Menu

None

Interview: ‘Augustinus vocht niet alleen voor orthodoxie, hij was de uitvinder’

In gesprek met Catherine Conybeare over haar boek Augustinus de Afrikaan

Kaart Noord-Afrika

In haar boek Augustinus de Afrikaan werpt classica Catherine Conybeare een nieuw licht op een van de meest bekende figuren uit de kerkgeschiedenis: Augustinus van Hippo (354-430). Hoewel hij tot nu toe vooral gezien is als invloedrijk voor de ontwikkeling van de Europese cultuur, beargumenteert Conybeare dat het zien van Augustinus als een Noord-Afrikaan essentieel is om zijn werk goed te kunnen begrijpen. Maar het verhaal over zijn Afrikaanse identiteit is, net zoals zijn theologische overtuigingen, niet een kwestie van simpele categorieën. Wouter Hofland ging met Catherine Conybeare in gesprek.

Hoe kwam u erbij om dit boek te gaan schrijven?

‘Vijfentwintig jaar geleden las ik de filosofische dialogen die Augustinus schreef in de heuvels boven Milaan net na zijn bekering. In een van die dialogen zegt hij tegen zijn moeder: ‘Het is één ding om zelfverzekerd te zijn over mijn kunsten, maar heel iets anders om zelfverzekerd te zijn over mijn afkomst’ (aliud est enim esse arte, aliud gente securum). Hij vertelde zijn moeder dat zijn studenten in Rome hem hadden bespot om zijn accent, terwijl hij zich voordat hij van Carthago naar Italië reisde waarschijnlijk nooit had gerealiseerd dat hij een accent had. Dit zal de eerste keer zijn geweest dat hij zich realiseerde dat hij een Afrikaan was, en dat fascineerde me.

‘Hoewel ik deze observatie niet heb verwerkt in het boek dat ik destijds over zijn filosofische dialogen schreef (The Irrational Augustine, 2006), heb ik het wel bewaard. Tot ik tien jaar geleden terugkeerde met het idee dit verder uit te zoeken, en ik langzaam maar zeker ging beseffen dat Augustinus niet zomaar afkomstig was uit Noord-Afrika, maar dat hij zich ook bewust was van zijn identiteit als een Afrikaan en zich hiertoe actief verhield. Tijdens dit onderzoek werd het me langzamerhand duidelijk dat dit niet zomaar een verzameling aan losse studies naar verschillende momenten uit zijn leven zou opleveren, maar dat het een hele nieuwe biografie zou gaan worden.’

Hoe komt het dat eerdere historici, en biografen van Augustinus, zijn Afrikaanse identiteit geen speciale aandacht hebben gegeven?

‘Deels omdat zijn Afrikaanse identiteit wordt overschaduwd door zijn Romeinse identiteit. Het is niet alsof zijn Afrikaanse identiteit bewust genegeerd is door eerdere historici, maar er was altijd een neiging om te zeggen ‘ja hij was Afrikaan, maar hij was vooral Romein’, alsof Romein-zijn een Afrikaanse identiteit per definitie uitsluit. Ik ben volgens mij de eerste die bewust voorbij dit Romein-zijn denkt, en de vraagt stelt wat de invloed van zijn Afrikaan-zijn geweest kan zijn.

‘Een andere reden dat niemand dit onderzoek eerder heeft gedaan, is misschien dat het nogal gecompliceerd en gedetailleerd werk is om Augustinus te lezen en je daarbij constant af te vragen hoe zijn Afrikaanse afkomst een rol speelt.

‘Een derde reden is de langere geschiedenis van het niet-erkennen van Afrika in de Europese traditie. Deze trend zag ik bijvoorbeeld ook terug in de weerstand tegen mijn boek van mensen die niet bereid zijn om te erkennen dat Augustinus’ Afrikaanse identiteit belangrijk voor hem was. Ik had eigenlijk een ander soort weerstand verwacht, van Afrikanen die zouden tegenwerpen dat Noord-Afrika niet echt tot hun continent behoort. Maar dit heb ik helemaal niet gehoord. Zij waarderen het juist dat ik het narratief richting het Afrikaanse continent trek.’

In de introductie van het boek stelt u dat uw eigen ervaring van het bezoeken van Noord-Afrika en het uitkijken over de zee richting Italië u hielp om te begrijpen waarom Augustinus zulke ambivalente gevoelens over de Romeinse overheersing had. Op wat voor manier spelen uw persoonlijke ervaringen een rol in uw onderzoek?

‘Het gaat over het aanschouwen van de wereld vanuit de zuidelijke zijde van het Middellandse Zeegebied: wat dat betekent voor iemands emotionele oriëntatie en voor de keuze met welke mensen je je associeert. Als je, om richting het centrum van de wereld te kijken, over de zee richting het noorden moet kijken, maakt dat een verschil. Ik realiseerde me toen dat Augustinus die wereld niet slechts vanuit het zuiden bekeek, maar ook vanuit het perspectief van Carthago, een stad waarvan de onderwerping in de tweede eeuw v.Chr. cruciaal was voor de mythe van de Romeinse hegemonie.

‘Ik had een vergelijkbare ervaring toen ik afgelopen november van Tunis naar Rome vloog. De vlucht duurde minder dan een uur, terwijl het me bijna twee uur kost om vanuit Rome naar Londen te vliegen. Ik realiseerde me toen dat, in tegenstelling tot wat onze huidige culturele connecties zouden suggereren, er een heel directe relatie was tussen Rome en Afrika. Veel directer dan tussen Rome en Engeland, de barbaarse westerse plek waar ikzelf vandaan kom.’

In wat voor historische context leefde Augustinus?

‘In een context die radicaal veranderde gedurende zijn leven. Hij was geboren in 354, in een relatief veilige en welvarende fase van het Romeinse Rijk – ook voor Noord-Afrika. De problemen en instabiliteit van de derde eeuw en de christenvervolgingen van Diocletianus in het begin van de vierde eeuw lagen alweer in het verleden. Keizer Constantijns bekering tot het christendom (312), zijn tolerantie-edict van Milaan (313) en het voortrekken van christenen dat hierop volgde hadden de positie van het christendom significant verbeterd. Toen Augustinus stierf, in 430, was het christendom inmiddels de officiële staatsreligie geworden, maar ook werd het rijk op allerlei manieren bedreigd. Noord-Afrika kon de dans niet ontspringen en werd binnengevallen door de Vandalen.’

Hoe zou u Augustinus’ relatie jegens het Romeinse Rijk, het Romeinse culturele erfgoed, en de (intussen christelijke) keizers samenvatten?

‘In zijn De stad van God vinden we details die Romes erfgoed duidelijk ondermijnen. En zijn belangrijkste punt in dit boek is zijn absolute weigering om te denken dat de opkomst en het langdurige succes van het Romeinse Rijk onvermijdelijk was. Deze weigering is cruciaal voor zijn houding ten opzichte van dit rijk. Een belangrijk deel van zijn publiek waren christenen die nogal romantisch gehecht waren aan een dergelijk idee over Rome. En hoewel er een sectie is waarin hij de christelijke keizer Theodosius prijst, denk ik niet dat hij zich erg druk maakte over de details van de gekerstende keizerlijke macht. Dit zien we bijvoorbeeld terug in zijn weerlegging van de beschuldiging vanuit heidenen dat de verovering van Rome in 410 door Alarik het gevolg was van deze kerstening. Als hij stelt dat nooit eerder in de geschiedenis van veroverde steden een veroveraar een veiligheidsgarantie gaf aan iedereen die zich in tempels verzamelde, terwijl Alarik dit wel gaf aan mensen in kerken, laat hij na om te vermelden dat deze Alarik een christen was (hoewel een Ariaanse christen). Hij koos er blijkbaar voor om dit potentieel significante detail op te offeren met het zicht op het grotere punt dat hij probeerde te maken.’

U beschrijft Augustinus als een zeer gepassioneerd persoon. Hoe uniek is het persoonlijke beeld dat we bijvoorbeeld uit zijn Belijdenissen krijgen, vergeleken met andere mensen uit de Oudheid?

‘De Belijdenissen geven ons een buitengewoon beeld van een zeer intelligent, vragende en zoekende geest. Dit zorgt er ook voor dat we het idee krijgen dat we Augustinus goed kennen. De enorme hoeveelheid aan persoonlijk materiaal dat hij heeft nagelaten – brieven, preken en persoonlijke traktaten – is weergaloos. Met name in de antieke Mediterraanse wereld waarin alleen Cicero (106-43 v.Chr.) iets vergelijkbaars heeft nagelaten. Er waren wel andere figuren die ook veel persoonlijk materiaal schreven, met name in het Grieks. Ik denk dan vooral aan Gregorius van Nazianze (329-390), die ook veel over zijn eigen leven schreef. Maar wat betreft het gelaagde beeld dat we van Augustinus krijgen, en de enorme hoeveelheid materiaal, is hij wel echt een uitzondering.’

Het grootste gedeelte van zijn werk is gericht aan wat hij beschouwde als ‘ketterijen’: manicheïsme, donatisme en pelagianisme. Hoe kunnen we verklaren dat Augustinus zich zo fanatiek inzette voor ‘orthodoxie’?

‘Misschien moeten we zeggen dat hij niet alleen voor orthodoxie vocht, maar dat hij er de uitvinder of ontdekker van was. Ik denk dat we de intensiteit van zijn polemieken moeten zien als een product van zijn persoonlijkheid: hij was enorm gepassioneerd en vastberaden, en hij hield er niet van om de ander het laatste woord te geven. Hij voelde zichzelf altijd de onderliggende partij. Dat is met name zichtbaar in zijn strijd tegen de pelagiaan Julianus van Eclanum aan het einde van zijn leven. Ik denk dat Julianus bewust op Augustinus’ onzekerheden inspeelt als hij hem wegzet als ‘die Punische pamflettist’. Dit zou de onverbiddelijkheid en felheid van Augustinus’ reactie goed kunnen verklaren.’

Waren zijn persoonlijke leven en ervaringen altijd zo bepalend voor de theologische overtuigingen die hij had?

‘Niet zozeer voor de overtuiging zelf, maar zijn persoonlijke relatie met tegenstanders was wel bepalend voor de manier hoe deze overtuigingen steeds feller werden, en voor de specifieke manier waarop hij deze overtuigingen uitte. Hoewel zijn specifieke argumentatie dus kon verschillen per moment en tegenstander, had hij wel een consistente kern van waaruit hij al zijn meningen ontwikkelde. Zo had hij, tegen de tijd dat hij het pelagianisme bestreed, een duidelijke overtuiging over Christus’ rol in de wereld en de kerk. Hij dacht: als Christus is gestorven om iedereen te redden, dan moet iedereen iets hebben om van gered te worden. Zijn wat extreme ideeën over genade en zonde die hij uitte als reactie op Julianus – ideeën die uiteindelijk zeer grote consequenties hebben gehad voor de latere kerk – kwamen dus voort uit zijn vaste overtuigingen, maar werden geuit in teksten die waren uitgelokt door Julianus’ bovengenoemde provocatie over Augustinus’ Afrikaanse identiteit.’

Over zijn bekering: u zegt dat hij, om een christen te worden, eerst zijn intellectuele arrogantie opzij moest zetten. Was dit dezelfde arrogantie die ervoor zorgde dat hij zich onzeker voelde over zijn Afrikaanse identiteit?

‘Ja, zijn verlangens vóór zijn bekering werden gedomineerd door een ideaal van Romeinse identiteit. Als je een biografie zou schrijven over zijn leven tot aan het moment dat hij van zijn moeder wegvlucht en Carthago inruilt voor Italië zou deze goed de titel ‘Romeins worden’ kunnen dragen. Hij was actief bezig om te assimileren, om de conventionele Romeinse idealen over werelds succes te bereiken. En na zijn bekering is er juist het langzame, ambivalente proces van het zich ontdoen van dit soort idealen. Dan gaat hij op zijn eerdere verlangen om Romein te worden terugkijken als een arrogant streven.

‘Zijn gevoel van minderwaardigheid over zijn Afrikaanse identiteit zat diep. Ik noemde al het narratief waarin de fundatie en opkomst van Rome afhankelijk is van de onderwerping van Carthago, en dit narratief werd ook nog eens versterkt in Vergilius’ verhaal in de Aeneis over Aeneas, de mythische grondlegger van Rome die de Carthaagse koningin Dido verliet, waarop deze zelfmoord pleegde. Dit was een verhaal dat Augustinus zo ongeveer uit zijn hoofd kende, en waarover hij schrijft dat hij, als jongen, iedere keer in huilen uitbarstte als hij het las. De Aeneis was een tekst die centraal stond in de opleiding van alle scholieren van het Romeinse Rijk. Iedereen werd er dus aan herinnerd dat Noord-Afrika genegeerd en onderworpen moest worden om de grondlegging van Rome mogelijk te maken. Afrikaan-zijn was voor Augustinus dus reden genoeg om een verbitterde relatie met Rome te hebben en tevens voor een gevoel van minderwaardigheid. Stel je eens voor hoe Augustinus en zijn klasgenoten al vroeg in hun opleiding in hun kleine dorpje de Aeneis leerden, vervolgens naar Carthago trokken en zich daar realiseerden dat ze, wat betreft deze conventionele ideeën over Romein-zijn, altijd als tweederangs zouden worden beschouwd.’

U beschrijft ergens hoe Augustinus direct na zijn bekering op een kruispunt stond tussen twee werelden: de traditionele Romeinse wereld van zijn verleden en de Afrikaans-christelijke wereld van zijn toekomst. Kon hij als christen dan niet in Italië blijven?

‘De reden om na zijn bekering naar Noord-Afrika terug te keren was vooral praktisch: hij had zijn baan opgegeven en had geen inkomen meer. Dat is erg illustratief voor hoe hij over bekering nadacht. Zijn toewijding aan het christendom was zo absoluut dat hij het idee had dat hij zijn baan moest opgeven, net zoals dat hij dacht dat hij seks moest opgeven. Hij had zijn baan kunnen behouden en hij had een christelijke vrouw kunnen trouwen. Deze radicale keuzes direct na zijn bekering zullen altijd een beetje onduidelijk blijven en ik denk dat zijn latere verslag van dit moment deze keuzes onvermijdelijker doen voorkomen dan ze eigenlijk waren. In ieder geval voelde hij zich op het Italiaanse schiereiland niet langer op zijn plek.’

Ook voelde hij zich na zijn terugkeer in zijn thuisland in Noord-Afrika niet echt op zijn gemak. Hoe kwam dat?

‘Deels omdat hij zich na zijn bekering opeens in een christelijke wereld begaf, een wereld die voor hem totaal nieuw was. Maar een andere belangrijke reden was de enorme impact van de dood van zijn zoon Adeodatus, een van de grootste keerpunten in mijn boek – en iets dat eerdere historici niet echt opgemerkt hebben. Ik denk dat hij terugkeerde in Noord-Afrika met het idee dat het zou zijn zoals zijn leven in Cassiciacum, het kleine dorpje nabij Milaan waarheen hij direct na zijn bekering verhuisde om samen te wonen met Noord-Afrikaanse vrienden en familie. Maar na de dood van zijn zoon, die hij voor zijn bekering kreeg bij de vrouw met wie hij jarenlang ongetrouwd samenleefde, viel dit beeld in duigen. En toen kwam daar de verrassing bovenop van het ineens tot priester gewijd worden. Dit was bij elkaar te schokkend om hem een gevoel van thuis te geven.

‘Dit zal ook bij hebben gedragen aan zijn overtuiging dat wij in deze wereld nooit echt thuis zijn, maar slechts pelgrims, zoals hij uitgebreid uiteen heeft gezet in de De stad van God. Een overtuiging die waarschijnlijk ook versterkt is door zijn verlangen om zijn moeder na te volgen in haar uitzonderlijke afstandelijkheid tot de wereld. Zo zei ze eens, toen ze stervende was en het haar, tegen de verwachting van haar zoons in, niet uitmaakte of ze in Italië of in haar thuisland in Afrika begraven zou worden: ‘geen plek is ver van God’. Augustinus was zeker al met dit soort ideeën over pegrim-zijn bezig voor de val van Rome en voordat hij De stad van God schreef.

U beschrijft hoe Augustinus later in zijn leven een vrij pragmatische in plaats van ideologische positie inneemt wat betreft het gebruik van Punisch, een van de Noord-Afrikaanse talen in zijn tijd. En u beschrijft ook hoe hij op een eerder moment in zijn leven, in een correspondentie met de grammaticus Maximus van Madauros, op een meer ideologische manier Maximus’ afkeer van Punische namen wegzet als Afrikaanse zelfhaat. Hoe veranderde Augustinus’ positie, en wat zegt dit over hem?

‘Ik ging er in eerste instantie ook vanuit dat zijn correspondentie met Maximus erg bepalend zou zijn voor zijn verhouding tot het Punisch, maar dat bleek toch anders te liggen. Ik begon Augustinus’ verhouding tot deze taal te onderzoeken met de verwachting dat dit grotendeels in lijn zou zijn met wat hij hier tegen Maximus zegt. Maar uiteindelijk bleek zijn kijk op deze taal een stuk pragmatischer: hij wilde het woord van God zo wijd mogelijk verspreiden. In zijn reactie op Maximus ging het Augustinus er vooral om dat de Punische namen waartegen Maximus zich verzette de namen van christelijke martelaren waren. In deze polemiek was hij dus niet zozeer gedreven door een relatie tot het Punisch an sich, maar gebruikte hij dit als een onderdeel van een breder argument.

‘Een ander aspect van zijn verhouding tot het Punisch dat ik me pas later realiseerde was de manier waarop het Augustinus constant bewust maakte dat het woord van God in verschillende talen gebracht kon worden. Dit is een belangrijk onderdeel van Augustinus’ denken dat vaak vergeten wordt, deels omdat deze overtuiging intussen een breed gedeeld christelijke opvatting is geworden: het idee dat iedere taal in staat is iets over het heilige te zeggen, dat geen taal echt heilig is, en dat alle talen slechts benaderingen zijn van Gods taal – een overtuiging die christenen apart zet van joden en moslims. Ik denk dat de mate waarin Augustinus in zijn directe omgeving blootgesteld werd aan het gebruik van Punisch en de noodzaak om deze taal te gebruiken om het Evangelie in Noord-Afrika te verspreiden zijn diepere overtuiging over talen mede gevormd hebben.’

Verschilde zijn opvatting dan van tijdgenoten?

‘Ja, en dat kwam doordat dit een periode was waarin belangrijke christelijke denkers als Hieronymus en Ambrosius het liefst hun eigen dominantie wilde laten gelden. Hieronymus wilde bijvoorbeeld dat zijn versie van de Bijbel, de Vulgaat, als dé versie van Bijbel voor de Latijn-sprekende wereld werd gezien. Zo’n nogal persoonlijk verlangen zou je kunnen vergelijken met wat we eerder zeiden over Augustinus als een fel en gepassioneerde man, maar ik ben ervan overtuigd dat Augustinus zijn persoonlijke gevoelens alleen liet gelden als het ten dienste kon staan van iets groters, niet van zijn persoonlijke belang. En dit zie je mooi terug in zijn relatie tot talen in het algemeen, en specifiek de taal van de Bijbel en de mogelijkheid tot meerdere interpretaties van de Bijbel. Dit vind ik een enorm belangrijk onderdeel van zijn karakter, en iets dat van grote invloed is geweest voor het Europese denken. Mensen houden van simpele antwoorden, maar Augustinus weigert daarvoor te vallen – een aspect van hem dat vaak vergeten wordt.’

Het viel me inderdaad op dat hoewel de verschillende ketterijen die Augustinus bestreed verschillende overtuigingen hadden, hij hen eigenlijk allemaal hetzelfde tegenwierp: alle ketterse overtuigingen zijn op een bepaalde manier logisch en begrijpelijk vanuit een menselijk perspectief, en dus verleidelijk en bevredigend, maar ze geven simpele antwoorden, en omdat ze niet over Gods perspectief nadenken, zijn deze overtuigingen fundamenteel fout.

‘Ik denk dat dat helemaal juist is. En je zou kunnen zeggen dat dit model precies ook zijn graduele ontworsteling aan het manicheïsme is. Hij dacht ooit dat het manicheïsme alles verklarende antwoorden zou geven over de aanwezigheid van kwaad in deze wereld. En in het afzetten tegen deze overtuigingen zette Augustinus zich eigenlijk ook af tegen het geven van te makkelijke antwoorden in andere kwesties. Zo geloofden de donatisten dat hun Afrikaanse kerk, als gevolg van hun moedige en vrome verzet tegen de christenvervolgingen, de ware kerk was, en dat goede christenen dus alleen hier gevonden konden worden. Maar Augustinus werpt hiertegen dat het antwoord op de vraag wie een goede christen is nooit duidelijk zal worden voor Christus’ wederkomst. Dat is geen makkelijk en bevredigend antwoord.

Ik ben trouwens blij dat dit punt uit het boek je is bijgebleven. Ik was namelijk een beetje bang dat door alle details die horen bij een biografisch narratief het andere punt dat ik probeerde te maken overschaduwd zou worden: namelijk dat het te complex ligt om Augustinus zomaar een Afrikaan te noemen, niet als label dat we zomaar op hem kunnen plakken omdat het toevallig mode is om meer aandacht aan Afrika te geven in geschiedschrijving. Dus in lijn met Augustinus’ afkeer van al te makkelijke antwoorden wil ik de lezer uitdagen om niet te vallen voor de verleiding van makkelijke antwoorden over Augustinus’ Afrikaanse identiteit. In werkelijkheid is het een zeer complexe en gelaagde identiteit.’

Wat ziet u als uw meest belangrijke vondst in dit boek?

‘Ten eerste het vrij algemene feit dat het Afrikaan-zijn uitmaakte en dat dit gedurende Augustinus’ leven op verschillende manieren uitmaakte. En wat betreft een specifiek boek van hem, De stad van God, denk ik dat het plaatsen van Augustinus in de juiste Afrikaanse context de achterliggende polemiek duidelijker maakt: we zien hem dan als iemand die de Romeinse zelfrepresentatie bekritiseert vanuit een Noord-Afrikaans perspectief, en ook op een specifiek moment als zijn publiek in Noord-Afrika, direct na de val van Rome, gedomineerd wordt door geprivilegieerde vluchtelingen uit de hoofdstad. Deze vluchtelingen waren trots op hun Romeinse identiteit, en ze verstoorde daarmee de orde in de Noord-Afrikaanse kerken die vol zaten met mensen die deze identiteit niet deelden. Augustinus raakte gefrustreerd over deze storende aanwezigheid van aristocratische Romeinen, die hem herinnerden aan de wereldse aspiraties die hij zelf ooit had gehad. Dit kan goed een van de oorzaken zijn van de felle toon waarmee hij in De stad van God de mythe van de onvermijdelijkheid van Romes glorie ondermijnt.’

Catherine Conybeare

Catherine Conybeare is al lang gefascineerd door Augustinus van Hippo; onder haar eerste boeken bevinden zich titels als The Irrational Augustine en The Routledge Guidebook to Augustine’s ConfessionsAugustine the African was een New Yorker Book of the Year 2025. Conybeare doceert klassieke talen aan het Bryn Mawr College in Pennsylvania, waar ze Leslie Clark Professor in de Geesteswetenschappen is.

Wouter Hofland

Wouter Hofland heeft een bachelor in Politicologie en Geschiedenis, en volgt nu een onderzoeksmaster Ancient History aan de Universiteit Leiden. In zijn onderzoek richt hij zicht met name op de transitie van de Romeinse naar de post-Romeinse wereld in de Late Oudheid.

Bestel Augustinus de Afrikaan bij onze partner Boekenwereld

Augustinus de Afrikaan

‘Augustinus de Afrikaan’ van classica Catherine Conybeare is een grensverleggende biografie over de invloedrijke theoloog Augustinus van Hippo. Eeuwenlang werden Augustinus’ Noord-Afrikaanse geboorte en Berberse afkomst eenvoudigweg genegeerd, maar dit boek schijnt nieuw licht op deze kerkvader. Catherine Conybeare plaatst Afrika terug in Augustinus’ verhaal. Hiermee haalt zij Augustinus uit het westerse systeemdenken en plaatst hem opnieuw in een oosterse context, waarin het mysterie sterker wordt benadrukt. Aan de hand van brieven en andere fragmenten reconstrueert Conybeare Augustinus’ reizen en toont zij hoe zijn baanbrekende werken vorm kregen vanuit het perspectief van een balling in een Afrikaanse context.


Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast. 

Word lid van Theologie.nl 

Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af vanaf €5,83 per maand. 

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken