Tjiftjaf, tureluur en zomertaling
We beginnen onze vogelroute in de vroege ochtend, op een parkeerplaats achter de Spieringsluis bij Werkendam. ‘Dit is een nieuw stuk van de Biesbosch’, vertelt Jako, ‘de boeren hebben het moeten opgeven. Voor de vogels is deze uitbreiding belangrijk. Ze vinden veel voedsel in de slikken, die door het getij regelmatig onder water staan. Kijk maar naar al deze schelp-resten.’
ELKE VOGEL ZINGT ZIJN LIED
In de lente zingen de mannetjes voluit, ze hopen een vrouwtje te lokken om een nest te bouwen. De kleine tjiftjaf zit in de struiken, zingt met scherpe slagen die klinken als tjif-tjaf. ‘Die is weer hier sinds twee weken.’ Even verderop zingt de Cetti’s zanger zijn uitbundige lied. Deze vogel was zeldzaam, maar is sterk in aantal toegenomen, door klimaatverandering. Je ziet hem niet, hij houdt zich vast aan het riet en danst zo van stengel naar stengel. ‘Bijna alle vogels hebben een eigen lied, maar je kunt in de war komen door kunstige imitaties. De bosrietzanger kan wel 150 vogelgeluiden imiteren. Dus als je kort na elkaar vele vogelgeluiden hoort, kijk dan rond of ergens zo’n kunstenmaker bezig is.’
IN DE VLUCHT
Een tureluur vliegt hoog over en fluit zachtjes zijn eigen naam. Deze steltloper, met zijn oranje poten, voelt zich thuis in dit gebied met veel gras, water en slikken. En daar vliegt de rietgors, een kleine beweeglijke vogel met een donkere kop en een lichte band om de hals. Hij blijft laag, dicht bij het water, in een golvende vlucht, en vindt zijn plek in het riet. Drie zwartkopmeeuwen komen over, zeldzame witte vogels met een gitzwarte kop, afkomstig uit Turkije.
WINTERTALING EN PIJLSTAART
Het pad voert dicht langs de slikken. De wintertaling laat zich goed bekijken met de verrekijker. De mannetjes zijn getooid met hun ‘prachtkleed’, de bruinmet-groen getekende kop en de gele vlek onder de staart, om de vrouwtjes te imponeren. Na het broedseizoen gaan ze in de rui en kunnen dan een tijd niet goed vliegen. Een gevaarlijke periode, vooral met het oog op de zeearend, die graag een eendje eet. Als hun veren weer zijn aangegroeid hebben ze dezelfde schutkleur als de vrouwtjes. ‘Kijk daar vliegen ook drie zomertalingen! Je kunt ze herkennen aan de witte band op de kop. Zij zijn onderweg naar hun broedgebieden tot ver in Noord-Europa. Ze eten zich hier in een paar dagen helemaal rond voor ze verder gaan.’
Langs het water zitten twee pijlstaarten, sierlijke eenden met een lange spitse staart. Jako probeert ze te filmen: statief uit, camera klaar voor gebruik. Maar helaas, ze vliegen samen weg. ‘Ze schrikken van mijn statief, dat lijkt op een geweer. Er wordt veel op hen gejaagd in Frankrijk en Denemarken, daar worden ze schuw van. Ze verblijven hier als wintergast en gaan ook naar het noorden om te broeden.’
IN WEER EN WIND
‘Vogels zijn tegelijk kwetsbaar en sterk. Ze overleven in weer en wind en ze kunnen enorme afstanden afleggen. Dat boeit mij. En ze komen op je pad of niet, je hebt dat niet in de hand. Ze zijn er altijd geweest, voor zichzelf, autonoom. Mijn eerste excursie deed ik toen ik elf was, ik doe het nu al 33 jaar. Filmen doe ik meestal liggend onder een doek. Het resultaat komt dan op mijn website: elke dag een nieuw filmpje. Het is ontspannend, het geeft me rust en energie.’
Corrie Terlouw is predikant te Boxtel en werkt als psycholoog in Centrum Altro – voor persoon en relatie.
Jako van Gorsel publiceert (o.a. filmpjes) over vogels op zijn website: WWW.VISDIEF.NL.
Waar kun je goed vogels kijken?
Het Lauwersmeer
Texel
De Prunje
Schouwen-Duiveland
De Biesbosch
De Oostvaardersplassen