Menu

Premium

Om leven en dood

1e zondag na Trinitatis (Marcus 2,23–3,6)

Jezus ligt geregeld in de clinch met de farizeeën over de interpretatie van de geboden. Ze verwijten Hem dat Hij daar te nonchalant mee omgaat. Jezus stelt hun de fundamentele vraag: Waar zijn de geboden eigenlijk voor bedoeld? Maar eigenlijk gaat het de farizeeën ergens anders om: wie heeft het religieus gezag? Jezus laat in zijn reacties merken dat Hij hen doorheeft. Hij antwoordt steeds op twee niveaus, inhoudelijk en op dat van de gezagskwestie. Marcus laat er geen twijfel over bestaan waar deze machtsstrijd op uit zal lopen.

Twee verhalen over de sabbatsheiliging achter elkaar, het lijkt een verdubbeling. Maar de focus in beide verhalen is verschillend en er is sprake van een toenemende grimmigheid. Deze verhalen passen in een reeks van botsingen tussen Jezus en de farizeeën (2,15-17; 2,18-20; 7,1-15; 10,2-12). Hierbij gaat het oppervlakkig gezien over de interpretatie van de geboden, maar daaronder ligt de vraag: Op wiens gezag handelt Jezus? Wat verschaft Hem de macht om te doen wat Hij doet: mensen genezen van demonen en ziekten, zonden vergeven en omgaan met mensen die buitengesloten waren? Dat levert Hem een groot gevolg en groot aanzien op. De farizeeën zien het knarsetandend aan. Ze houden Hem scherp in de gaten, zegt Marcus, om te zien of ze Hem kunnen betrappen op een misstap (3,2).

Wat is je fundament?

In het eerste verhaal (2,23-28) leveren de farizeeërs kritiek op het feit dat Jezus’ leerlingen op de sabbat aren plukken. Hoewel het plukken van een aantal aren of druiven op de sabbat volgens de Schrift nadrukkelijk is toegestaan (Deut. 23,26), is het volgens de rabbijnse traditie een vorm van werken en daarom verboden. Jezus antwoordt door te verwijzen naar het verhaal over David die eet van de broden die voor de offerdienst zijn bedoeld. Daarmee wijst Hij erop dat de Schrift boven de latere rabbijnse traditie staat. Jezus zegt dat David zelf van de broden at en daarvan deelde met zijn metgezellen. Die metgezellen waren er in het verhaal van David niet.

Maar door deze toe te voegen wordt de parallellie met Jezus en zijn leerlingen duidelijker. Zo plaatst Jezus zich in de lijn van koning David. Door zichzelf tegelijkertijd Mensenzoon te noemen, wordt de tekst uit Daniël (7,13-14) in herinnering geroepen: aan de Mensenzoon zal de Eeuwige het koningschap geven.

Vervolgens stelt Jezus: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat.’ Dit is zijn beginselverklaring. De geboden zijn dienstbaar aan het leven. En daarom, zegt Hij, is de Mensenzoon ook heer en meester over de sabbat. Dat laatste volgt niet zomaar. In het tweede verhaal wordt dit verband duidelijker.

Doe dit en gij zult leven

In het verhaal over de genezing van iemand met een verschrompelde hand (3,1-6) maakt Jezus duidelijk dat een mens uit de ellende helpen wat Hem betreft de juiste invulling van de sabbatsheiliging is. ‘Sta op, naar het midden,’ zegt Jezus tegen de man. In het midden van de synagoge bevindt zich de bima, een verhoging waar de Schrift wordt voorgelezen en uitgelegd. Daar zet Jezus deze levende ziel neer. Psychè staat er in vers 4, terwijl in vers 1 nog het neutrale anthroopos staat. Schriftuitleg gaat om concrete, levende mensen.

Waar gaat het ten diepste om bij het heiligen van de sabbat? Is het toegestaan op de sabbat goed te doen of kwaad, een leven te redden of te doden? Het is geen open vraag. Immers, de keuze om kwaad te doen en te doden is bij voorbaat uitgesloten.

Moord is nooit toegestaan. Jezus benadrukt hier: de geboden staan in dienst van het goede, van leven. Zoals Mozes uitlegt in zijn toespraak tot het volk voordat hij sterft: ‘Vandaag stel ik u voor de keuze tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood. Wanneer u zich houdt aan de geboden… zal de Eeuwige, uw God, u zegenen’ (Deut. 30,15-16). Kies dan het leven (30,19).

Een medische handeling verrichten op de sabbat is toegestaan als het om een levensbedreigende situatie gaat. Een leven redden gaat altijd voor. Maar dat is hier niet aan de orde. De genezing van een verschrompelde hand kan best wachten tot na de sabbat. Leven heeft bij Jezus een bredere invulling dan het loutere fysieke bestaan. Het gaat hier om een mens met een verschrompelde hand, iemand die niet kan handelen, niet kan meedoen. Ook daarom zegt Jezus tot hem: Sta op, naar het midden. Kom weer tussen de mensen.

Het heiligen van de sabbat gebeurt niet door je strak aan de regels te houden en op geen enkele manier een handeling uit te voeren die op werk lijkt. Het heiligen van de sabbat is dienend aan het leven in zijn heelheid. De Mensenzoon is meester over de sabbat en is daarmee gelijk een dienaar van mensen. Zoals Hij zelf zegt: ‘Ook de Mensenzoon is niet gekomen om te worden gediend, maar om zelf te dienen’ (10,45).

Mag je op de sabbat een leven redden of doden? Het lijkt een retorische vraag. Maar er zit een grimmig kantje aan. Dat blijkt aan het eind van dit verhaal, als de farizeeën naar de herodianen lopen om precies dat te doen: een moord beramen. Ze sluiten een verbond met hun vijanden. De herodianen maakten namelijk gemene zaak met de Romeinen. Zo maakt Marcus al in zijn derde hoofdstuk duidelijk dat de fundamentele keuze van Jezus voor het dienen van het leven zal uitlopen op zijn dood. Jezus laat merken dat Hij hen doorziet, maar dat dat voor Hem geen reden is om anders te doen dan Hij doet. Trouw aan de geboden kiest Hij voor het leven, ook al betekent het zijn dood.

Deze exegese is opgesteld door Anja Kosterman.

Wellicht ook interessant

None

Uitnodiging boekpresentatie biografie Berkhof

Hendrikus Berkhof is een van de meest invloedrijke Nederlandse theologen van de twintigste eeuw. Karel Blei schreef het fascinerende levensverhaal van deze communicatieve theoloog, die er naar zocht om het evangelie slagvaardig te maken in de naoorlogse samenleving. Blei schetst Berkhof als een creatieve gangmaker, die de kerk een weg probeerde te wijzen tussen star traditionalisme en stuurloos modernisme door. Zo maakte hij op overtuigende wijze geschiedenis in de oecumene.

None

Recensie van het boek Nieuw mens worden

Net als het boek De weg van de vrede van Stefan Paas gaat dit boek van Jan Scheele-Goedhart over wat vroeger ‘het wezen van het Christendom’ werd genoemd: waar draait het in het christelijk geloof om? Stefan Paas schreef zijn boek om mensen die niet bekend zijn met het christelijk geloof om aan hen uit te leggen waar het in het christelijk geloof om draait. Scheele-Goedhart schrijft zijn boek juist voor de breedte van de oecumene, omdat hij merkt dat ook trouwe kerkgangers niet echt weten waar het in het christelijk geloof om draait.

Nieuwe boeken