De taal van het verhaal
Wat zou een verhaal zijn zonder een sterke stijl en een zorgvuldige woordkeuze die – als het even kan – geen nadere verklaring behoeft? Een voorbeeld. In Middlemarch, het beroemde boek van George Eliot over een fictief Engels dorp in het jaar 1830, zegt Dorothea van haar innemende en mooie jongere zusje Celia over wie ze moedert, dat zij ‘nauwelijks meer verlossing nodig had dan een eekhoorntje’. Het is een zinnetje dat het leven verandert. Er is ironie in de tekst, zeker, maar vanaf heden bekijk ik elk eekhoorntje met andere ogen. Omgekeerd geldt dat een zorgvuldige woordkeuze niet bij voorbaat het verhaal maakt. Ook al beschrijf je de sfeer van een huiskamer in november, de taal máákt misschien wel het verhaal, of het gedicht, dat is om het even.