Het was midden jaren vijftig dat twee jonge vrouwen in Amsterdam met kinderevangelisatie begonnen. Zes jaar oud beklom ik de trappen naar de bovenste etage aan de Heerengracht. Mijn buurmeisje had mij eerst meegenomen naar ‘zondagsschool’, uitgaande van kerk. Dat beviel niet: een strenge juf, stil zitten in de schoolbank en onbekende liedjes. Wat een verschil met deze Bijbelclub, op Amerikaanse leest geschoeid! ‘Interkerkelijk’, zeiden de dames tegen mijn moeder. Wat betekende dat er weinig liefde van en tot de institutionele kerken was. ‘Het koord van Rachab dat van het bloed van Jezus vertelt. Piëtisme!’, zei jaren later mijn wijkpredikant
Het volledige artikel lezen?
Dit artikel is voor Basis- en Premium-leden.
Log in en lees verder. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 6.700 artikelen over levensvragen, spiritualiteit, opinie en maatschappij en verdiep je in wat geloof en theologie betekenen voor het leven van vandaag.
Bekijk Basis & Premium >
InloggenLid worden