Abortusvraagstukken zijn geen onderwerp voor de straat
Wie gaat er over levensvragen?
De dominee loopt samen met de vader en zijn zoontje vanaf de aula naar het vers gedolven grafje. Twee keurig in het zwart geklede heren lopen voor hen uit, met een klein lichtblauw gekleurd kistje tussen zich in. Moeder ligt nog in het ziekenhuis.
Gisteren heeft vader samen met dominee aan het zoontje verteld dat er toch geen nieuw broertje of zusje bijkomt. ‘Onze nieuwe baby werd vroeg geboren. Nog net te vroeg om nu al door te kunnen leven. Soms gebeurt dat.’ ‘Maar pappa, hoe zo te vroeg?’ ‘Ons kindje was nog maar vierentwintig weekjes in mama’s buik. En toen wilde het al geboren worden. Maar dat was te vroeg. Heel eventjes heeft het mama aangekeken. Daarna gingen de oogjes dicht. Het was voor dit kindje net te vroeg om al op de wereld te komen’.
Hand in hand lopen de vader en zijn nog steeds enige kind terug naar de auto. ‘Papa, gaan we mama in het ziekenhuis nu vertellen dat we ons kindje hebben begraven?’ ‘Ja jongen, maar mama is wel erg verdrietig.’ ‘Papa, ik ook’.
Dit is één manier hoe er wordt omgegaan met een te vroeg afgebroken zwangerschap van nog maar vierentwintig weken. De andere wijze waarop hiermee wordt omgegaan is het voorstel om, nog wel op kleine schaal, te gaan experimenteren met het bewust afbreken van medisch regulier lopende draagtijden tot 24 weken. Daarbij gaat het wat de moeder betreft om “sociaal kwetsbare vrouwen” bij ongewenste of ongeplande zwangerschappen.
Inmiddels hebben we het over twee werelden, die beiden gaan over het leven van de mens in deze prille levensfase. En dan alle twee over trieste omstandigheden. Iets wat we zeker niet mogen vergeten. Maar werelden die steeds verder uit elkaar lijken te worden gedreven.
Al tientallen jaren woedt het debat over het beëindigen van zwangerschappen op niet expliciet medische gronden. Inmiddels is deze discussie nu dus aangekomen op een punt waar sprake is van het beëindigen van een levensvatbaar bestaan, maar dan op sociale gronden.
Daar waar geëxperimenteerd gaat worden, wordt de mogelijkheid overwogen om meer nadruk te mogen leggen op het welzijn van de moeder in plaats van op het welzijn van de inmiddels al wel levensvatbare vrucht.
Opnieuw, maar nu in deze fase, volgt het debat hierover.
Het lijkt naast alle pijn allemaal maatschappelijk heel moeilijk.
Maar in werkelijkheid is dit geen onderwerp voor maatschappelijk debat. Het mag namelijk niet gaan over wat de een vindt of wat de ander ervan denkt. Het gaat er niet om dat de ene een officiële plechtigheid verlangt voor het kind van 24 weken oud en de ander zich gemachtigd voelt om dit kind “weg te laten halen” omdat het nog niet het levenslicht buiten het moederlichaam heeft mogen aanschouwen.
Waar gaat het wel over? Waar het wat mij betreft over gaat, is de vraag of er wel of niet sprake is van leven bij het kind in de buik van de moeder?
Wel of geen leven? Dat is een vraag die niet onderdeel mag zijn van een maatschappelijk debat. Dit zijn ‘levensvragenvraagstukken’ en verdienen daarom een andere benadering. Deze vraagstukken horen bij het domein van de wetenschap, de medische ethiek en ook de geloofsethiek. Het is geen onderwerp voor debat op straat. Net zo min dat dit een onderwerp mag zijn dat afgehandeld kan gaan worden in de politieke arena, het parlement. Anders dan onze samenleving tot nu toe meende, namelijk dat dit de arena was van waaruit de besluitvorming moest komen. Juist door die visie kropen we langzamerhand naar de situatie waardoor we nu bijna in een tweedeling van de samenleving met heel tragische effecten terecht zijn gekomen.
Het concept van leven is onaantastbaar. En ook niet inwisselbaar. Wat tot nu toe fout gaat in de hele abortusontwikkeling is dat wij als mensen menen over het begrip leven zelf afwegingen te mogen maken. Welk leven weegt lichter en welk weegt zwaarder.
Jaren heeft het geduurd. Maar eindelijk na heel veel pijn, met verdriet én een burgerinitiatief van drie moeders is er enkele jaren geleden een wetgeving tot stand gekomen. Na ook nog eens een krantencolumn onder de titel “In mijn zak brandt de overlijdensakte van mijn dochter” werd de wettelijke regeling geregeld dat doodgeboren kinderen een naam kregen en als kinderen geregistreerd werden. Ook ongeboren leven werd daarmee erkend. Ongeboren leven kreeg een wettelijke status.
En nu dan “experimenteren” met het aborteren van kinderen in een zwangerschap die zo ver gevorderd is als de vierentwintigste week?
Twee werelden, mijlen ver uit elkaar.
Deze tweedeling over de unieke definitie van ons meest dierbare bezit, het leven, moet ten koste van het leven zelf voorkomen worden.
Laat het besluit hierover genomen worden door hen die de waarde van leven in haar ondeelbaarheid en haar volledigheid echt kunnen beschrijven en op de werkelijke waarde schatten. Anders gaat er nog heel veel meer mis in onze kostbare samenleving.
Lody Benno van de Kamp (Enschede, 29 september 1948) is orthodox-joods rabbijn, schrijver, maatschappelijk denker en ondernemer. Hij zet zich in voor interreligieuze dialoog en publiceert regelmatig over jodendom, Israël en hedendaagse vormen van antisemitisme.