Theologie of religiewetenschap, een vals dilemma
Waar Erik Borgman in het voorgaande artikel pleit voor theologie, kiest Hans Schilderman in dit artikel nadrukkelijk voor de religiewetenschappen. Daarmee wordt het debat op scherp gezet.
Waar Erik Borgman in het voorgaande artikel pleit voor theologie, kiest Hans Schilderman in dit artikel nadrukkelijk voor de religiewetenschappen. Daarmee wordt het debat op scherp gezet.
Het afgelopen anderhalf jaar lag de campus er verlaten en desolaat bij. Een kale vlakte stenen met ergens een verdwaalde medewerker. Thuisblijven tijdens de lockdown was immers het devies. Ieder tuurde in het eigen huis van bewaring door het sleutelgat van het Zoom-cameraatje of hield dat vanwege privacy-redenen ook maar dicht. Sociale horror. Niet dat het doorstuderen de meeste studenten slecht afging. Uit onderzoek blijkt dat de studievoortgang door de coronacrisis wellicht gediend was. Ook medewerkers konden vaak slagvaardiger werken. Echter, plezieriger wordt het niet wanneer de lust van ‘social talk’ en het toeval van ontmoetingen per decreet uitgesloten worden. Gelukkig zien we elkaar weer vaker in levenden lijve en gaandeweg neemt ook het universitaire leven weer de normale gang.
De laatste decennia laten een enorme pluralisering zien op het religieus en geestelijk erf. Die ontwikkeling heeft een einde gemaakt aan de min of meer vanzelfsprekende aansluiting van de theoloog in zijn rol als geestelijk verzorger, godsdienstleraar, kerkelijk werker of anderszins op de beleving en ervaring van de mensen waarmee hij of zij werkt. Deze bijdrage onderzoekt hoe dit spanningsveld wordt gethematiseerd in het praktisch-theologisch discours, in het bijzonder binnen de lectoraten die zijn verbonden aan opleidingen hbo-theologie. Daarin zal blijken dat het écht serieus nemen van veelkleurigheid en pluraliteit slechts mogelijk is door zich ook als een kritisch tegenover daarvan op te stellen. Thuis zijn in een eigen theologische traditie is daarbij in de meeste gevallen onontbeerlijk.
De aanleiding voor dit nummer over de publieke rol van de theologie is een interview door Tom Lormans met Erik Borgman in Handelingen 2020/2, waarin de laatste zich de vraag stelt in welke mate de theologie zich moet aanpassen aan wat in een seculiere samenleving in de publieke ruimte gezegd kan worden.
‘Waarom verliezen mensen hun gevoel voor humor zodra zij een Bijbel openslaan? Voor mij is er juist veel geestigheid en plezier in te vinden’, vindt Kees Posthumus. ‘Van Genesis tot aan Openbaring – de lach ligt er vaak voor het oprapen.’
De actualiteit van de oorlog in Oekraïne beheerst de wereld en ook ieder van ons. En stelt indringende vragen aan de kerken en gelovigen: Hoe zullen we bidden? Wat kunnen we doen? Hoe luisteren we naar de woorden van de Bijbel, van Jezus?
Met techniek geven we ons leven, het leven van anderen en delen van de natuur, vorm. En die vormgeving gaat ver; zonder techniek is onze samenleving ondenkbaar. Veel van onze huizen zijn niet individueel verwarmd, maar gebruiken gemeenschappelijke voorzieningen zoals aardgas om bewoonbaar te zijn. En zonder de bijbehorende digitalisering van grote delen van onze gegevens, kunnen we ook niet meer als samenleving functioneren.
Het is niet gemakkelijk om in tijden van oorlog vast te houden aan heilige principes. Kun je vanuit christelijk perspectief nog wel met goed fatsoen spreken over pacifisme en geweldloosheid? Wordt je niet door de werkelijkheid leugen gestraft? Ondanks alles wil ik als theoloog toch vasthouden aan wat heilig voor mij is: de andere wang en de liefde voor de vijand, al kan je daar best hoofdpijn van krijgen.
In mijn vorige blog beschreef ik een scenario, namelijk de mogelijkheid van een kerk op Mars. Ik ben gewend om in scenario’s te denken; iets wat ik leerde bij het eerst bedrijf waar ik werkte, een multinational in de energiesector. Het belang van de scenario’s beschrijven was niet de betrouwbaarheid van de voorstellingen van de toekomst zelf, maar de reacties en zelfs strategieën die opgesteld werden naar aanleiding van die drie zeer uiteenlopende visioenen.