend aantal jongeren kampt met allerlei stoornissen die niet geneesbaar zijn en die hen eenzaam en onbegrepen door het leven doet gaan (ook binnen de gemeente).

Met het oog op de kinderen

Als er iets is waar kinderen bijna als vanzelf voor bidden, dan is dat voor zieke mensen (of zieke dieren). Verwachtingsvol wenden ze zich tot God die alles kan. Kinderen kunnen teleurgesteld zijn (en verdrietig) als hun gebed om genezing niet verhoord wordt. Daarbij komt dat kinderen die de verhalen uit de Bijbel horen waarin zieken genezen worden, deze toepassen en tot zich nemen als verhalen die nu (kunnen) gebeuren. ‘Waarom geneest God nu dan niet meer?’ is een vraag die ook bij hen kan opkomen. ‘Het is voor Hem toch een fluitje van een cent?’

Uitleg

Opmerking vooraf: wie naar informatie zoekt over de missionaire taak, zoals die in de uitleg van Zondag 48 genoemd wordt in de uitdrukking ‘bewaar Uw kerk en breid haar uit’, verwijzen we naar de inleiding van dit boek. In vraag en antwoord 123 wordt niet expliciet ingegaan op het thema dat in deze schets centraal staat. Daarom een uitleg van het thema ‘Nu al genezing?’ en niet zozeer een uitleg van de catechismus.

We hebben in ons land kundige artsen en we beschikken over goedwerkende medicijnen. Voor veel mensen op deze wereld is dat iets waarvan ze enkel kunnen dromen. God heeft ons rijk gezegend, maar zien we dat ook zo? Danken we God even uitbundig voor een geslaagde operatie als voor een wonderlijke genezing in een gebedsdienst? Als het gaat om ziekte en gezondheid hebben we ook onze eigen verantwoordelijkheid. Door bepaalde patronen in ons leven te veranderen, geven we ons lichaam de kans om zich te herstellen. Een positieve instelling draagt daaraan bij.

Niet alleen Jezus deed tijdens Zijn leven genezingswonderen (Mat. 4: Hij genas alle zieken die tot Hem kwamen), ook in het boek Handelingen lezen we daarover (bijv. 5:12-16). Denk ook aan 1 Korinthe 12 (gave om te genezen, wonderen te verrichten) en aan Jakobus 5. Dit nieuwtestamentische perspectief spoort ons aan om ook in deze tijd wonderen van God te verwachten. Genezingswonderen horen bij de christelijke gemeente, waar al iets geproefd mag worden van het gekomen en komende Koninkrijk/Koningschap van God. Het is de vraag of wij christenen in de westerse wereld voldoende rekening houden met een onmiddellijk ingrijpen van God. Een belemmering kan worden gevormd door het aanhangen van een gesloten wereldbeeld of de zogenaamde streeptheologie: wonderen van genezing vonden alleen plaats ten tijde van Jezus en de eerste christelijke gemeente.

Wij dienen afstand te nemen van de dwaling dat het in het christelijk geloof toch vooral gaat om de ziel, die straks eeuwig leeft bij God. De redding in Jezus Christus is een redding naar ziel en lichaam. De genezingswonderen van Jezus moeten we daarom niet (te vaak) vergeestelijken. We dienen ze te laten staan als tekenen waarmee Jezus ons duidelijk maakt waarvoor Hij gekomen is: om ons helemaal heel maken. We mogen dan ook met verwachting en concreet bidden om genezing van onze zieken.

Geneest God iedereen, die daar gelovig om bidt? Het antwoord is ‘nee’. We leven immers in de tijd tussen Christus’ eerste en tweede komst. Dat is het tijdperk van de Heilige Geest. Hij is ons geschonken als een voorschot (2 Kor. 1:22), als een vooruitbetaling van het heil dat in Christus is gekomen, maar dat pas in zijn totale volheid zal doorbreken als Christus terugkomt. Dan zullen onze vernederde lichamen gelijkvormig worden aan Zijn (nu al) verheerlijkt lichaam (Filp. 3:21). In de discussie over wat we van God mogen verwachten, is zicht hebben op deze rode draad in de Bijbel cruciaal. Zijlstra en Ouweneel bijvoorbeeld verdisconteren deze grondlijn onvoldoende. We hoeven niet krampachtig te zoeken naar een oorzaak voor uitblijvende genezing. Want het Nieuwe Testament leert ons dat het Rijk van vrede en geluk nog toekomstmuziek is.

Kan een tekort aan geloof genezing dan niet in de weg staan? Dat kan. Jezus zegt vaak genoeg dat het geloof de zieke heeft behouden. We moeten er alleen geen systeem van maken. Jezus geneest ook mensen die niet zo veel geloof hebben (negen van de tien melaatsen). Jezus geneest ook mensen om daarmee te bewijzen dat Hij de Messias is; en soms komt het geloof pas na de genezing. De oorzaak kan ook liggen bij degene die om genezing bidt (Mat. 17:14-21). Ook het geloof van de mensen om de zieken heen is belangrijk (Mark. 2:1-12 en Mat. 8:13). Hoe zit het met niet beleden zonden, de onwil om je leven te beteren, slordigheid in de omgang met God, occulte en duivelse invloeden, God die ons tuchtigt en iets wil leren? Het kunnen oorzaken zijn waarom God niet geneest.

Belangrijk is dat we van deze dingen geen systeem maken. Alsof er een oorzaak gevonden moet worden waarom God niet geneest. Dan gaan we uit van de vooronderstelling dat iedereen die gelovig bidt, genezen zal worden. Dat is, gerelateerd aan de grondlijn in het Nieuwe Testament een onhoudbare stelling. De vraag waarom God niet iedereen geneest, kan vanuit bijbels-theologisch perspectief heel bevredigend beantwoord worden. Voor hen die ziek zijn en niet genezen worden, blijft het wel schrijnen. Waarom doet God wel een wonder bij de ander, maar niet bij mij?

Wij leven in een cultuur waarin gezondheid en vitaliteit de norm zijn, en waarin het mensen moeilijk valt om ziekte, lijden en pijn te aanvaarden. Dat werkt ook door in de christelijke gemeente. Tegelijk geeft het te denken dat er in de brieven in het Nieuwe Testament zo weinig over genezing wordt geschreven, terwijl er wel veel aandacht is voor het reddingswerk van Christus, de heiliging van ons leven en de terugkomst van Jezus Christus in heerlijkheid (vgl. bijv. Tit. 2:12,13). Uit het Nieuwe Testament blijkt dat God allereerst wil dat we ons aan Hem onderwerpen en Zijn koningschap erkennen.

Ook in de christelijke gemeente lijkt het soms alsof gezondheid het allerhoogste goed is. Alsof de verlossing in Jezus Christus niet alles overtreft. Alsof er geen hemelse heerlijkheid wacht. Heeft onze worsteling met ziekte, lijden en pijn ook te maken met een tekort aan verwachting van de toekomst van onze Heer? Kan gerichtheid op lichamelijke genezing ook een symptoom zijn van onze gerichtheid op deze aarde?

Waarom geneest God? Niet alleen om ons in het heden, in deze huidige wereld gelukkig te maken, maar vooral ook om ons te herinneren aan het goede Rijk dat op doorbreken staat. Een bijzondere genezing is brandstof voor de christelijke hoop. We zijn blij met de genezing van onze broeder of zuster, maar tegelijkertijd overvalt ons heimwee naar de wereld die komt (zonder ziekte, pijn, verdriet en rouw). We mogen zeker veel van God verwachten, maar er kan een moment komen dat we de gebrokenheid in ons leven onder ogen moeten zien en de realiteit van de ziekte erkennen. Dat is geen daad van ongeloof, dat is gelovige aanvaarding. Zodra in de kerk geen ruimte meer is voor blijvende pijn, onverhoorde gebeden en het zuchten van de schepping, is een bijbelse grens gepasseerd.

Christenen uit andere delen van de wereld geven aan ons terug dat wij christenen in het Westen niet goed kunnen omgaan met ziekte, lijden en pijn. We kunnen niet meer inzien dat God er ook iets positiefs mee kan bereiken (vgl. Rom. 5:2, 3; 8:28). Terwijl ook in ons land God door ziekte heen mooie dingen doet (‘Ik ben stil gezet’. ‘Ik ervaar Gods nabijheid’, ‘Ik ben gevoeliger geworden’, ‘Ik geniet veel meer van de kleine dingen die God geeft’). We mogen hier geen systeem van maken of denken dat we het wel even voor een ander kunnen invullen.

Wat doen we als we bidden om genezing? We zoeken Gods helende nabijheid. We verwachten veel, maar laten de uitkomst aan God over. Als we bidden, zetten we God niet onder druk en bevelen we Hem niet dit of dat te doen, maar geven we ons over aan God, wiens macht geen grenzen kent en die ons steeds weer verrast. De een zal genezen worden, de ander zal kracht ontvangen om zijn of haar ziekte te dragen, weer een ander zal in zijn geestelijk leven gezegend worden, een ander krijgt rust en vrede met zijn of haar naderende levenseinde. Evenwichtig bidden is van groot belang: veel van God verwachten, maar tegelijkertijd ons ook laten leiden door de Heilige Geest, die ons leert waar we om mogen bidden. Dit is het hart van vraag en antwoord 123 over het gebed: onze Koning kome.

Relevantie van het thema

Wij leven in een cultuur die geobsedeerd is door gezondheid en moeite heeft om ziekte, lijden en pijn te aanvaarden. De boodschap dat God de ziekte ook maar niets vindt en niets liever wil dan de ziekte ongedaan maken, past hier goed bij. Het verwoordt iets van het huidige levensgevoel, maar dan in een christelijk jasje.

De catechismus wijst ons echter een bijbelse weg. Wij worden aangespoord om verwachtingsvol uit te zien naar de uitbreiding van het Koningschap van God. Daaronder valt ook genezing, als een teken van Gods Koninkrijk. We worden tegelijkertijd bepaald bij de voorlopigheid van het gekomen Koninkrijk. Het beste, het volmaakte komt nog. De catechismus helpt ons om in ons gebed gericht te blijven op het juiste: ‘Regeer ons zo dat we ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen en voorbereid zijn op Uw terugkomst.’

Met het oog op de tieners

De catechismus herinnert ons eraan dat het niet gaat om religie (op onszelf gericht, zingeving vanuit de mens zelf), maar om geloof (God eist ons leven op en wij kunnen niet anders dan ons overgeven aan Christus, die onze Koning is en die het in ons leven voor het zeggen heeft). Tieners verkeren soms in verwarring als het gaat over genezingen tijdens gebedsbijeenkomsten, en hebben duidelijkheid nodig over hoe hun gemeente hierin staat. Het is goed om aan tieners duidelijk te maken dat de visie op genezing die ze elders tegenkomen, (ook) eenzijdig kan zijn (zie verder onder ‘Homiletische aanwijzingen’). Daarbij dienen ze niet uit het oog te verliezen dat een ‘gewone’ genezing ook een wonder is.

Het is ook een goede zaak om rond het thema ‘Biddend onderweg’ aandacht te hebben voor jongeren die worstelen met gevoelens van eenzaamheid en depressie, omdat ze anders zijn dan anderen. Als leeftijdsgenoten ben je in de gemeente ook met hen biddend onderweg.

Met het oog op de kinderen

Als we bedenken waar kinderen uit zichzelf voor bidden, wordt de relevantie van de catechismus vanzelf helder. De catechismus bevat onderwijs waardoor ze kunnen groeien in het bidden: minder eenzijdig bidden en meer gericht op het ‘regeer in mij met al Uw kracht’. Het is van belang hoe ouders en gemeenteleden bidden in situaties van ernstige en naar de mens gesproken ongeneeslijke ziekte. Wanneer bid je nog om genezing, en welk godsbeeld geef je daarin aan kinderen mee? Besef het gevaar dat bij kinderen de karikatuur gaat leven van een God die wel genezen kan, maar het blijkbaar meestal niet wil.

Relevante bijbelgedeelten

Onder ‘Uitleg’ worden veel teksten en passages genoemd. Denk bijvoorbeeld aan Numeri 21, 2 Koningen 20, Psalm 30, 103, Jesaja 38 en Jakobus 5. Veel passages in de Evangeliën handelen over genezingswonderen, bijvoorbeeld Markus 2:1-13, 3:1-6 en 7:31-37; Johannes 5:1-18 en 9:1-41. Mattheüs 7:15-23 spreekt over mensen die in Jezus’ naam grote dingen doen en toch niet behouden zijn. 2 Korinthe 12:7-10 gaat over de gebedsworsteling van Paulus en over Gods genadige reactie.

Aanwijzingen voor de leerdienst

Doelstelling

Na de leerdienst weet de gemeente zich geholpen in de vragen rondom wel of geen genezing op het gebed. Ze heeft de preek ervaren als een aansporing om verwachtingsvol te bidden en meer en meer uit te zien naar het Koninkrijk van God, waarin niemand meer zal zeggen: ‘Ik ben ziek.’

Homiletische aanwijzingen

Een preek over dit thema dient vanwege de aard van het onderwerp op zorgvuldige wijze te worden opgebouwd. Dat kan het best gebeuren wanneer de bouwstenen die onder ‘Uitleg’ worden aangereikt, op geordende wijze worden uitgewerkt. Het gaat er daarbij niet zozeer om dat de prediker pasklare antwoorden geeft op de vragen van de hoorders, maar om samen te luisteren naar de woorden en de aanwijzingen die de Schrift ons hierover aanreikt. Laat als prediker merken dat het vaak gaat om zoeken en tasten naar de wil van de Here. Hoe meer de prediker pastor is, hoe beter; met andere woorden, hoe dichter bij de gemeenteleden, hoe beter. In het onderstaande worden bouwstenen aangereikt voor het maken en houden van de preek.

Om het contact te leggen tussen het onderwerp en de hoorders verdient het aanbeveling om te beginnen met een voorbeeld van iemand die wel of niet genezen is. Daarmee wordt een valide insteek geboden om zich in het onderwerp te verdiepen. Bij de gevoelens en gedachten die daarbij bovenkomen, kunnen de hoorders worden uitgenodigd om te luisteren naar wat de Here ons in Zijn Woord daarover leert, en hoe we in de praktijk van het geloofsleven daarmee kunnen omgaan. Met behulp van trefwoorden uit de uitleg kan kort worden gezegd om welke dingen het vooral in de preek zal gaan.

Voor alles gaat de Bijbel open en worden naar aanleiding van kernteksten en concrete voorbeelden enkele belangrijke grondlijnen over het thema aangewezen. Uitgewerkt wordt hoe diverse psalmen zingen over genezing, diverse profeten profeteren over verhoring. Voorbeelden, zoals de genezing van de slangenplaag van Israël in de woestijn (de straf in Numeri 21) en die van koning Hizkia (2 Koningen 20), maken duidelijk hoezeer de Here een God is die het gebrokene heelt en de bidder genadig verhoort. Op andere plaatsen in de Bijbel lezen we over redenen waarom de Here gebeden niet verhoort. Bespreek enkele hiervan met behulp van de uitleg. Centraal komt te staan het optreden van Jezus, de wonderen van genezing die Hij deed en die Zijn discipelen deden. Welke betekenis hadden die genezingen? Het moet duidelijk zijn dat zij geen doel in zichzelf hebben − niet alle zieken werden genezen − maar dat zij tekenen zijn van het Koninkrijk van God. Zij verkondigen op zichtbare wijze dat en hoe Jezus de Zoon van God is.

Vervolgens komen we tot de vraag hoe deze bijbelse gegevens vandaag in onze concrete situatie invulling krijgen. Ook nu geneest God zieken. Elke genezing komt van God en is een wonder, zelfs in het leven van ongelovigen. Daarvoor moeten de ogen geopend worden. Voor de gelovigen is elke vorm van genezing een genezing op het gebed. We hoeven in een biddende gemeente geen tegenstelling te zien tussen genezing langs de weg van medische behandelingen en genezing waar medische hulp faalde. In beide gevallen belijden we: de genezing is een wonder. Wel is het zo dat we geloven dat ook vandaag, daar waar alle menselijke hulp faalt, de Here toch genezing kan schenken. Nooit om het gebed, maar op het gebed. Wellicht kunnen daarvan enkele voorbeelden genoemd worden. Zijdelings kan worden ingegaan op de eenzijdige en geforceerde aandacht voor gebedsgenezing in speciaal daarvoor belegde bijeenkomsten door ‘gebedsgenezers’.

Maar wat als er geen genezing komt? Bespreek enkele van de onder ‘Uitleg’ genoemde redenen waarom gebeden niet worden verhoord. Maar maak ook duidelijk dat niet genezen worden niet identiek is aan niet verhoord worden. Hier dient de prediker pastor in optima forma te zijn. Wat is verhoren? In schets 17.1 vindt men daarover informatie. Wellicht kan hier worden ingegaan op het gebed van Paulus om verlossing van de doorn in zijn vlees. Die verlossing werd hem niet geschonken, maar zijn gebed werd wel, anders − genadig − verhoord (2 Kor. 12:7-10). Het is goed om hier dieper in te gaan op voorbeelden in de gemeente waarbij er op het gebed om genezing toch geen genezing kwam. Vanuit 2 Korinthe 12:9 kan worden uitgelegd dat God soms geen lichamelijke genezing schenkt, maar wel innerlijke heling. Hier kan dan ook worden getuigd van het wonder dat gemeenteleden die niet genezen worden, toch de kracht en de moed ontvangen om te leren wat het kruisdragen betekent. Hoe zij hun ziekte en invaliditeit kunnen dragen, doordat zij zelf door God gedragen worden. Ook mag het geloofsgetuigenis op sterfbedden een plaats krijgen. Hier wordt een plek van licht rondom het kruis zichtbaar (Noordmans) in een wereld waarin voor velen vitaliteit, bodybuilding en gezondheid alles is.

Soms is het goed om specifiek aandacht te besteden aan een bepaalde tekst over iets wat speelt in de gemeente, bijvoorbeeld Jakobus 5:14. Daar kan aan toegevoegd worden of en hoe ziekenzalving een plaats kan hebben in de gemeente, en welke betekenis deze heeft. Het misverstand dat ziekenzalving betekent dat er genezing volgt, kan behoedzaam worden omgebogen.

De preek kan worden afgerond met uitzicht te bieden op de komst van Gods Koninkrijk bij de wederkomst van Christus. De gemeente mag zich oefenen in het verwachtingsvol uitzien naar het herstel van de schepping, de vernieuwing van het lichaam naar het beeld van Christus. Bijvoorbeeld met behulp van Openbaring 21:4. Met als het grote einddoel de gloria Dei.

Met het oog op de tieners

De volgende intro kan tieners aanspreken: ‘Afgeladen vol is de sporthal op die doordeweekse avond. Waar anders volleyballers of voetballers spelen, staan nu keurig in rijen tuinstoelen opgesteld. Iedere plaats is bezet. Vooraan is speciale ruimte voor rolstoelen. Er wordt luid en enthousiast gezongen. Aan de muur hangt een groot spandoek: Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft! Al deze mensen wachten gespannen op de dingen die gaan komen. Want hier is een bekende gebedsgenezer. “Ik ben geen gebedsgenezer,” zegt hij een paar keer. “God geneest, verwacht het van Christus en niet van mensen.” Drie dagen heeft hij de sporthal afgehuurd. “Voordat die drie dagen om zijn, zal ik met ieder van u bidden,” belooft hij. Eerst zijn de reumapatiënten aan de beurt. Truus uit Meppel meldt zich. “Kan God je genezen?” vraagt hij. “Ja, dat kan Hij.” “Wanneer gaat Hij het doen?” “Nu,” antwoordt Truus. “In Jezus’ naam zeg ik dat je hersteld zult worden.” Truus is verbijsterd: “Het is weg!” Jos uit Brabant volgt. Hij heeft veel gewrichtspijn, al een jaar lang. “Reuma, word vernietigd!” Ook Jos getuigt: “Ik voel niks meer.” En zo gaat het de hele avond door. Gebedsgenezing. Zieken die van heinde en verre komen in een laatste poging tot herstel.’

Kan het? Mag het? Of moet je sceptisch zijn over genezingswonderen en genezing op het gebed? Juist voor tieners is het belangrijk om ook wat kritische kanttekeningen te plaatsen (zie ‘Relevantie van het thema’). U kunt aangeven dat in gebedsbijeenkomsten hoe dan ook de meeste mensen niet genezen worden van hun kwalen. Wanneer er sprake is van genezing, betreft dat vaak ziektes als depressiviteit en burn-out, maar zelden duidelijk lichamelijke kwalen als kanker, gebroken benen of zaken als autisme. Er lijkt een sterke psychische component in het spel, waarbij de suggestie van genezing voldoende kan zijn om tot verbetering van de situatie te komen.

Het kan tieners helderheid geven om de bijeenkomst zoals die in de intro is beschreven, te vergelijken met de ziekenzalving zoals die in Jakobus 5 beschreven is. Daar gaat het om het initiatief van de zieke (niet om aangeboden diensten), om de oudsten van de gemeente (niet een specialist van ver), een huiselijke setting (geen spektakel) en het gelovig gebed van de oudsten (niet het geloof van de zieke, dat al dan niet groot genoeg is).

Met het oog op de kinderen

Voor kinderen kan het snel te ingewikkeld worden. Het is belangrijk om het thema voor hen terug te brengen tot de kern. Bijvoorbeeld zo: ‘Wat geweldig dat we mogen bidden voor hen die ziek zijn en dat God soms ook wonderen doet, vaak door middel van knappe artsen en goede medicijnen! Wat bijzonder dat ook als God ons geen genezing geeft, Hij ons wel moed en kracht geeft en straks op de nieuwe aarde een nieuw lichaam dat nooit meer ziek wordt!’

Pastorale aanwijzingen

De bespreking van het thema kan veel oproepen. Een antwoord op theologisch niveau is nog geen antwoord op existentieel niveau. De hele preek zal daarom gekenmerkt moeten worden door pastorale fijngevoeligheid, juist omdat er ook zieke en gehandicapte hoorders aanwezig zullen zijn. Gebedsgenezing is bovendien een thema dat voor verdeeldheid kan zorgen. De prediker zal zorgen dat hij niet polariseert en met wijsheid omgaat met meningen die niet de zijne zijn.

Met het oog op de tieners en kinderen

Ook kinderen en tieners kunnen ziek zijn of worden. En ook al zijn ze zelf niet ziek, ziekte in hun omgeving raakt hun bestaan, zet hun leven op de kop. Aandacht voor tieners met chronische aandoeningen is op zijn plaats. U kunt jongeren oproepen de komende week speciaal voor een van hen te bidden, en sowieso laten zien dat we als gemeente ook met hen biddend onderweg zijn.

Liturgische aanwijzingen

  • Psalm 30, 33, 103, 147.

  • LB Gezang 14, 71, 170, 470.

  • ELB 221, 223, 224.

Helpende vormen

Het is mooi wanneer iemand uit de gemeente vanuit eigen ervaring vertelt wat ziekte met een mens doet en hoe het gebed hierin een rol speelt. Zo’n persoonlijk verhaal zal dichtbij komen en hoorders ook uitnodigen om aan hun eigen ervaringen met ziekte en genezing te denken.

Een andere mogelijkheid is een fragment te laten zien van een dienst waarin iemand wordt genezen. In de preek kunt u naar het fragment verwijzen en ook concreet ingaan op de vragen die het oproept.

Het verdient aanbeveling om een hand-out te vervaardigen met daarop de belangrijkste punten van de preek, en extra overwegingen en gedachten waarvoor in de preek geen ruimte was, maar die u de gemeente toch graag wilt meegeven.

Met het oog op de tieners

Als er een hand-out is, kan het volgende verhaal afgedrukt worden, met als tip de bijbehorende werkvorm thuis of op club of jeugdvereniging te bespreken. Gavin Reidstone, de bisschop van Maidstone, vertelde eens over een jongen in zijn gemeente die zijn rug had gebroken bij een val van de trap. Dat was gebeurd toen hij nog maar één jaar oud was. Sindsdien was het ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Toen Gavin hem tijdens een kerkdienst een keer interviewde, maakte de jongen de opmerking: ‘God is eerlijk.’ Gavin onderbrak hem en vroeg: ‘Hoe oud ben je?’ ‘Zeventien,’ antwoordde de jongen. ‘Hoeveel jaar heb je in het ziekenhuis doorgebracht?’ ‘Dertien jaar in totaal.’ Waarop Gavin vroeg: ‘En dat vind je eerlijk?’ De jongen antwoordde: ‘God heeft de hele eeuwigheid nog om het goed te maken.’ (Uit: Nicky Gumbel, Brandende Kwesties. 7 Vragen waar we met het christelijk geloof tegenop lopen. Hoornaar, 1998.)

Werkvorm: Het getuigenis van de jongen over wie Reidstone vertelt, is indrukwekkend. Maar dat betekent niet dat je er geen kritische opmerkingen bij mag maken. Misschien staat jouw reactie in het rijtje hieronder.

  • Deze jongen verwacht veel van de toekomst, maar dit leven telt toch ook mee?

  • Misschien kun je zoiets over jezelf zeggen. Maar ik zou het nooit durven zeggen tegen een ander die erg ziek is.

  • Ik ben zelf ernstig ziek en zou liever antwoord krijgen op het ‘waarom’, dan na te denken over straks.

  • Hoezo: goedmaken? Krijgen mensen die veel hebben moeten lijden in dit leven, straks dan iets extra’s?

  • Zo kun je alles wel goedpraten. Je mag toch ook wel boos op God zijn?

  • Hoezo eerlijk van God? Hij is toch almachtig en goed?

  • Nog anders: …………

Met het oog op de kinderen

Oudere kinderen zullen bovenstaand idee – eventueel iets vereenvoudigd – ook kunnen gebruiken.

Literatuur

  • Ken Blue, Gezag om te genezen. Amersfoort, 2008.

  • G. van den Brink en C. van der Kooi, Christelijke dogmatiek. Een inleiding. Zoetermeer, 2012.

  • Brad Burke, Doet God nog steeds wonderen? Wondergenezingen bekeken door een arts. Kampen, 2008.

  • Ron Dunn, Zal God mij genezen? Over ziekte, geloof en gebed. Hoornaar, 2004.

  • Pieter en Nelly van Kampen, Ruimte van het wonder. Over wonderen dichtbij en ver weg. Zoetermeer, 2010.

  • C. van der Kooi en M.A.Th. van der Kooi-Dijkstra, Ziekenzalving. Zoetermeer, 2007.

  • Francis Macutt, Een verrassend medicijn. Gebed als bron van genezing. Gorinchem, 2002.

  • Willem Ouweneel, Geneest de zieken. Over de bijbelse leer van ziekte, genezing en bevrijding. Vaassen, 2003.

  • M.J. Paul, Vergeving en genezing. Ziekenzalving in de christelijke gemeente. Zoetermeer, 1997.

  • Joke van Saane, Gebedsgenezing: boerenbedrog of serieus alternatief? Kampen, 2008.

  • Piet Schelling, Daar word je beter van! Geloof, ziekte en genezing. Kampen, 2008.

  • Laurens Jan Vogelaar, Van bidden word je altijd beter. Zoetermeer, 2009.

  • Harmen U. de Vries, Bid tot de Heer, geef plaats aan de arts. Op zoek naar genezing in zorginstelling en kerk. Kampen, 2007.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken