Menu

Premium

Blik op het gemeenteleven

Alternatief bij Trinitatis (Handelingen 4,32-37)

In Handelingen komen tussen de weergave van gebeurtenissen of toespraken enkele ‘tussenstukken’ voor, die op beknopte wijze de situatie in de gemeente beschrijven of waarin iets verteld wordt over de snelle groei of de vruchtbare verkondiging. Eigenlijk zijn het korte samenvattingen die bedoeld zijn als overgang naar een volgende gebeurtenis.

Die samenvattende berichten worden ook wel ‘summaria’ genoemd. Soms betreft het slechts een enkel vers zoals bijvoorbeeld 1,14 of 5,42, maar in ten minste drie gevallen is de beschrijving iets uitvoeriger: naast 2,42-47 ook 4,32-35(37) en 5,12-16. De berichtgeving in deze tekstgedeelten heeft voor een belangrijk deel betrekking op de dagelijkse gang van zaken in de gemeente. Bepaalde elementen komen ook steeds weer terug: vooral de werking van het woord van God of van de Heer (concreet in de toewijding aan de leer van de apostelen) en informatie over de toenemende expansie van de gemeente. Met deze berichten maakt Lucas duidelijk dat de Geest volop werkzaam is, zoals dat door Jezus zelf al aangekondigd was (1,8). Jos de Heer typeert het eerste lange bericht (2,42-47) als ‘community of celebrating’, het tweede (4,32-35) als ‘community of sharing’ en het derde (5,12-16) als ‘community of healing’.1

Beschrijvend of appellerend?

Er is discussie over de vraag of we bij deze berichten te maken hebben met een realistische of met een idealistische beschrijving. Wil Lucas een min of meer feitelijke beschrijving geven van het leven in de gemeente, of wil hij een duidelijk appèl laten uitgaan van deze samenvattende berichten, zoals een pleidooi voor gemeenschappelijk bezit in plaats van particulier eigendom? Het is opmerkelijk dat in aansluiting op het tweede lange summarium (4,32-35) zowel een positieve illustratie (Josef alias Barnabas) als een negatieve (Ananias en Saffira, 5,1-11) gegeven wordt. Waarbij dan wel opgemerkt moet worden dat het gedrag van Ananias en Saffira meer te maken heeft met het plegen van bedrog dan met de weigering om hun bezit te delen met anderen (zie 5,4).

Hieruit valt op te maken dat er geen sprake was van een afgedwongen of opgelegde verplichting om bezit te delen, maar dat het ging om een vrijwillige keuze.

Het is niet uitgesloten dat Lucas in deze summaria het leven in de gemeente van Jeruzalem als voorbeeld wilde stellen door een verband te leggen met de levenswijze van de Heer zelf. Zo benadrukt Jezus in het Evangelie volgens Lucas het belang van het gebed (bijv. Luc. 18,1), en relativeerde Hij meer dan eens het belang van ‘geld en goed’ voor het Koninkrijk van God. Jezus was een man van gebed (Luc. 11,1) maar kon zijn hoofd nergens te ruste leggen (Luc. 9,58). Zo komt in deze berichten de suggestie tot stand dat het leven van de apostelen in Jeruzalem (2,42; 4,33.35.37; 5,12) binnen de gemeente die daar ontstond, duidelijk in het verlengde ligt van het leven zoals Jezus zelf dat had voorgestaan.

Eenheid en saamhorigheid

In 4,32 staat letterlijk dat hart en ziel één waren (Gr.: kardia kai psuchè mia): de ‘menigte van hen die tot geloof gekomen waren’ (Gr.: plèthous toon pisteusantoon) straalt eenheid en saamhorigheid uit. Eenheid en saamhorigheid zijn wezenskenmerken van de gemeente. In dit stadium is er nog geen sprake van een afkeer of een afscheiding van de joodse traditie (zie m.n. 2,46 over het dagelijks bezoek aan de tempel en 5,12 over het verblijf in de zuilengang van Salomo).

Het summarium van 4,32-37 kan gelezen worden als een concrete uitwerking van de kracht waarmee de apostelen getuigenis aflegden over de opstanding van de Heer Jezus (Gr.: tès anastaseoos tou kuriou Ièsou, 4,33), namelijk dat dit resulteerde in de spontane bereidwilligheid om bezit te delen naar ieders behoefte (Gr.: koina, 4,32) omdat ‘grote genade op hen allen was’ (4,33b). De bereidheid om bezit te delen moet niet gezien worden als eigen verdienste, maar is in deze visie een vorm van genade. Wij zouden zeggen: je deelt van wat je zelf ook maar gekregen of ontvangen hebt. Dat de apostelen in grote vrijmoedigheid de opstanding van Jezus verkondigden is opmerkelijk (en klinkt ook wel wat uitdagend) gezien de eerdere vermeldingen in 4,2.18, waar de joodse autoriteiten de apostelen verboden om te getuigen over Jezus’ naam.

Het lijkt een aanwijzing te zijn voor het gegeven dat nu écht elke schroom verdwenen is om met kracht dat getuigenis te geven: gedurfd en onverschrokken.

Geen armoede meer

‘Er was ook niet één behoeftige onder hen’ (4,34a). De bereidheid om alles met elkaar te delen maakt dat er geen armen meer zijn onder de gelovigen. Er is wel op gewezen dat het Griekse eferon (‘brachten’, nl. de opbrengst van wat verkocht werd, 4,34b) een iteratief imperfectum betreft, zoals eerder ook voorkomt in 2,45. Daarmee wordt dan tot uitdrukking gebracht dat deze praktijk vaker voorkwam en dat het dus geen eenmalig voorval betrof, en dat het ook niet opgelegd werd of volledig doorgevoerd (zie hierboven). Na het positieve voorbeeld van Barnabas volgt direct het negatieve voorbeeld van Ananias en Saffira.

Door het achterhouden van een deel van de opbrengst van de verkoop van hun land bezondigen zij zich aan oneerlijkheid en halfslachtigheid. Dat staat op gespannen voet met de overheersende mentaliteit in de gemeente. Het komt hun dan ook duur te staan, beiden moeten het met de dood bekopen. Een volgeling van Jezus moet iemand ‘uit één stuk’ zijn en dient ook voluit betrouwbaar te zijn, met een Hebreeuws woord tamim (‘gaaf’). Zoals Jezus het zegt in de Bergrede: ‘Wees dan volmaakt, zoals je Vader in de hemelen volmaakt is’ (Mat. 5,48). Het Griekse teleios (‘perfect, heel, gaaf’) heeft ongeveer dezelfde betekenis als het Hebreeuwse tamim.

Deze exegese is opgesteld door Harry Tacken.

    1. Jos de Heer, Jezus’ geestkracht wereldwijd. Commentaar op Handelingen. Vught: Skandalon, 2013, 123. ↩︎

    Wellicht ook interessant

    Nieuwe toelichting op de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland
    Nieuwe toelichting op de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland
    None

    Het leven van de gemeente

    De kerkorde typeert het werk van de kerkenraad als ‘leiding geven aan de opbouw van de gemeente in de wereld’. Maar wat moet je je daarbij voorstellen? Ord. 4-7-1 ziet het als de tweede taak van de kerkenraad, na de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten: immers, in paragraaf 2.1 zagen we al dat de gemeente allereerst een horende en vierende gemeenschap is. Maar wie het Woord hoort en de gemeenschap met God en mensen beleeft rond doop en avondmaal, weet zich ook geroepen ‘tot dienst aan het Woord van God’ (art. IV-1 KO). Daarmee komt de opbouw van de gemeente in de wereld in beeld. Opbouw van de gemeente: in pastoraat, gemeentediaconaat, geestelijke vorming, en wat ook verder maar kan dienen ‘tot opbouw van het lichaam van Christus’. In de wereld: onder meer in diaconaal en missionair werk.

    Vliegende uil
    Vliegende uil
    Basis

    Theologie met twee vleugels

    Thandi Soko-De Jong woonde onlangs de Beijing 30+ conferentie bij van de Wereldraad van Kerken. Daarin werd er teruggeblikt op de wijze waarop vrouwen wereldwijd de afgelopen dertig jaar vorm hebben gegeven aan hun spirituele zoektochten. Ze raakt in het bijzonder geïnspireerd door de metafoor van de vogel met twee vleugels. In plaats van één gender centraal te stellen in de kerk en de theologie, en dus te vliegen met één vleugel, nodigt de metafoor ons uit om gelijkwaardige aandacht te besteden aan de ervaringen en het leiderschap van vrouwen.

    Nieuwe boeken