Preekschets 2 Samuel 1:26
De zomertijd kent een ander ritme, waarin de aandacht en energie van hoorders meer gericht is op het buitenleven. Rein Bos schreef voor deze rustige tijd een preekschets over vriendschap.
De zomertijd kent een ander ritme, waarin de aandacht en energie van hoorders meer gericht is op het buitenleven. Rein Bos schreef voor deze rustige tijd een preekschets over vriendschap.
Als jonge dominee trof ik een mevrouw die mij trots voorstelde aan iemand met wie ze al vijftig jaar bevriend was. Vijftig jaar? Hoe houd je het zolang met elkaar uit? Dezelfde verwondering voelde ik als ik echtparen kwam gelukwensen met hun vijftigjarig huwelijk.
Op speelse wijze becommentarieerde emeritus predikant Henk Kroese een gedicht van Huub Oosterhuis. Het is geen recensie; geen op waarde schatting; geen oordeel. Wel is het een reflectie op de diepste drijfveer van de mens: om gekend te willen worden, en om er te zijn.
Aanhangers van een complottheorie zitten behoorlijk ver op de escalatieladder, is de mening van Theo Hettema. Dan werkt het niet om op een feestje een goed gesprek te beginnen, zoals de twee situaties laten zien. Wat doe je dan wanneer je gesprekspartner complottheorieën aanhaalt?
Indrukwekkend, meedogenloos, beklemmend… zijn de woorden die bij het lezen van dit boek opkomen. Tegelijk, een gezin zoals het ‘om de hoek’ zou kunnen wonen. Wat zou je doen als ‘binnen’ naar ‘buiten’ komt…?
Martin Buber onderscheidde de relaties ik-het en ik-jij. Het streepje geeft het ‘tussen’ aan, de relatie zelf. Meestal leef ik met een deel van mijzelf in relatie tot een deel van mijn omgeving. Totdat plotseling een jij mij tegenkomt. God spreekt mij aan in ieder jij-moment, mij omvormend tot een gestalte die beelddrager is geworden van de werkelijkheid die God is. We zijn alleen of samen, maar altijd verbonden, levend in de het-wereld die ieder moment een jij kan worden.
Wie als kind van Abraham benoemd wordt, weet zich deel uitmaken van een eeuwenlange traditie van goddelijke ontferming en beloften. Wie tot de kinderen van Abraham gerekend mag worden, is een terugkerende discussie door het Lucasevangelie heen en wordt in Lucas 19 verbonden met Jezus’ identiteit als Mensenzoon.
Saul wil David doden en probeert hem te vinden. Zijn achtervolging moet hij staken vanwege de strijd tegen de Filistijnen. Maar na een veldslag tegen hen vervolgt hij zijn zoektocht naar David. David zoekt een veilig heenkomen en zet zich neer in het moeilijk toegankelijke gebied van de ‘bron Gedi’ (Hebr.: ‘ein-gèdi – 24:1). Saul gaat daar met drieduizend van zijn beste mannen naar hem op zoek. Hij zoekt hem tegenover de Steenbokrotsen. Dat is de plaatsnaam van een vrijwel ontoegankelijke plek.
In de voorgaande hoofdstukken, waarin de liefde van Sauls kinderen Michal (18:20-29; 19:11-17) en Jonatan (19:1-7; 20:1-43) voor David de groeiende haat van hun vader omlijst, was er al sprake van dat David moet vluchten. Zijn eerste gang is naar Samuël (19:18-24).