Menu

Basis

Profeten en politiek

Het belang van de tegenspreker: over profeten, politiek en AI

Beeld van profeet Ezechiël
(Beeld: ewenjc via Getty Images)

In de kerk is men ervoor beducht: liever niet al te veel politiek vanaf de kansel. En als voorgangers er zich aan wagen, dan zullen zij ervoor waken om hun hoorders niet al te veel tegen de haren in te strijken. Bijbelse profeten waren minder terughoudend. Zij bemoeiden zich voortdurend met de politiek, schrokken er niet voor terug om zelfs de koning daarmee lastig te vallen en tegen te spreken. We kunnen er van leren, op vele fronten.

Moderne profeten

Op verschillende manieren heeft Kees van Ekris de laatste jaren aandacht gevraagd voor moderne christelijke profeten. Het begon met een serie podcasts, daarna schreef hij er een boek over en inmiddels is er ook een serie op de NPO. In zijn podcasts en boek gaat hij in op de levens en inspiratiebronnen van Martin Luther King, Frère Christian de Chergé, Desmond Tutu, Dorothy Day, Dietrich Bonhoeffer, Bisschop Muskens, Jacques Ellul en Angela Merkel. Bij de NPO behandelde hij opnieuw Dietrich Bonhoeffer, Martin Luther King en Desmond Tutu, met daarnaast Majoor Bosshardt, Henri Nouwen en Alexei Navalny. Men kan zich afvragen waarom sommigen afvielen en anderen erbij kwamen, maar het gaat hoe dan ook om stuk voor stuk indrukwekkende en inspirerende personen. Volgens Kees van Ekris wijzen ze ons de weg in hoe zij met kennis van zaken, puttend uit de christelijke traditie zich geroepen voelen om de kernwaarden uit die traditie toe te passen in de praktijk. Het viel hem bij de bestudering van hun levensloop op dat hun handelen vaak sterk beïnvloed werd door een ingrijpende gebeurtenis in hun leven. Verder constateerde hij ook dat men vaak pas na hun dood of actieve loopbaan besefte hoe zeer ze gelijk hadden en alsnog navolging verdienden.

Bijbelse profeten – Micha versus Achab en Sedekia

Bij de profeten zoals die in de Bijbel worden beschreven zie je ook in die door Kees van Ekris genoemde drieslag: kennis, traditie en roeping. In het oude Nabije Oosten namen zij echter een andere plaats in dan de moderne profeten. Profeet was een beroep. Je kon ervoor leren. Op de profetenschool werd je onderwezen in de manieren waarop je contact kunt leggen met de godenwereld, ontdekken wat de wil van de goden is en wat de toekomst brengen zal. De koning maakte graag gebruik van die kennis wanneer hij voor belangrijke beslissingen stond. Een goed voorbeeld daarvan vinden we in 1 Koningen 22. Dat verhaal geeft ook een kritische kijk op die praktijk en leert ons het nodige over ware en valse profetie.

Achab, de koning van Israël (in het verhaal wordt hij slechts één keer bij name genoemd), wil de stad Ramot in Gilead terugveroveren op de Arameeërs en gaat daartoe een verbond aan met Josafat, de koning van Juda. Die laatste stelt voor om eerst te informeren naar de wil van God. Achab gaat daarin mee en legt de vraag voor aan maar liefst vierhonderd profeten. Kort hiervoor (in 1 Koningen 18:19) was eveneens sprake van vierhonderd profeten, maar dan van de godin Asjera, en ook nog eens van vierhonderd vijftig profeten van Baäl. Zij waren in dienst van koningin. Ze ‘aten’, zo staat er, ‘aan de tafel van Izebel’. Kennelijk waren er daarnaast dus ook nog eens vierhonderd profeten gewijd aan JHWH in dienst van de koning. Het moge duidelijk zijn dat er flink werd geïnvesteerd in de goddelijke informatievoorziening. Het leverde Achab de bevestiging van zijn voornemen op. De profeten voorspellen dat God Ramot in de macht van de koning zal geven. Hij kan met gerust hart ten strijde trekken. Josafat is er echter niet gerust op. Waarom dat zo is, wordt niet verteld. Je zou kunnen denken dat hij vermoedt dat de profeten bevooroordeeld zijn, immers: wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Wellicht kende hij de hiervoor vertelde verhalen over profeten die de koning van Israël tegenspreken. Zo’n profeet zou hij dan ook wel eens willen horen. Als hij informeert of er nog een andere profeet gevraagd kan worden, wordt die vermoedelijke argwaan bevestigd. Er is er inderdaad nog een en daar heeft Achab een hekel aan, omdat hij steeds onheil profeteert. Josafat haalt hem over om deze profeet, Micha geheten (niet te verwarren met de schriftprofeet), toch ook maar te raadplegen. De boodschapper die Micha ophaalt geeft hem duidelijke instructies: gelieve in te stemmen met de andere profeten. Micha geeft aan dat hij zal doorgeven wat God hem te zeggen heeft. Of dat inderdaad overeenkomt met de boodschap van de vierhonderd, valt nog te bezien.

Het moge duidelijk zijn dat er flink werd geïnvesteerd in de goddelijke informatievoorziening

Er wordt een heel spektakel van gemaakt. De koningen zitten in staatsiegewaad op hun troon voor de poort. De profeten profeteren. Vooral de profeet Sedekia maakt daarbij indruk. Voor de gelegenheid heeft hij zich getooid met ijzeren horens. Daarmee symboliseert hij hoe de koning de Arameeërs zal stoten totdat hij hen verdelgd heeft. De profeten roepen in koor: ‘Trek op naar Ramot in Gilead en u zult voorspoed hebben. De Heer zal het in de hand van de koning geven’. Desgevraagd sluit Micha zich daarbij aan. Hij herhaalt de woorden van zijn collega’s. Maar Achab gelooft hem niet. Net als bij Josafat moeten we raden naar zijn motieven. Het is alsof hij wel beter weet en men kan zich afvragen waarom hij heel die profetenshow eigenlijk laat opvoeren. Uiteindelijk doet hij toch gewoon zijn eigen zin. Hij wil zich niet door Micha voor de gek laten houden en gaat de confrontatie aan. Hij krijgt zijn zin en Micha kondigt, zoals Achab al had voorspeld, groot onheil aan.

Micha doet er dan nog een schepje bovenop en vertelt dat ook God zelf een spelletje met Achab speelt. Hij mag dan wel denken dat hij zelf tot het besluit kwam om de strijd aan te binden met de Arameeërs, maar het is God die hem daartoe verleid heeft om hem zo te laten sneuvelen. Micha schildert een merkwaardig hemels beraad over de beste manier om dit aan te pakken. God had er voor gekozen om te werken via een leugengeest die Achabs profeten op het gewenste foute spoor zal brengen. Die belediging pikt de profeet Sedekia niet en hij slaat Micha in het gezicht. Op zijn beurt laat de koning Micha opsluiten. Hij moet in de gevangenis blijven totdat de koning behouden thuis komt. Dat vindt Micha een goed plan: laten we maar eens zien wie er uiteindelijk gelijk heeft en wie zich met recht de woordvoerder van God mag noemen.

Achab doet wat hij al steeds van plan was en trekt op tegen de Arameeërs. Hij is er kennelijk toch niet helemaal gerust op en vermomt zich. Hij moedigt Josafat juist aan om zich in vol statiegewaad naar het front te begeven. De tegenstanders die de opdracht hadden gekregen zich vooral te richten op de koning van Israël zien Josafat voor die koning aan. Net op tijd ontdekken zij hun vergissing en ontspringt Josafat de dans. Dat geldt niet voor Achab. Hij wordt dodelijk getroffen door een afgedwaalde pijl. De wagen met zijn lijk bereikt nog wel Samaria. Honden likken zijn vloed van de wagen. Elia had het al voorspeld: ‘zo zegt de Heer: op de plaats waar de honden het bloed van Nabot hebben opgelikt, zullen ze ook jouw bloed oplikken (1 Koningen 21:19).

Achteraf bleek Micha dus in het voetspoor van Elia de ware profeet te zijn. Hij deelde in het lot van zovele profeten die op het moment dat zij hun profetie uitspreken niet geloofd en vaak vervolgd worden. Hun rehabilitatie laat nogal eens op zich wachten. Velen worden pas postuum geëerd. Daar kan men ook wel enig begrip voor opbrengen. Het is niet altijd eenvoudig om ware van valse profetie te onderscheiden. Bij Achab is het echter weer een ander verhaal. Hij gaat gewoon zijn goddelijke eigen gang. Als Josafat er niet bij hem op aangedrongen had, zou hij helemaal geen profetisch advies hebben gevraagd. Micha laat hij daarna ook maar praten. Hij denkt door de tamelijk onnozele Josafat te manipuleren de zaken naar zijn hand te kunnen zetten, maar komt uiteindelijk bedrogen uit. Had hij toch maar naar God geluisterd.

Bijbelse profeten – Jeremia versus Chananja

Een ander veelzeggend verhaal over ware en valse profetie betreft de profeten Jeremia en Chananja. In hoofdstuk 28 van het naar Jeremia genoemde boek lezen we over hun confrontatie. Terwijl Jeremia Gods vernietigende oordeel aankondigt, komt Chananja welsprekend en (net als Sedekia in 1 Koningen 22) beeldend met een boodschap van hoop, vol vertrouwen op Gods kracht die de macht van de dreigende Babyloniërs zal breken. Achteraf kan men onder de indruk raken van de ernst waarmee Jeremia zijn volksgenoten oproept om onder ogen te zien dat ze te ver zijn gegaan in hun ontrouw aan God en dat ze door de diepte van het oordeel heen moeten gaan om een echt nieuw begin te kunnen maken. Maar de hoorders van Jeremia en Chananja hadden zich ook kunnen optrekken aan het geloofsvertrouwen van Chananja. Hij kon zich beroepen op een eerbiedwaardige traditie. De profeet Jesaja had anderhalve eeuw eerder in een vergelijkbare situatie koning Achaz bezworen niet toe te geven aan zijn angst voor dreigende vijanden en alleen te vertrouwen op God. Dat leidde tot de mooie woorden over Immanuël in Jesaja 7. Dat door de profeet gevraagde vertrouwen op God werd niet lang daarna op indrukwekkende wijze bevestigd toen de oppermachtig geachte Assyriërs niet in staat bleken Jeruzalem te veroveren (zie Jesaja 36-37). Het werd ook opnieuw uitgesproken door de profeet Nahum, die zelfs de ondergang van de Assyriërs durfde aan te kondigen. Dat was in zijn tijd een moedige daad. De profeet moest zich verschuilen achter een verzonnen naam, want koning Manasse zou hem zeker hebben laten oppakken vanwege zijn opruiende taal tegen een ‘bevriende’, machtige natie. Pas later, nadat Assyrië inderdaad was gevallen, werd deze profetie erkend als waar en heeft het ook zijn plaats gekregen te midden van de heilige boeken.

Wat was er nu zo ‘vals’ aan de woorden van Chananja? Had hij niet slechts herhaald wat eerbiedwaardige voorgangers hadden geprofeteerd en dit toegepast op de nieuwe situatie? Blijkbaar gaat dit niet zomaar. Een ware profeet moet weten dat de geschiedenis zich niet zomaar herhaalt en vooral ook dat gelovigen steeds opnieuw hun positie moeten bepalen. Wat op het ene moment de hoogste waarheid is, kan op een ander moment misleidend zijn. Binnen hetzelfde boek Jesaja wordt Jeruzalem zowel de grond in geboord (zie hoofdstuk 1) als de hemel in geprezen (zie hoofdstuk 40 en het slot van 66). Profetische woorden zijn niet bedoeld als eeuwig geldende waarheden. Profetie vindt steeds plaats binnen de levende en dus veranderende relatie tussen God en mens. Een profeet spreekt zijn of haar woorden niet in een tijdloze ruimte, maar tot concrete mensen in een concrete situatie. De waarde en de waarheid van de profetie zijn mede afhankelijk van de manier waarop deze aansluit bij de situatie van de hoorders. Daarbij gaat het ook om het effect dat bereikt wordt bij de hoorders. Een ware profeet weet zijn hoorders te raken met hemels licht en goddelijk enthousiasme. Daardoor wordt het leven anders en komen mensen tot inzicht en tot inkeer. Dat luistert nauw. Een ware profeet weet op het juiste moment de juiste toon te kiezen. Goede hoorders zijn er zich van bewust dat ze niet blind kunnen varen op de oude vertrouwde woorden. Wat ooit een ware profetie was kan leiden tot schijnheiligheid en valse hoop.

Profetische woorden zijn niet bedoeld als eeuwig geldende waarheden

Nogmaals: moderne profeten

De laatste jaren volg ik met verbazing en soms verbijstering hoe in evangelische kringen in de Verenigde Staten Donald Trump op handen wordt gedragen en vereerd als een soort godsgeschenk. Daarbij treden er ook nogal eens zelfbenoemde profeten op die verbanden liggen tussen de Amerikaanse politiek en Gods openbaringen in de Bijbel. Zo zag men een verwijzing naar Trump in de manier waarop in Jesaja 45 gesproken werd over Kores, de koning van Perzië die God ‘zijn gezalfde’, de messias noemt. Zou het toeval zijn dat Trump de vijfenveertigste president van de VS was? Net als Kores had Trump zijn onvolkomenheden. Maar als God Kores zijn leiderschapsrol geeft, wie zijn wij dan om moeilijk te doen over de misstappen die Trump ooit heeft begaan? Sommigen getuigen ook van bijzondere openbaringen die zij over Trump hebben ontvangen. Zij zouden al hebben voorzien dat hij in 2016 onverwacht de verkiezingen won. De voorspelling dat dit in 2020 weer zou gebeuren, kwam dan wel weer niet uit, maar vier jaar later bleek dat ze zich alleen in het tijdstip hadden vergist. Trump laat zich omringen door profeten die zijn werk bestempelen als uitvoering van de wil van God en de oorlogen die hij begint zijn niet minder dan stappen op weg naar Gods eindstrijd in Armageddon.

Ik zie hier een parallel met de vierhonderd profeten uit 1 Koningen 22. Zij praten hun leider naar de mond. Die heeft dat niet nodig, al accepteert hij dankbaar het bijkomende electorale gewin. Hij gaat intussen zijn eigen goddelijke gang. Gelukkig zijn er ook nog profeten die hem durven tegenspreken. Hopelijk duurt het niet al te lang voordat blijkt wie hier de ware profeten zijn.

Intussen zie ik nog een andere reden om uit te zien naar gezaghebbende tegenspraak. Dat betreft de toenemende invloed van kunstmatige intelligentie. Het kenmerkende van programma’s zoals ChatGPT is dat zij het de gebruiker naar de zin willen maken en waar mogelijk gelijk willen geven. Zodoende bevestigen zij die gebruiker in hun opvattingen en gewoontes. Op een vergelijkbare manier houden algoritmes in de sociale media de gebruiker in zekere zin gevangen in de eigen bubbel. Is er nog wel ruimte voor tegenspraak? Waar zijn de ware profeten? Ik herkende iets in paus Leo XIV. Zijn eerste encycliek ‘Magnifica humanitas: over de bescherming van de mens in het tijdperk van kunstmatige intelligentie’ mag profetisch heten. Hopelijk zijn er ook politici die er zich iets van aantrekken.

Klaas Spronk

Klaas Spronk is emeritus hoogleraar Oude Testament aan de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam en redactievoorzitter van Schrift.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken