Pool – Mij ontbreekt niets
Dit is een fragment uit hoofdstuk 1 (p. 25-28)
Het leven van een voorganger is niet alleen een leven van leidinggeven, onderwijzen en inspireren. Het is ook een leven waarin je zelf door het vuur gaat.
En misschien is dat juist wel een van de kostbaarste aspecten van het voorgangerschap: dat je leert om in het lijden niet weg te lopen, maar te blijven staan. Dat je zelf leert wat je anderen zo vaak voorhoudt: God is nabij in het lijden. Hij vormt je, juist daar.
Opnieuw verandering
In 2014 merkte ik dat er opnieuw iets begon te verschuiven. Er groeide een innerlijk besef dat mijn tijd als voorganger ten einde liep. In mijn hart sprak God: ‘Draag het leiderschap over. Ik heb een nieuwe fase voor je.’
Hij liet me ook zien wie mij mocht opvolgen. Na een periode van voorbereiding en inwerken legde ik in januari 2016 het voorgangerschap neer en droeg ik het leiderschap over aan Walfried Giltjes.
Wat daarop volgde, was een heel nieuwe tijd. Ik begon door het hele land te spreken – op zondagen, tijdens conferenties en seminars. Ik schreef meerdere boeken en kreeg het voorrecht om een netwerk van leiders te begeleiden. Met velen van hen mocht ik als mentor een stukje op hun weg meelopen.
Het was een vruchtbare periode. Maar ook intensief.
In 2023 sloeg de vermoeidheid toe. Eerst dacht ik: het is gewoon druk geweest. Maar het ging niet over. Ik voelde me leeg. Mijn lichaam protesteerde.
Ik besloot een gedeeltelijke sabbatical te nemen. Alleen nog de spreekbeurten in het weekend, doordeweeks helemaal vrij. Dat gaf lucht, maar mijn energie kwam niet terug.
Toen begon de pijn in mijn bovenrug. Eerst dacht ik aan overbelasting of een verkeerde beweging. De huisarts schreef fysiotherapie voor, maar dat hielp niet. Daarna bezocht ik een manueel therapeut, en later een chiropractor. Maar de pijn bleef. Sterker nog: die werd erger. Zo erg, dat ik ’s nachts soms wakker lag van de pijn en huilde, omdat ik er geen raad meer mee wist.
Ik kreeg een doorverwijzing naar een orthopeed. Een MRI-scan volgde. De vermoedelijke diagnose: een hernia.
Maar op 27 januari 2025 kwam het telefoontje dat alles veranderde. Geen hernia. Wel uitzaaiingen op twee plekken in mijn wervelkolom. Kanker. Het bericht voelde als een mokerslag.
Wat volgde, was een periode van intens onderzoek. Waar kwam het vandaan? Eerst dachten de artsen aan een primaire tumor in een van mijn organen. PET-scans, CT-scans, bloedonderzoeken – alles werd bekeken. Maar mijn organen bleken schoon. Dat gaf enerzijds opluchting, maar tegelijk bleven we in het ongewisse.
Uiteindelijk werd er een beenmergpunctie gedaan. Uit dat onderzoek kwam de diagnose: de ziekte van Kahler, ook wel multipel myeloom genoemd. In gewone woorden: botkanker. Een ongeneeslijke ziekte, maar gelukkig zijn er behandelingen die het leven kunnen verlengen.
Na de diagnose begon direct een behandeltraject. Eerst bestralingen op de uitzaaiingen in mijn wervels, daarna chemotherapie en immuuntherapie. Een zware weg, fysiek en emotioneel. En toch: ook in deze storm heb ik Gods nabijheid ervaren. Niet altijd voelbaar. Soms leek Hij ver weg. Maar diep vanbinnen wist ik: Hij is er. Hij draagt mij, ook nu.
Marijke
God draagt mij door deze periode heen. Maar daarnaast word ik ook gedragen door mijn gezin, een ongelooflijk liefdevol gezin dat in deze fase zo krachtig om mij heen staat.
Vanaf het moment dat ik Marijke leerde kennen, heeft ze een unieke plek in mijn leven ingenomen. Zij was degene die mij naar Jezus leidde. Zij was het die mij in die eerste kwetsbare jaren van mijn geloof liet zien wat het is om met God te wandelen – eenvoudig, oprecht, vertrouwend. En in de jaren daarna, in al die jaren van leiderschap en voorgangerschap, is zij mijn constante steun geweest. Ze stond altijd achter me. Ze bemoedigde me, sprak wijsheid in mijn leven, bad voor me en hield van me.
Ja, ik stond vaak op het podium en kreeg de aandacht en het applaus. Maar achter mij stond Marijke. Haar rol was van onschatbare waarde en ik heb dat altijd beseft. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt: ook op het podium heb ik haar altijd geëerd.
We hebben het dus altijd samen gedaan. Maar in deze periode, nu ik zelf fysiek kwetsbaarder ben, komt het allemaal nóg dieper binnen. Hoe zij voor me zorgt, hoe ze me draagt. Hoe ze naast mij staat en samen met mij dit lijden draagt. En ik besef opnieuw, met zoveel dankbaarheid: wat een gave van God is zij voor mij. Zij is een van de belangrijkste manieren waarop God mij draagt. Haar liefde, haar nabijheid, haar trouw, het zijn tastbare tekenen van Gods zorg in deze storm. En dat besef troost me en tilt me op. Het herinnert me eraan dat ik nooit alleen ben.
In deze periode raakt de liefde van en voor Marijke, onze kinderen en kleinkinderen me op een nieuwe laag. Ik voel het intenser. En dat is een kostbaar proces. Pijnlijk soms, maar ook mooi.
Mijn leven is ingrijpend veranderd. De toekomst ziet er anders uit dan ik ooit had voorzien. En toch blijf ik vasthouden aan wat ik vanaf het begin heb ontdekt: God heeft mij lief.
Zijn plan met mijn leven eindigt niet bij een diagnose. Ook deze fase maakt daar deel van uit. Ook hierin is Hij goed. En misschien wordt er juist in deze fase een verhaal geschreven dat anderen zal raken. Een verhaal dat ik zelf nooit had gekozen, maar dat ik toch met open armen wil ontvangen, in vertrouwen, in afhankelijkheid. Een verhaal waarin zijn genade, kracht en trouw centraal staat. Zijn aanwezigheid in mijn leven doet mij met David zeggen: ‘De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets!’
Jan Pool was jarenlang voorganger. Hij is een bekende spreker in evangelische kringen en coach van christelijke leiders.
Jan Pool, Mij ontbreekt niets. Leven met kanker en een goede God. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 176 pp. € 18,99. ISBN 9789043544214
