U alleen, HEER, moet men aanbidden
Bij Baruch 6,1-6, Galaten 3,23-29 en Lucas 2,21 Boven hoofdstuk 6 van het apocriefe boek Baruch staat een opschrift dat verwijst naar de Babylonische ballingschap. De wederopbouw van de stad […]
Bij Baruch 6,1-6, Galaten 3,23-29 en Lucas 2,21 Boven hoofdstuk 6 van het apocriefe boek Baruch staat een opschrift dat verwijst naar de Babylonische ballingschap. De wederopbouw van de stad […]
Bij Jeremia 8,4-6.11 en 9,2-4.8-9.22-23, Efeziërs 4,22-32 en Matteüs 9,1-8 Dat een mens bij tijd en wijle struikelt en valt, daar wordt in de Bijbel niet zo’n punt van gemaakt. […]
Bij Jesaja 25,1-9 en Matteüs 22,1-14 Voor wie van eten houdt, is het beeld van een maaltijd voor het Koninkrijk van God een aanlokkelijk perspectief. Het profetische beeld van olierijke […]
Bij Jesaja 48,17-21 en Matteüs 25,14-30 Op de weg die je gaat, zal Ik je leiden, zegt God (Jesaja 48,17). Deze woorden laten ruimte voor menselijke vrijheid om zelf de […]
Bij Jesaja 12,1-6 en Matteüs 9,35-10,15 De sterkte van de Heer boezemt ontzag in. Tegenover Hem staan we met knikkende knieën. De gloed van zijn toorn zal ons verzengen. Als […]
Over God Bij Exodus 34,4-9 en Matteüs 28,16-20 Een poging om God onder woorden te brengen kan nooit uitputtend zijn en levert soms wonderlijke woordcombinaties op. De ‘allerheiligste Drievuldigheid’ is […]
Bij Jesaja 5,8-16 en Lucas 16,19-31 In de profetie van Jesaja (5,8.11) klinkt het dubbele ‘Wee!’ (Hebr.: hoj, Gr.: Ouai) nogal dreigend. Er gaat dreiging uit van de toestand op […]
Bij Joël 2,12-19 en Matteüs 6,16-21 Bidden en vasten Met de lezing van de profetie van Joël staat de gemeente op de drempel van de Veertigdagentijd, een periode van bidden […]
Bij Ezechiël 37,1-14 en Johannes 11,1-44 De profeet Opnieuw is daar die hand. De hand die de profeet naar buiten leidt, is opnieuw ‘op hem gekomen’ (Ezechiël 37,1). De Heer […]