De kosmos als oefenplaats voor verbeeldende theologie
Bespreking van Wat als we niet alleen zijn?
Het boek Wat als we niet alleen zijn? van Ruben van Wingerden is een ode aan verbeeldende theologie. Tot die conclusie komt Wouter Hofland na het lezen van deze verhalenbundel over God, kosmos en buitenaards leven: ‘Theologie draait altijd om verbeelding en verbeelding werkt het beste vanuit een ongewoon perspectief’.
In het Nederlands Dagblad verscheen onlangs een artikel over de vraag of het christendom het idee van buitenaards leven aankan. Aanleiding was een artikel van de Amerikaanse hoogleraar Carlos Eire in Time Magazine waarin de auteur stelt dat monotheïstische religies, en met name het christendom, het erg moeilijk zullen krijgen in het geval we buitenaards leven ontdekken. Christelijke overtuigingen als de mens als de kroon op de schepping en de mens als enige wezen dat direct te maken heeft met zaken als zonde, verlossing en openbaring, komen dan op de tocht te staan. Genoeg reden dus om als christenen over dit soort vragen na te gaan denken.
Misschien dat Ruben van Wingerdens recent gepubliceerde boek Wat als we niet alleen zijn? hier een mooie aanzet voor kan geven. In deze bundel van twintig fictieve verhalen zijn het precies dit soort vragen die centraal staan. In de woorden van een personage uit een van de verhalen:
‘Stel dat er anderen zijn. Dan moet hun bestaan niet alleen een biologische, maar ook een theologische implicatie hebben. Want zijn ook zij Imago Dei? Zijn zij óók geschapen als het beeld van God? En hoe dan? Hebben zij, net als wij, verstand en wil, moreel besef, creativiteit, vrije wil en zelfbewustzijn, de capaciteit om te kiezen tussen liefde en rebellie? En als dat zo is, hoe is dan hun relatie tot de Schepper?
Vragen uit de kerkgeschiedenis
De bron waaruit van Wingerden inspiratie ophaalt is breed. Aan de ene kant zijn het moderne sciencefictionauteurs die hem op het spoor hebben gezet van vragen rondom de kosmos en religie. Bijvoorbeeld C.S. Lewis met zijn ruimtetrilogie waarin hij de hoofdpersoon naar planeten laat afreizen die (nog) geen zondeval mee hebben gemaakt.
Maar Van Wingerden laat ook zien dat dergelijke vragen al veel ouder zijn. Invloedrijke namen uit de vroege kerkgeschiedenis passeren de revue, zoals Origenes en Augustinus. Waar Origenes dacht dat sterren niet slechts vurige massa’s zijn maar rationele wezens, had Augustinus, in lijn met Clemens, Tertullianus en Ambrosius, de kosmos juist weer ontdaan van een ziel. Van Wingerden laat hiermee zien dat de vraag naar de sterren helemaal niet nieuw is binnen de kerk.
Maar ook veel niet-sterrengerelateerde theologische debatten komen aan bod. In het verhaal ‘De boeien van de iota’ laat Van Wingerden een drie-enig wezen, Thyros, zijn ingewikkelde natuur uitleggen aan Maarten, een theoloog. Maar voordat Thyros hiertoe in staat is, moet hij Maarten met ketenen boeien, boeien die hem ervan weerhouden te ontsnappen naar vertrouwde kaders. ‘Je bent een mens, gewend aan lineaire tijd, aan een wereld van oorzaak en gevolg, aan het idee dat bewustzijn in één lichaam gevangenzit’. De ketenen maken hem dus ontvankelijk voor het mysterie. En dan ontstaat er een gesprek. Thyros legt uit dat het zijn van een drie-eenheid, een triade, voor hem, of hen, zo gewoon is als het maar kan. In zijn poging dit te begrijpen, grijpt Maarten terug op oude en nieuwe stemmen uit de kerkgeschiedenis. Origenes en Arius die in een hiërarchie tussen de Drie geloofde, Athanasius die hiertegen inging. Augustinus die de drie-eenheid zag als de drie vermogens van ziel, geheugen, verstand en wil. De Cappadocische Vaders, die de Drie-eenheid zagen als een eeuwige omhelzing. Moderne theologen als Zizioulas en Moltmann die het opvatten als drie aparte Personen in een sociale en relationele eenheid. Allemaal schiet het tekort volgens Thyros, maar toch heeft de moeite die in deze theorieën zijn gestoken zin gehad, omdat het allemaal oefeningen zijn geweest, ‘zodat jij nu mijn stem kunt horen’.
Boeien die hem ervan weerhouden te ontsnappen naar vertrouwde kaders
Buiten onze categorieën
In het verhaal ‘De andere schepping’ komen een aantal van dit soort lijnen mooi samen: gedachtes uit de kerkgeschiedenis met moderne vragen over de mogelijke confrontatie met buitenaards leven. In dit verhaal daagt Van Wingerden de lezer uit om over het mogelijke buitenaardse leven niet direct te denken vanuit zaken die ons bekend zijn. Hij laat een personage zelfs stellen dat het van arrogantie getuigt als we denken dat het buitenaardse leven dezelfde principes zou volgen als ‘onze definitie van leven’ op basis van ‘celstructuur, metabolisme, reproductie, reactie op prikkels’. Het buitenaardse leven uit dit verhaal is fundamenteel anders. Het enige objectieve dat erover gezegd kan worden, is dat het volgens de meetapparatuur een fosforconcentratie is, meer niet. En verder heeft deze aanwezigheid wel een bepaald impact op de mens die ermee in aanraking komt. Maar meer kunnen de personages er niet over zeggen. Daarom komt de verteller tot de vraag: ‘Hoe stellen we ons iets voor wat geen vorm heeft?’
Via deze vraag komt het verhaal bij Augustinus’ negatieve theologie. Augustinus stelde dat wij mensen per definitie in vormen denken, en dat we ons daarom weinig kunnen voorstellen van God, die zonder vorm is. ‘Augustinus concludeert dat we God alleen kunnen benaderen via negatie: God is niet-materieel, niet-begrensd, niet-veranderlijk. We kunnen zeggen wat Hij niet is, maar niet wat Hij is’. En deze bescheiden houding zouden we volgens de verteller van het verhaal ook tegenover mogelijk buitenaards leven moeten hebben – een houding die God extra groot maakt, ‘niet omdat Hij alles voor ons begrijpelijk maakt, maar omdat Hij groot genoeg is om een schepping te omvatten die verder reikt dan onze hersenen, onze talen, onze theorieën.’ Een gedachte die onze menselijke arrogantie vernedert, maar tegelijkertijd troostrijk is: ‘als God groot genoeg is om een schepping te maken die ons begrip te boven gaat, dan is Hij ook groot genoeg om ons te redden, te genezen, ons thuis te brengen.’
Kosmische verhalen
Van Wingerden geeft zijn twintig verhalen de gemene deler van ‘kosmische verhalen’. Dit betekent niet dat alle verhalen zich per se buiten onze atmosfeer afspelen, of met buitenaards leven te maken moeten hebben, maar wel dat de vragen die erin voorkomen van kosmische proporties zijn. De variatie tussen de twintig verhalen is dan ook groot. Sommige verhalen laten zich omhullen door een mysterieuze sfeer, opgeroepen door mensen die in aanraking komen met angstaanjagende buitenaardse fenomenen of met het goddelijke. Andere verhalen zijn ontroerend, zoals de hervertelling van de gelijkenis van de verloren zoon in een futuristische buitenaardse setting. Verhalen als ‘Verduistering’, waarin de zon getuigt van de kruisiging, of ‘De toekijker’ waarin een ongelukkige vrouw door God de grootsheid van de schepping te zien krijgt, hebben iets van beide.
Maar de bundel bevat ook lichtvoetigere verhalen. Zo is er ‘Het gebod’, een sprookje over een onderaards volk dat, nadat Mozes de wetstafelen verbrijzelde, slechts één van de tien geboden ontving: ‘Gij zult niet liegen’. De rest van het verhaal laat zien wat er gebeurt als er slechts een waarde, die van de waarheid, nagestreefd wordt, zonder andere waarden na te streven. Deze ene waarde wordt verabsoluteerd, maar dient geen hoger doel. Mannen spreken de waarheid als hun vrouwen hen vragen of ze er mooi uitzagen, wat de huwelijken niet ten goede komt. Een huisvader spreekt de waarheid als een vreemdeling hem vraagt of hij hem wil ontvangen, waarna de vreemdeling bedroeft afdruipt. Hoewel ze er trots op zijn dat ze altijd de waarheid spreken, zien ze ook wel in dat het een erg ongelukkige toestand is dat het hen niet is toegestaan om ‘een leugen te spreken wanneer het beter ware’. De verteller roept de lezer er dan ook toe op dat, hoewel de waarheid heilig is, ze tot een last wordt als ze niet met wijsheid gebruikt wordt. Omdat de mens wél meer geboden heeft ontvangen, bijvoorbeeld die van het tonen van barmhartigheid en het zoeken van vrede, is zij boven dit onderaardse volk geplaatst. Op een speelse en humoristische manier weet Van Wingerden met dit sprookje de lezer na te laten denken over de waarde van de geboden van God, niet als losse regels maar als een harmonieus geheel dat perfect aansluit bij ons menselijk bestaan.
De waarheid wordt een last als ze niet met wijsheid gebruikt wordt
Dat het allemaal losse verhalen zijn heeft ook een nadeel. Bij ieder verhaal moet de auteur namelijk weer opnieuw een buitenaardse sfeer oproepen. En dan valt het op dat hij toch wel vaak voor dezelfde soort termen of omschrijvingen kiest. Een daarvan is stilte, iets dat in de eerste zin van drie verschillende hoofdstukken zit: ‘De stilte in het schip was geen afwezigheid van geluid, maar de aanwezigheid van iets groters’; ‘De planeet Iona 7 was stil’; ‘Ze zweefden in stilte’. Daarnaast gebruikt de auteur vooral erg technische termen om het buitenaardse mee te omschrijven, zoals ‘torsievelden van sub-dimensionele zwaartekrachtbogen’ en ‘bioluminescente mossen’. En termen als ‘resonantie’ en ‘pulseren’, die niet per se erg technisch zijn maar wel vaag genoeg om het omschreven object in nevelen te hullen, zijn veel terugkomende woorden in repertoire van de auteur. Hoewel dit op zich nog niet storend hoeft te zijn, had het, in het licht van de hierboven genoemde oproep om over buitenaards leven niet per se te denken in categorieën die ons bekend zijn, mooi geweest als de auteur dit kracht bij had gezet door zelf in ieder verhaal weer heel andere manieren te vinden om het buitenaardse mee te omschrijven.
Theologie is verbeelding
Niet iedereen is fan van deze manier van theologie bedrijven. In interviews geeft Van Wingerden aan dat sommige gelovigen met wie hij spreekt het blasfemisch of godslasterlijk vinden dat hij over de vragen nadenkt die in dit boek voorbijkomen. Misschien dat bij deze mensen die titel ‘De Godsvraag van de Nacho’ in het verkeerde keelgat schiet. Voor mij was dit boek juist een belangrijke herinnering dat theologie altijd draait om verbeelding, en dat verbeelding het beste werkt vanuit een ongewoon perspectief. Het gaat er hier niet per se om over buitenaards leven te filosoferen, maar wel dat we over iets onbekends filosoferen. Door dit te doen, komen we bij fundamentele vragen over de beperktheid van het menselijk voorstellingsvermogen. Denken vanuit de nietigheid van een nacho of de ongekende grootsheid van verre sterrenstelsels kan het makkelijker maken iets voor te stellen bij de nietigheid van Bethlehem en de grootsheid van het Evangelie.

Wouter Hofland heeft een bachelor in Politicologie en Geschiedenis, en rondde recent een onderzoeksmaster Ancient History aan de Universiteit Leiden af. In zijn onderzoek richt hij zicht met name op de transitie van de Romeinse naar de post-Romeinse wereld in de Late Oudheid.
Bestel Wat als we niet alleen? zijn bij onze partner Boekenwereld
Wat als we niet alleen zijn? van theoloog Ruben van Wingerden is een denkexperiment in verhalende vorm, bedoeld voor lezers die zich laten uitdagen op het snijvlak van geloof en wetenschap. Wat als er leven bestaat buiten de aarde? En als dat zo is, reikt het verlossingswerk van Christus dan ook tot hen? In dit boek ontwerpt Ruben van Wingerden een denkraam aan de hand van twintig korte verhalen. Je leest onder meer een brief uit 2048 van een jezuïet die naar de sterren staart, je ontmoet buitenaardse wezens en vliegt boven een aarde die door haar bewoners is verwoest. Zo blaast Van Wingerden een vergeten christelijke kosmologische traditie nieuw leven in.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast.
Word lid van Theologie.nl
Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand.
