< Terug

Het veelkleurige palet van meervoudige religiositeit in Nederland

In ons multireligieuze land zijn behalve de basiskleuren van de grote religieuze tradities ook steeds meer mengkleuren te zien. Dan gaat het om mensen die zich laten inspireren door meer dan één religieuze traditie en hun leven daarmee op creatieve wijze inrichten.

Dit artikel laat eerst zien dat meervoudige religiositeit bepaald geen te verwaarlozen verschijnsel is, en dat het niet alleen buiten, maar juist ook binnen de kerken voorkomt. Na dat cijfermatige begin deel ik met u iets van de vreugden, de worstelingen en de wijsheden die een rol spelen in het leven van meervoudig religieuzen, met wie ik voor mijn onderzoek aan de Vrije Universiteit en voor mijn boek Meervoudig religieus. Spirituele openheid en creativiteit onder Nederlanders (2018) contact heb gehad. Ten slotte besteed ik aandacht aan meervoudig religieuze betrokkenheid (MRB) en de kerken.

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op genoemd boek, waarin de onderzoeksmethodiek uitvoeriger verantwoord staat dan hier mogelijk is.

Religieuze betrokkenheid

Doorgaande ontkerkelijking is een realiteit die in vele rapporten gedocumenteerd is (zie o.a. De Hart & Van Houwelingen 2018). Als het gaat om religieuze betrokkenheid zijn kerklidmaatschap en kerkbezoek anno 2019 echter niet de enige ter zake doende indicatoren. In God in Nederland (Bernts & Berghuijs 2016) worden naast kerkleden (25%) en leden van andere religieuze gemeenschappen (7%) ook nog ‘ongebonden gelovigen’ (17%) en ‘ongebonden spirituelen’ (10%) onderscheiden, en samen maakt dit dat bijna 60% van de Nederlandse bevolking iets met religie of spiritualiteit heeft. Geloof en spiritualiteit trekken zich daarom niets aan van kerkmuren, want buiten de kerken zijn minstens zoveel mensen die zich met religie of spiritualiteit bezighouden als daarbinnen.

Voortbouwend op de gedachte dat lidmaatschap van een religieuze gemeenschap slechts een van de indicatoren van religiositeit is, hebben we in het onderzoek naar meervoudige religieuze betrokkenheid (MRB) aan de Vrije Universiteit getracht religieuze betrokkenheid op een meer gedifferentieerde manier in kaart te brengen, via wat we hebben genoemd: modaliteiten van religieuze betrokkenheid. Ze zijn geïnspireerd door de dimensies van religiositeit van Glock & Stark (1965) en Smart (1998). Hiermee is geïnventariseerd hoeveel Nederlanders betrokken zijn bij een of meer religies, uit welke religieuze traditie of tradities zij putten en op welke wijze.

De modaliteiten van religieuze betrokkenheid zijn:

  • affiniteit: geïnspireerd zijn, zich verwant voelen, de rituelen aantrekkelijk vinden of de ethische richtlijnen aansprekend vinden van een of meer religies
  • praktijken en materiële cultuur: onder andere bidden, mediteren, vasten, vieren van religieuze feesten en bezit van voorwerpen met persoonlijke religieuze betekenis
  • religieuze overtuigingen/geloof
  • ervaringen en emoties gerelateerd aan specifieke religie of religies
  • ethische richtlijnen ontleend aan een of meer religies
  • sociale participatie: lidmaatschap van religieuze gemeenschap, bezoek vieringen, vrijwilligersof beroepsfunctie binnen de gemeenschap
  • zelfidentificatie, bijvoorbeeld: ‘ik ben christen’, ‘ik ben moslim’

Deze modaliteiten zijn vertaald naar een groot aantal enquêtevragen (Berghuijs 2018, 275-285), die voor ons eind 2014 door bureau Motivaction voorgelegd zijn aan een representatieve steekproef van 2177 volwassen Nederlanders. Bij elk van de modaliteiten konden respondenten aangeven aan welke religieuze traditie of tradities zij die relateren. Als iemand bijvoorbeeld stelde te bidden of te vasten, was de keuze uit christendom, islam, jodendom, boeddhisme, hindoeïsme, een andere, zelf te noemen religie, of ‘geen enkele religie’; met andere woorden, de respondent bepaalt zelf of het voor hem of haar om een religieuze activiteit gaat (over de hantering van het ‘wereldreligies’-model, zie Berghuijs 2018, 20-21 en 74-75). Als iemand met meer dan één religie verbonden is via een of meer van deze modaliteiten, rekenen wij hem of haar als meervoudig religieus betrokken (MRB’er). Samengevat zijn de resultaten van deze enquête weergegeven in tabel 1.

Tabel 1: Relaties met verschillende religies naar modaliteiten, in % van de bevolking.

Zo is onder andere te zien dat 38% van de bevolking affiniteit heeft met het christendom, maar dat slechts 29% sociaal participeert, en dat 33% zich identificeert als christen. Zo ook voor andere religies, bijvoorbeeld het boeddhisme: 3% van de Nederlanders identificeert zichzelf als boeddhist, maar een veel groter aantal (12%) voelt affiniteit met het boeddhisme. Tevens is te zien (een na laatste kolom) dat religieuze praktijken en materiële cultuur veel belangrijker lijken te zijn in geleefde religie dan overtuigingen/geloof en sociale participatie. Traditionele metingen van religieuze betrokkenheid, zoals bijvoorbeeld die van het CBS, die vooral gebaseerd zijn op lidmaatschap (‘zich rekenen tot’) voldoen in deze tijd dus niet meer.

Meervoudige religieuze betrokkenheid

Met behulp van de enquêteresultaten kan berekend worden dat 41% van de bevolking met één religieuze traditie verbonden is. Ik noem ze ‘monoreligieus’. Daarnaast is 23% met twee of meer religieuze tradities verbonden: dat zijn de meervoudig religieuzen. Meervoudige religieuze betrokkenheid (MRB) is dus bepaald geen randverschijnsel. Daar moet wel bij gezegd worden dat het ‘vangnet’ voor MRB zeer ruim was, vooral door de modaliteit ‘affiniteit’. MRB blijkt onder alle leeftijdscategorieën in ongeveer gelijke mate voor te komen, en evenveel onder mannen als onder vrouwen. Wel is het aandeel hoogopgeleiden onder de meervoudig religieuzen relatief hoog.

Onder de mogelijke combinaties van religieuze tradities (Berghuijs 2018, 97) komen die tussen christendom en boeddhisme (13%) en christendom en jodendom (11%) het vaakst voor. Bij de combinatie jodendom-christendom is deels sprake van een artefact, omdat veel christenen zich verwant voelen met het jodendom vanwege het feit dat Jezus een Jood was, en omdat zij zich realiseren dat ze de geschriften van het Oude Testament van de Bijbel gemeen hebben met het jodendom. Het gaat dan veelal om het erkennen en omarmen van de verwantschap tussen de twee religieuze tradities. Alleen in het geval van actieve deelname, bijvoorbeeld door betrokkenheid bij twee religieuze gemeenschappen, lijkt kwalificatie van de betreffende mensen als MRB’ers gerechtvaardigd. In de enquête blijkt dit slechts voor 3% van deze groep te gelden.

Religieuze praktijken en materiële cultuur lijken in geleefde religie belangrijker te zijn dan overtuigingen en sociale participatie

Hoe komt het dat mensen uit meerdere religies inspiratie gaan putten? In onze multiculturele samenleving zijn naast het christendom veel andere religies aanwezig: via allerlei media is een overvloed aan informatie te krijgen. Dat kan ook leiden tot overname van elementen. Mensen kunnen nieuwsgierig zijn, interesse en openheid tonen ten opzichte van het nieuwe, of inspirerende contacten hebben met andersgelovigen. Een aanleiding kan ook zijn dat zij iets missen in de religie waarin zij zijn grootgebracht, zich storen aan daar heersende regels en dogma’s, of zich belemmerd voelen in hun zelfontplooiing.

De combinatie christendom-boeddhisme hangt samen met de moderne belangstelling voor oosterse religies. Colin Campbell kijkt in zijn boek The Easternization of the West naar de achtergronden van de westerse belangstelling voor oosterse religies. Hij concludeert dat, terwijl de wereld economisch gezien ‘verwesterst’, het westen in spiritueel opzicht ‘veroosterst’. Diverse factoren hebben hieraan bijgedragen, waaronder de ontwikkeling van de natuurwetenschap, die de plausibiliteit van de bovennatuurlijke waarheidsclaims van het christendom heeft aangetast. Als de centrale geloofswaarheden van Jezus’ lijden en opstanding om de mensen te verlossen, evenals de andere bijbelverhalen niet meer zijn dan mythen, dan is het putten uit andere religies, en daarmee MRB, niet-problematisch. Bovendien is er binnen de oosterse tradities een grote nadruk op intuïtie en het ervaren van de werkelijkheid, het ontdekken van je levensdoel en het zelf sturing geven aan je leven. Dit past in de bredere epistemologische revolutie in het Westen waar de rede steeds meer verdrongen wordt door intuïtie, inzicht en gevoel, stelt Campbell.

Is MRB iets wat voornamelijk voorkomt bij ‘ongebondenen’, dat wil zeggen mensen die niet bij een kerk of andere religieuze gemeenschap horen? Integendeel! Van degenen die door lidmaatschap of kerkbezoek betrokken zijn bij de Rooms-Katholieke Kerk is 42% meervoudig religieus. Daarbij gaat het vooral om de combinatie met boeddhisme via affiniteit en ethiek. Binnen de Protestantse Kerk gaat het vooral om een combinatie met het jodendom, die zoals we zagen, grotendeels een artefact is.

Leven met meerdere religies

Cijfers over MRB zeggen nog niets over wat religieuze betrokkenheid bij meerdere religies betekent voor mensen. Welke emotionele waarde heeft de betrokkenheid bij elk van de tradities waar meervoudig religieuzen uit putten, hoe duurzaam is die betrokkenheid, en welke behoeften en motivaties liggen er aan ten grondslag? Hoe trouw zijn mensen aan hun oorspronkelijke en hun andere religie(s)? In welke mate is hun betrokkenheid ingebed in een sociaal verband en in het dagelijks leven? Leidt MRB niet tot innerlijke spanningen of wrijvingen met de omgeving? Hoe reflecteren mensen over het naast elkaar bestaan van verschillende religies met verschillende waarheidsclaims? Hoe zien zij de toekomst van religie en welke idealen hebben zij op dat gebied?

In vervolgonderzoek besteedden we aandacht aan deze vragen, via twee vervolg-enquêtes (Berghuijs 2018, 286-295) en vijftien diepte-interviews met meervoudig religieuzen. De vervolg-enquêtes stelden ons in staat een groep van 177 meervoudig religieuzen en 80 monoreligieuzen met elkaar te vergelijken met betrekking tot bovenstaande vragen. Het ging daarbij vooral om mensen met christendo m als enige of eerste religie. De interviews leveren belangrijke aanvullende inzichten, doordat ze een inkijkje geven in het leven van concrete mensen. In wat volgt zal ik kort een aantal resultaten uit beide onderzoeksbronnen behandelen.

Flexibiliteit

Meervoudig religieus betrokkenen blijken gemiddeld een grotere mate van flexibiliteit (Berghuijs 2018, 53-56 en 146-156) te hebben dan monoreligieuzen als het gaat om religieuze denkbeelden en religieuze gemeenschappen: ze zullen die eerder achter zich laten als ze zich er niet meer in kunnen vinden (zie ook Berghuijs et al. 2018). De achtergrond van deze flexibiliteit is gelegen in hun pluralistische visie op religies.

Pluralisme staat voor de opvatting dat meer dan een (of alle) religieuze tradities even valide, zij het verschillende wegen naar verlossing, zijn.

Er waren drie stellingen over pluralisme in de enquête opgenomen, waaronder: ‘Verschillende religies geven verschillende aspecten van de ultieme waarheid’. Deze stelling wordt door bijna de helft (49%) van de monoreligieuzen onderschreven, maar onder de meervoudig religieuzen is een ruime meerderheid (78%) het ermee eens. In het verlengde daarvan ligt de respons op een andere stelling: ‘Ofschoon er veel religies zijn, zijn er op het meest diepe niveau geen echte verschillen’: 35% van de monoreligieuzen is het daarmee eens, en 70% van de meervoudig religieuzen.

Geïnterviewde Johan, die boeddhisme en christendom combineert, zegt:

‘Het is maar net hoe je het bekijkt, en of je er een punt van maakt of niet, weet je, en juist het maken van een punt is iets wat meer kapot maakt dan je lief is. […] Oké, je verzamelt verschillen, maar het hoeft geen probleem te wezen.’

Hij probeert iedere dag te mediteren. Soms bidt hij, en dan meestal na een meditatie, ‘want dan ben je veel meer geconcentreerd’. Op de vraag op wie of wat hij zich dan richt, antwoordt hij:

‘Ik koppel Jezus dan in die zin, eh, de Heer, aan een soortement innerlijke vlammen in jezelf, gewoon een goddelijke vlam eigenlijk. Ik weet niet hoe ik het zou moeten uitleggen eigenlijk, maar Jezus is een aspect in mezelf, zo ervaar ik het. Zijn hele proces van sterven en wedergeboorte […] is eigenlijk gewoon een mindfulness-houding ook voor mij. Dat je dingen ervaart, maar ook weer laat gaan. Dat je dingen laat gebeuren, of laat herboren worden, maar ook weer laat sterven in die zin.’

Meervoudig religieuzen blijken terughoudend en relativerend met betrekking tot waarheidsclaims, want, zo stellen zij, daarbij gaat het slechts om uiterlijke vormen of symbolische verwoordingen van wijsheden. Bovendien leggen zij meer nadruk op praktijken en ervaringen in plaats van op ideologie. Door hun aandacht te verdelen tussen hun verschillende religieuze bronnen, lijken emotionele en institutionele banden voor elke religieuze traditie minder sterk. Dat kan, maar hoeft echter niet in tegenspraak te zijn met een intensieve beleving van het religieuze, juist via die meervoudige betrokkenheid.

Marian, een voormalige katholieke non die trouwde met een moslim, zegt:

‘Ik ben ook steeds terughoudender om te praten over God of over Jezus, […], ik neig er ook steeds meer naar te denken van: er is gewoon een hele andere dimensie in ons leven. En Jezus heeft ons daar iets van verteld.’

Yvonne haalt graag een motto van de Amsterdamse politicus Wibaut aan:

‘Er is maar één land: de aarde
Er is maar één volk: de mensheid
Er is maar één geloof: de liefde’

Overigens stellen veel van de geïnterviewden dat liefde de kern is van religie.

De academische discussie over MRB is gestart onder theologen. Cornille (2002) muntte de term multiple religious belonging. Zij betwijfelt of het wel mogelijk is om tot twee religieuze tradities te ‘behoren’. Voor haar is belonging een tweezijdig proces. Het is niet genoeg dat een subjectief gevoel van verwantschap of affiniteit met een religieuze traditie of elementen daaruit ervaren wordt. Het gaat om de intentie tot volledige toewijding van de kant van het individu aan de ene kant, en de erkenning door de religieuze gemeenschap aan de andere kant. De eis tot exclusieve en volledige toewijding maakt volgens Cornille multiple religious belonging weliswaar niet totaal onmogelijk, maar wel een hoge uitzondering.

In oosterse tradities grote nadruk op intuïtie, het ontdekken van je levensdoel en het zelf sturing geven aan je leven

Theoloog Schmidt-Leukel (2008; 2009) is daarentegen van mening dat de bezwaren die tegen MRB worden ingebracht (aantasting van de waarheid, oppervlakkigheid, inconsistentie, en verlies van identiteit) weliswaar mogelijke valkuilen vormen, maar dat meervoudige religiositeit ook een teken kan zijn van religieuze volwassenheid en flexibiliteit. Zo kunnen nieuwe, waardevolle inzichten en ervaringen worden geïntegreerd in iemands oorspronkelijke geloof. Je kunt religies als wegwijzers in het leven zien, stelt hij. De weg is dan het concrete leven, en de religies helpen ons die weg te gaan.

Religieuze trouw

Is er te midden van die grote flexibiliteit en relativering ook plaats voor trouw in religieus opzicht? We stelden een open vraag in de enquête: ‘Aan wie of wat bent u in religieus opzicht trouw?’ Antwoorden die vaker voorkwamen werden in categorieën samengenomen en geteld. Tabel 2 geeft de volgorde van frequentie waarmee elke categorie voorkomt.

De meervoudig religieuzen hebben exact dezelfde volgorde in frequentie als de monoreligieuzen, op één belangrijke uitzondering na: ‘mezelf’ komt het vaakst voor. Deze resultaten illustreren de individualiserende tendens bij meervoudig religieuzen, maar ook een rode draad, of een overkoepelende, samenbindende instantie. Meervoudig religieuzen hebben geen vastomlijnd godsbeeld, maar zijn eerder ‘ietsist’ of agnost, terwijl monoreligieuzen vaker in een god of hogere macht geloven (theïst zijn).

Een treffend citaat rond religieuze trouw wordt gegeven door een christelijke vrouw die andere religies verkent en dat beschrijft als volgt:

‘Ik ben niet in andere tradities geworteld …
Het is alsof je rondtrekt met een tent.
Telkens naar een andere plek, maar wel vanuit die tent. Dat is de basis.’ (Van Holland 2016)

Religie als zoektocht

Tabel 2: Religieuze trouw bij mono religieuzen en meervoudig religieuzen. De belangrijkste vijf antwoordcategorieën in % per groep.

Meervoudig religieuzen zijn veel meer dan monoreligieuzen geneigd om religie als een zoektocht te zien (Berghuiijs 2018, 56-60 en 160-165). In godsdienst-psychologische termen: zij hebben veel vaker een quest-motivatie, dat wil zeggen dat zij nieuwe inzichten als voorlopig beschouwen, niet geneigd zijn iets tot absolute waarheid te verheffen, blijven zoeken, en twijfel toelaten en soms ook verwelkomen.

Zo stelt geïnterviewde Bert op de vraag aan wie of wat hij trouw is in spiritueel opzicht, primair trouw te zijn aan twijfel, onder het motto:

‘twijfel is bezinning’, en: ‘wie nooit twijfelt leert niks’.

Overigens hoeft een quest-motivatie niet te betekenen dat men voortdurend op zoek is naar totaal iets nieuws of anders. Het kan ook duiden op een geleidelijke spirituele ontwikkeling en verdieping binnen de religieuze tradities waarbij men zich thuis is gaan voelen.

Religieuze tradities als hulpmiddelen

Een aantal meervoudig religieuzen die ik heb gesproken zien de verschillende religies vooral als intermediairs of hulpmiddelen bij het leiden van een goed leven, als zij ze omschrijven met beelden als ‘wegwijzers’, ‘kledingstukken’ die je kunt wisselen, ‘facetten van een diamant’, ‘glas-in-loodramen’ waarachter een en hetzelfde licht schijnt, of ‘instrumenten in een orkest’.

Roshni, die boeddhisme en hindoeïsme combineert, zegt:

‘De manier waarop ik mijn spiritualiteit beleef, het is een hulpmiddel. Heel lang was verlichting bereiken het doel. Nu denk ik: de kans is klein dat ik dat ga bereiken, in ieder geval in dit leven, dus het is nu mijn hulpmiddel om mezelf zoveel mogelijk te ontwikkelen als mens, en om een zo stabiel en gelukkig en compassievol wezen te worden. Misschien is dat het doel.’

Ethiek en toekomstidealen

Meervoudig religieuzen hebben een sterke neiging te wijzen op wat zij zien als de kern van alle religies: liefde, of naastenliefde, ontmoeting, en eenheid in verscheidenheid. In het verlengde daarvan spreken zij ethische idealen voor de toekomst uit, die vooral gericht zijn op meer verbinding: liefde voor jezelf, voor de ander en voor de aarde, maatschappelijke betrokkenheid, duurzaam leven, ja zeggen tegen een multiculturele en multireligieuze samenleving, verdraagzaamheid, vrede, gerechtigheid. Idealen, waarbij mensen uiteindelijk vanuit de afgescheiden religies komen tot datgene wat ze overstijgt.

Worstelingen

In een aantal interviews komt een belangrijke ‘andere kant van de medaille’ met betrekking tot MRB naar voren: er kunnen wrijvingen in relaties ontstaan. Een paar voorbeelden.

Hilde, die christendom en boeddhisme combineert, werd pijnlijk getroffen door het commentaar van een vriend tijdens een lezing over MRB, die het had over ‘maar wat rondhoppen’, ‘de krenten uit de pap pikken’ en ‘winkelen in de snoepwinkel’.

Alleenstaande moeder Amy, die christendom en islam combineert, maar zich niet officieel heeft bekeerd tot de islam, heeft moeite met de religieuze opvoeding van haar vierjarig zoontje. Haar kind wil duidelijkheid en zekerheid, maar kan haar genuanceerde en relativerende denkbeelden nog niet verwerken. Ook vindt ze het lastig over haar geloof te spreken met haar familie en voelt ze zich onzeker tegenover andere mensen die willen weten wat haar religieuze identiteit is.

Hannah, die christendom en jodendom combineert, werd na lange tijd van betrokkenheid bij een joodse gemeenschap, er naar eigen zeggen ‘uitgeschopt’, omdat ze geen joods bloed heeft.

Verlangen

Meervoudig religieuzen ervaren zichzelf veelal als ‘anders dan anderen’ omdat ze hun individuele koers varen en voelen zich daardoor vaak niet thuis binnen traditionele religieuze gemeenschappen. Toch leeft onder hen een sterk verlangen naar een religieuze gemeenschap van gelijkgezinden. Veel auteurs, onder wie Charles Taylor (2003) hebben geschreven over de spanning tussen twee basismotivaties: het individuele verlangen naar zelfstandigheid/authenticiteit, en het horen bij en erkend worden door anderen. Die spanning is ook aanwezig in het geval van religieuze authenticiteit en betrokkenheid bij religieuze gemeenschappen.

Meervoudig religieuzen en de kerken

We zagen eerder dat binnen de mainstream kerken 42-43% meervoudig religieus is. En zelfs als we de combinatie christendom-jodendom niet meetellen, dan blijft er nog 25% over. Zij combineren hun betrokkenheid bij het christendom met elementen uit een andere religie.

Zijn kerken zich hiervan bewust? Welke uitdagingen biedt dit voor de gemeenten? Is MRB iets om te trachten in te perken, te gedogen, of te bevorderen? En zou de kerkleiding, landelijk of lokaal, willen of moeten reageren op meervoudige religiositeit binnen de kerk? Daarbij speelt uiteraard ook de vraag of en in hoeverre een kerkleiding iets te zeggen heeft over het gedrag van individuele bezoekers of leden. Welke houding is het meest in het belang van de gemeenschap? Die vragen bieden volop stof voor vervolgonderzoek en bezinning.

Voorproefje

Als voorproefje daarop sprak ik met een groepje van circa vijftien pastores binnen de Protestantse Kerk in Nederland, die zich hebben verenigd onder de naam HELDER. Het gaat om mensen die elkaar gevonden hebben via hun betrokkenheid bij paranormale begaafdheid, esoterische benaderingen van het christendom en die ook inspiratie halen uit buitenchristelijke tradities. Zij benadrukken de noodzaak van openheid, en luisteren zonder oordelen naar mensen binnen en buiten de kerken, naar zinzoekers in al hun diversiteit, vooral ook jongeren.

Ze realiseren zich dat het bereiken van zinzoekers vanuit de kerk vaak een probleem is. Een idee dat werd geopperd was om projectmatig samen te werken met andere religies, waarbij iedere traditie haar waarde laat zien en meebeleven, bijvoorbeeld vanuit de kerken de waarde van gemeenschapszin, rituelen en diaconie. Kritisch blijven ten opzichte van de eigen traditie en werkwijze en openstaan voor verandering werden als heel belangrijk gezien, want, zo werd er gezegd, het gaat om innerlijke bezieling en heelwording, los van een leer, voorganger of instituut. ‘Het hebben van een spiritueel thuis moet er niet toe leiden dat de muren gaan knellen.’

Benadrukt werd wel dat het zaak is om het kind niet met het badwater weg te gooien: het moet in de kerk over God, Christus en de Bijbel kunnen blijven gaan. Je hebt een referentiekader in huis, op welke manier daar dan ook vorm aan gegeven wordt.

Meervoudig religieuzen en geestelijke verzorging

In een aanvullende deelstudie is onderzoek gedaan onder Nederlandse geestelijk verzorgers (n=208). Zij zijn over het algemeen religieus zeer flexibel, en 63% van hen put uit verschillende religieuze bronnen in hun leven. Zij zien geen probleem in het verlenen van interreligieuze geestelijke zorg, behalve als het om specifieke traditiegebonden rituelen gaat. In diverse artikelen is al eerder van dit deelonderzoek verslag gedaan (Berghuijs & Liefbroer 2017a; 2017b; Liefbroer & Berghuijs 2017; 2019).

Is meervoudig religieus de toekomst van religie?

Bij het beantwoorden van deze vraag kan ik niet uit empirische trends putten, maar slechts vermoedens uitspreken. Ik vermoed dat er nog heel lang mensen zullen blijven die zich het prettigst voelen bij wat zij ervaren als één religieuze traditie, die in hun ogen duidelijk verschilt van andere. Het is wel de vraag of jongeren die niet zijn opgegroeid met religie, maar toch met zingevingsvragen rondlopen en zich oriënteren op religieuze bronnen, zich gemakkelijk in zo’n patroon zullen willen en kunnen voegen.

Als het gaat om voeding uit verschillende religieuze bronnen, zullen die bronnen zelf wel herkenbaar en voedend moeten blijven. Dat gebeurt mijns inziens het best vanuit religieuze en/of academische gemeenschappen, waar kennis, beoefening en gemeenschap rond samenhangende geschriften en traditie levend en inspirerend gehouden worden. Niet statisch, niet afgesloten, niet sturend, maar dynamisch, en met inbreng van de mensen die bij die gemeenschappen betrokken zijn en in verbinding met het grotere netwerk in de maatschappij waarvan zij deel uitmaken.

Wellicht zullen die gemeenschappen nog verder slinken in de toekomst, terwijl het netwerk eromheen van mensen die uit meerdere bronnen putten toeneemt. Het lijkt mij echter dat de levende bronnen en de mensen die eruit putten, waaronder meervoudig religieuzen, niet zonder elkaar kunnen.

Joantine (dr.ir. J.T.) Berghuijs werkte tot voor kort aan de Vrije Universiteit als onderzoeker op het gebied van hedendaagse religie en spiritualiteit.

Literatuur

Bernts, T. & Berghuijs, J. (2016). God in Nederland 1966-2015. Utrecht: Ten Have.

Berghuijs, J. (2018). Meervoudig religieus. Spirituele openheid en creativiteit onder Nederlanders. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Berghuijs, J., Schilderman, H., Braak, A. van der & Kalsky, M. (2018). Exploring single and multiple religious belonging. Journal of Empirical Theology, 31, 18-48.

Berghuijs, J. & Liefbroer, A.I. (2017a). Religieuze diversiteit in het leven en werk van geestelijk verzorgers. Religie & Samenleving, 12, 121-142.

Berghuijs, J. & Liefbroer, A.I. (2107b). Meervoudige religiositeit in het leven van geestelijk verzorgers. Tijdschrift Geestelijke Verzorging, 20 (3), 13-22.

Campbell, C. (2007). The Easternization of the West: A thematic account of cultural change in the modern era. Boulder: Paradigm.

Cornille, C. (red.) (2002). Many mansions? Multiple religious belonging and Christian identity. Eugene: Wipf and Stock publishers.

Glock, C.Y. & Stark, R. (1965). Religion and society in tension. Chicago: Rand McNally.

Hart, J. de & Houwelingen, P. van (2018). Christenen in Nederland. Kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Holland, M. van (2016). Happinez Festival, het feest van inzichten, inspiratie en energie. Een onderzoek naar zoeken, gemeenschapsvorming, gender en het zelf. Masterscriptie Vrije Universiteit Amsterdam, 115.

Liefbroer, A.I. & Berghuijs, J. (2017). Religieuze en levensbeschouwelijke diversiteit in het werk van geestelijk verzorgers. Tijdschrift Geestelijke Verzorging, 20 (3), 24-33.

Liefbroer, A.I. & Berghuijs, J. (2019). Spiritual care for everyone? Personal and organizational differences in interfaith spiritual care among chaplains in the Netherlands. Journal of Health Care Chaplaincy. DOI: 10.1080/08854726.2018.1556549.

Schmidt-Leukel, P. (2008). Multireligiöse identität: Anmerkungen aus pluralistischer Sicht. In: Bernhardt, R. & P. Schmidt-Leukel, Multiple religiöse Identität: Aus verschiedenen religiösen Traditionen schöpfen. Zürich: Theologischer Verlag Zürich, 243-265.

Schmidt-Leukel, P. (2009). Transformation by integration: how interfaith encounter changes Christianity. London: SCM Press.

Smart, N. (1998). Dimensions of the sacred: An anatomy of the world’s beliefs. Berkeley: University of California Press.

Taylor, C. (2003). De malaise van de moderniteit. 13e druk. Kampen: Kok Agora.

< Terug