< Terug

Bijbelse bomen

Bomen stralen kracht uit. Met hun takken reiken ze tot in de hemel, stevig geworteld in de aarde. Vaak gaat een boom vele generaties mee. Overovergrootvader heeft er nog met zijn pijp in de schaduw gezeten. Kinderen hebben er hun hutten in gebouwd of geschommeld aan de dikke takken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bomen in de Bijbel volop aanwezig zijn. Soms als decor, maar vaker als betekenisvol beeld.

Paradijs

De bekendste boom is die van de kennis van goed en kwaad, door God in het midden van de hof van Eden geplaatst (Genesis 2 en 3). Adam en Eva mogen de vruchten van alle bomen eten, maar niet die van de boom van de kennis van goed en kwaad.

Maar wat niet mag, is voor de mens het meest aantrekkelijk.

De ongehoorzaamheid betekent het einde van het paradijselijk leven op aarde. Wat volgt is een Bijbel vol verhalen waarin God vol trouw de mensen meeneemt naar nieuwe toekomst: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. En in het laatste boek, Openbaring, krijgen we dat hoopvol geschilderd met onder andere een rivier met leven gevend water en een levensboom vol vruchten, met bladeren die de volken genezing brengen (Openbaring 22).

inna giliarova/iStock.com

In de schaduw

Er zijn veel verhalen die in de schaduw van een boom verteld worden. Soms gewoon om beschutting te zoeken tegen de zon. Abraham zet zijn tent op bij de eiken van Mamre. Daar verschijnt de HEER aan hem met de belofte dat de oude Abraham een kind zal verwekken (Genesis 18). De rechter Debora houdt zitting onder de Debora-palm tussen Rama en Betel (Rechters 4). De profeet Jona zit in de schaduw van de wonderboom die God voor hem heeft doen opschieten (Jona 4).

Ook worden bomen in verband gebracht met zogeheten afgoderij. In 1 Koningen 14:23 wordt het wangedrag van het volk beschreven: ‘Op alle hoge heuvels en onder elke bladrijke boom bouwden ook zij offerplaatsen’. Ook in andere teksten uit het Oude Testament worden bomen en afgodendienst met elkaar verbonden.

Olijfboom

De olijfboom verwijst naar vrede, nieuw begin, geluk. Na de grote vloed brengt een duif een olijftak in zijn snavel mee naar de ark van Noach, als teken dat op aarde weer leven mogelijk is.

Uit de vruchten van de boom wordt olijfolie gewonnen – olie die ook dient om te zalven: koningen, priesters werden gezalfd.

Volgens het ‘evangelie van Filippus’, dat niet in de Bijbel is opgenomen, zou de levensboom in het midden van het paradijs (niet te verwarren met de boom van kennis van goed en kwaad) een olijfboom zijn. ‘Het is de olijfboom die de zalvingsolie voortbrengt; dankzij dit is er opstanding.’ Even eerder wordt verwezen naar het kruis – dat zou uit olijvenhout getimmerd zijn.

Levensboom en kruis worden zo met elkaar verbonden.

foto grav/iStock.com

Ceder

Kracht en schoonheid – daar staan ceders voor. De profeet Ezechiël spreekt van ‘mooie takken, schaduwrijk gebladerte en een rijzige stam’, ‘geen boom in de tuin van God evenaarde zijn schoonheid’. In de liefdesliedjes in Hooglied zingt het meisje dat de gestalte van haar lief zo fier is als een ceder van de Libanon.

In de Psalmen wordt over ‘ceders van God’ gezongen, bomen die God zelf geplant heeft en alleen God kan vellen. Ceders blijven altijd groen en symboliseren daarom ook eeuwig leven.

Tamarisk en Terebint

Markante, ontzagwekkende bomen, die dienen als herkenningspunt en ontmoetingsplaats. Onder zulke bomen wordt recht gesproken, raad gevraagd, toekomst voorspeld.

Abraham en Jakob bijvoorbeeld bezochten een ‘orakel-terebint’ (in Genesis 12:6 en 35:4). Onder zulke bomen worden mensen begraven, zoals koning Saul en zijn zonen.

maja cvetojevic/iStock.com

Vijgenboom

Onder je vijgenboom en je wijnstok zitten – dat is een bijbels beeld van vrede, van een toestand van rechtvaardigheid waarin niemand meer hoeft te vluchten.

Vrucht dragen of (nog) niet is een kwestie die in de verhalen die Jezus vertelt een paar keer terugkomt, als het om de vijgenboom gaat. En vijgenboom die geen vruchten heeft (al is het daarvoor ook echt de tijd nog niet) wordt gestraft: de volgende dag is de boom verdord. Wáár staat die onvruchtbare boom symbool voor? In een ander verhaal roept Jezus juist op tot geduld: Een vijgenboom draagt al drie jaar geen vruchten.

Maar als de eigenaar zegt: ‘Hak maar om’, pleit de beheerder van de wijngaard ervoor om de boom nog een jaar te laten staan.

Als hij goed verzorgd wordt en bemest, draagt hij volgend jaar misschien wél vrucht.

anette andersen/iStock.com

Kracht en leven

Bomen zijn sterk. Koning Salomo laat ceders uit de Libanon komen voor de bouw van de tempel (1 Koningen 5:20). Koning Nebukadnessar droomt in het boek Daniel over een hoge boom. ‘De boom werd groter en sterker, zijn kruin reikte tot aan de hemel en zijn kroon overspande de hele aarde…’ Daniel legt de droom uit. Het is de koning zelf, die zo sterk en groot is, maar die ook geveld zal worden (Daniël 4). Job zegt: ‘Voor een boom is er altijd hoop; als hij wordt omgehakt, loopt hij weer uit, er blijven nieuwe loten komen’ (Job 14:7). Dat is bij een mens wel anders.

Mensen als bomen

De vergelijking van mensen met bomen zien we vaker.

‘Gelukkig de mens die niet meegaat met kwaad doen’, zo begint Psalm 1. In vers 3 lezen we:

‘Hij zal zijn als een boom, geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht, zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.’

Daartegenover worden de wettelozen neergezet als kaf dat verwaait. In de evangeliën wordt gesproken over bomen die wel of geen goede vruchten dragen. En aan de vrucht herkent men de boom. De kracht van bomen wordt vergeleken met de gerechtigheid van mensen.

Een prachtig beeld. Takken reiken naar de hemel, bladeren draaien zich naar het licht. Het water doordrenkt ons van Gods goedheid. Wij dragen de vruchten van zijn toekomst.

Niet zwevend tussen hemel en aarde, maar geworteld in de aarde, in het hier en nu.

Harold Schorren is predikant van de wijkgemeente Laurenspastoraat, city pastor van Rotterdam, en redactielid van Open Deur.

< Terug