Van theoloog naar toevalloog
Wat Einstein mij leerde over toeval
Toen Leen van den Herik met emeritaat ging als theologisch uitgever, keek hij terug op zijn leven. Wat waren de bepalende momenten? Hoe moest hij die duiden? Tijdens die zoektocht stuitte hij op een uitspraak van Albert Einstein. Die bleef hem bezighouden en leidde tot een beschouwing over theologie en toeval.
“Toeval is Gods manier om anoniem te blijven.”
Die zin prikkelde lange tijd mijn neuronen. Voor mij kreeg ‘God’ daardoor een bredere betekenis: de Almachtige, de Oorsprong van de Big Bang, de God die mij in mensen tegemoetkwam – maar óók de natuur zelf. Dat vraagt wel om ontvankelijkheid: mens of dier die zich ervoor openstelt.
Het spel van het toeval
Wie ‘toeval’ ervaart, heeft ogen, oren, neus en geest open voor wat er rondom ons gebeurt. Zo maken we deel uit van het grotere geheel. Soms zelfs als speelbal van het toeval. Een ontmoeting kan het begin zijn van iets nieuws – of juist het einde van een weg.
Wij toevallers hebben geen vastgelegde bijbel, handboek of manual van een hogere macht. Wel een open oog, oor en geest voor wat zich rondom ons afspeelt. Dat is zeker niet makkelijker dan een omlijnde religie of een wetenschappelijk onderzoeksrapport, maar wel spannender. Want wie weet wat er morgen op ons pad komt?
Een nieuwe naam: toevalloog
Toen ik dit bij mezelf ontdekte en verder ontwikkelde, ben ik mezelf toevalloog gaan noemen. Dat liever dan bijvoorbeeld casuïsticus, een titel die meteen zo gewichtig aandoet. Terwijl ik deze gevoeligheid voor het onverwachte juist bij iedereen aanwezig acht – en daarom probeer ik haar ook in mijn eigen kring en netwerk te stimuleren.
Als ik terugdenk, vraag ik me af: wat was eigenlijk het laatste toeval dat mijn leven bijstuurde? En welk toeval herinner ik me nog als eerste? In mijn persoonlijke ontwikkeling en groei heb ik veel geluk gehad dat mij toeviel. Maar ook in mijn kennis en loopbaan waren er talloze toevallige gebeurtenissen die me gevormd hebben tot wie ik nu ben – van mijn jongste jaren tot aan mijn huidige pensioen. Dat zijn er heel wat, soms zelfs zoveel dat het bijna teveel was. Toch maakt de verrassing die ik in het toeval heb ontdekt, mij nog steeds nieuwsgierig naar wat mij straks weer te wachten staat. Het heeft in die zin wel iets verslavends.

Voorbeelden uit mijn levensverhaal
Wanneer ik hierover vertel, vragen mensen vaak om concrete voorbeelden. Om het minder persoonlijk te houden en anderen niet in mijn verhaal te betrekken, kies ik meestal voorbeelden uit de zakelijke kant van mijn levensverhaal.
Zo werd ik in 1983 naar de Christian Booksellers Convention in Bristol gestuurd omdat de directeur van Boekencentrum verhinderd was. ’s Avonds in mijn hotelkamer zag ik op televisie een publiekscomputer: de Acorn BBC. Eenmaal terug in Nederland spoorde ik die meteen op en mocht ik er vijf aanschaffen. In 1985 schreef ik er de handleiding Het Z-project bij, waarmee ik in de christelijke uitgeverswereld de eerste digitale tekstverwerker introduceerde – aanvankelijk voor proefschriftenschrijvers, later ook voor tijdschriftredacteuren.
Een toevalstreffer met gevolgen
Noem het zoals je wilt, voor mij was dit een toevalstreffer met grote gevolgen. Uiteindelijk leidde het zelfs tot de oprichting van uitgeverij Narratio, die ons meer dan dertig jaar bezig heeft gehouden, en daarmee ook honderden schrijvers en redacteuren.
Dat dit mij tot een oprechte toevalloog maakt, zal dan ook weinigen verbazen.
Over de auteur

Leen van den Herik-Bakker (1945) was jarenlang theologisch uitgever en medeoprichter van uitgeverij Narratio. Vanuit zijn brede ervaring in de wereld van theologie en boeken houdt hij een blog bij met reflecties over geloof, toeval en levenswijsheid.