Menu

None

Interview Werner Pieterse

Werner Pieterse schreef het boek Waar ik je zoek‘, waarin hij het grote verhaal van God en mens opnieuw vertelt. Theologie.nl ging met hem in gesprek.

In de Bijbelverhalen ontmoet een raadselachtige God een groep zwervers. Hij trekt met ze mee, de woestijn in op zoek naar nieuw land. Daar bouwen koningen hun paleizen en tempels, maar niets is voor eeuwig. God zoekt een moeder, een kind en begint opnieuw. Dit zijn verhalen die diep in ons geworteld zijn – overal keren ze terug: in de kunst, in film, in poëzie.


Waar ik je zoek

In de Bijbelverhalen ontmoet een raadselachtige God een groep zwervers. Hij trekt met ze mee, de woestijn in op zoek naar nieuw land. Daar bouwen koningen hun paleizen en tempels, maar niets is voor eeuwig. God zoekt een moeder, een kind en begint opnieuw. Dit zijn verhalen die diep in ons geworteld zijn – overal keren ze terug: in de kunst, in film, in poëzie. In dit boek vertelt Werner Pieterse het grote verhaal van God en mens opnieuw; twaalf verhalen woord voor woord, om langzaam te lezen, met beelden voor wie de woorden wil zien.

Wellicht ook interessant

None

In Echo’s van het goede nieuws weerklinken de historische evangeliën in een nieuw geluid

Theologen en wetenschappers buigen zich al eeuwenlang over de betekenis van de evangeliën. In duizenden naslagwerken en commentaren voorzien ze de verhalen over het leven en de missie van Jezus van context. Het lijkt daardoor lastig om nog met vernieuwende en originele perspectieven te komen. Toch weet Geurt-Henk van Kooten met zijn boek Echo’s van het goede nieuws de evangeliën opnieuw te laten spreken. Door ze in hun historische context te plaatsen, brengt hij hun boodschap op een verrassend actuele en relevante wijze dichtbij.

Deuteronomium 6:4 in het Hebreeuws
Deuteronomium 6:4 in het Hebreeuws
Basis

Sjema

In het boek Deuteronomium is de hoogste joodse geloofsbelijdenis te vinden: “Hoor, Israël, de Heer onze God, de Heer is één!’, in het Hebreeuws uitgesproken als ‘Sjema Jisraël, Adonai Elohénoe, Adonai echád’ (Deuteronomium 6:4). Zonder dit vers, dat naar het eerste woord bekendstaat als het sjema, is het hele joodse monotheïsme ondenkbaar. Dit vers ‘leeft’ als geen ander. De gelovige staat ermee op en gaat ermee naar bed. Met dit vers op de lippen blaast hij ook de laatste adem uit. Het is dan ook niet voor niets dat juist deze tekst als een soort vademecum te vinden is in de mezoeza en de tefilien.

Nieuwe boeken