De enige
Een verhaal over Uil en Kat. Uil heeft last van vliegangst. Hij komt er door het lezen van een verhaal van iemand die hetzelfde ervaarde als hem, achter dat er meer zijn zoals hem. Uil voelt zich hierdoor minder alleen.
Een verhaal over Uil en Kat. Uil heeft last van vliegangst. Hij komt er door het lezen van een verhaal van iemand die hetzelfde ervaarde als hem, achter dat er meer zijn zoals hem. Uil voelt zich hierdoor minder alleen.
De enige zijn. Het kan een fijn gevoel geven: jij bent voor mij de enige. Of: wat ben jij bijzonder! Maar het kan ook heel ongemakkelijk zijn. Je staat apart. Als enige.
Hoe zit het toch met mensen? Aan de ene kant wil de mens zó graag vrij zijn om zich te ontwikkelen tot een uniek individu; helemaal zelf bepalen wat je denkt en wat je doet. Aan de andere kant blijft er de diepe behoefte aan geborgenheid en bij elkaar te horen.
In het leven van slachtoffers van huiselijk geweld lijkt het een terugkerend thema: denken dat je de enige bent die dit gebeurt. Ik vroeg Inge van Bommel, antropoloog en ruim vier jaar werkzaam in de begeleiding van slachtoffers, op welke manier dit steeds weer opduikt.
Is het nou fijn of niet, om de enige te zijn? Het is een tamelijk existentiële vraag en er zijn veel situaties waarin het antwoord ambivalent is. Natuurlijk wil je de enige geliefde zijn van je man of vrouw en misschien is het ook wel fijn om de enige te zijn die de tien kilometer onder de 12 minuten kan schaatsen, maar om nou de enige te zijn die kan genieten van een mooi uitzicht, de enige passagier te zijn in een treincoupé of de enige die het Russische alfabet kan boeren… het voelt wat allenig. De mededeling ‘ik ben enigst kind’, klinkt dan ook zelden blij.
Patat sorteren, dobbelen in bad – geen gewoonte zo vreemd of er is nóg iemand die dat doet. Bíjna geen gewoonte.
Een vrolijk meisje met twee staarten doet een dansje in de kerk. Dat lijkt niet iets wat elke zondag in deze kerk gebeurt, afgaande op de bijna afkeurende blikken van de overige kerkgangers. Op de eerste rij kijken een man en vrouw elkaar aan alsof ze zeggen: ‘Dit kán toch niet?!’ Anderen rekken hun hals om dit onverwacht vrolijke tafereel te kunnen bekijken. Nergens kan er een lachje van af.
Het was midden jaren vijftig dat twee jonge vrouwen in Amsterdam met kinderevangelisatie begonnen. Zes jaar oud beklom ik de trappen naar de bovenste etage aan de Heerengracht.
Onenigheid over waarheid is van alle tijden, concludeert Tanja van Leeuwen. Zie bijvoorbeeld de onenigheid over of de zon al dan niet het middelpunt is van de destijds bekende planeten. Tegenwoordig gaat het over vaccins en Poetins oorlog. Zij put hoop uit een gedicht van Henriëtte Roland Holst.