De opbouw van de kerkorde – gelaagde regelgeving
Nog eens over de kerkorde, maar hier gaat het vooral om de opbouw, om de structuur ervan en de onderlinge verhouding tussen de regelingen op de verschillende niveaus.
Nog eens over de kerkorde, maar hier gaat het vooral om de opbouw, om de structuur ervan en de onderlinge verhouding tussen de regelingen op de verschillende niveaus.
Als het over de ambten gaat en we dat zo eenvoudig en begrijpelijk mogelijk willen doen, dienen we natuurlijk te beginnen bij de kerkorde. De basis, het uitgangspunt voor alle spreken en doen van leidinggevenden in de gemeente. Wat staat er werkelijk in die kerkorde? Waar komt dat vandaan en hoe gaan we ermee om?
Soms fungeert ‘scheiding tussen kerk en staat’ in de samenleving als een soort van stopwoord waardoor elke vorm van samenwerking van kerk en overheid uitgesloten is. De zes artikelen in de serie ‘Relatie met de overheid’ laten anders zien, merkt Klaas-Willem de Jong op, in zijn afsluitende bijdrage aan deze serie.
Op donderdag 11 november 2021 hield ik in Utrecht de navolgende lezing over de situatie van de Protestantse Kerk in Nederland in het licht van de besluiten van de synode van Emden in 1571. Vooraf gingen twee lezingen: de ene van dr. Albert de Lange over de synode van Emden en de keuzes die daar gemaakt werden, de andere van dr. Gert van Klinken over de receptie van de Emder synode in de kring van de afgescheidenen (van 1834).
‘Ja, dank jullie wel. De ministeriële commissie crisisbeheersing heeft zich vandaag gebogen over een nieuw advies van het Outbreak Management Team’. Met deze woorden begon minister-president Mark Rutte op donderdag 12 maart jongstleden de persconferentie waarin een aantal nieuwe maatregelen in het kader van het terugdringen van het virus covid-19 werden toegelicht.
Het is dit jaar 25 jaar geleden dat de triosynode van de kerken die met el-kaar op weg waren naar eenwording de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in tweede lezing vaststelde, al kon niemand toen nog bevroeden dat de verenigde kerk deze naam zou gaan dragen.1 Met kerkorde doel ik hier op de kerkorde in engere zin, de Romeinse artikelen. In dit ar-tikel wil ik de tekst en de uitwerking daarvan in de ordinanties evalueren met het oog op de sacramentsbevoegdheid.
Met de nodige regelmaat melden zich stellen die een kind willen laten dopen, maar niet of nauwelijks bij het gemeenteleven betrokken zijn. Ze willen het liefst laten dopen in een dienst waarin zij als doopouders de enigen zijn. We zien ze dan na het dopen zelden meer, hooguit nog eens met Kerst.
Dit themanummer gaat over ons (ethisch) handelen, over de keuzes die we maken en waaruit die keuzes voortkomen. Er zijn ook gevolgen en consequenties. Niet altijd valt ons doen en laten binnen de grenzen van wat we als geloofsgemeenschap ‘goed’ vinden. En wat dan?