Van wortel tot kruin
Bomen zijn levende wezens die er op verschillende momenten heel anders kunnen uitzien, zeker in onze gematigde klimaatzone met de wisselende daglengtes van de jaargetijden: voorjaarskleuren, zomerbloei, herfsttinten en de kale karakterbomen in de winter.
In de levensontwikkeling van een boom kunnen we, net als in onze menselijke wandel door de tijd, verschillende stadia onderscheiden: zaad, zaailing, jeugdfase, jong volwassen, volwassen, bejaard en veteraan. Maar bomen worden veel ouder dan de mens, de meeste zo’n 100 tot 500 jaar, afhankelijk van de soort en de omstandigheden. In een stedelijke omgeving worden bomen meestal niet oud, maar de mammoetbomen (Sequoyadendron giganteum) in Amerika en de ficus (Ficus religiosa) in India (waaronder de Boeddha zat) worden meer dan 1000 jaar oud. Ook in Europa bestaan heel oude bomen, al zijn het er niet zoveel. Zo staat er op een kerkhof in een Schots dorpje een venijnboom (Taxus baccata) die wel 1500 jaar zou zijn.
Zout en suiker
De levensprocessen van de boom zijn boeiend: in het bodemvocht opgeloste voedingszouten stromen via de kleine haarwortels, de wortels en de stam naar de kroon, tot in de fijnste takken en bladeren of naalden. Vandaar stromen suikers, ontstaan door de fotosynthese in bladeren en naalden, in omgekeerde volgorde terug. De levende cellen dicht onder de bast in het zogenaamde cambium en het spinthout zorgen daarbij voor groei en transport.
Het wortelpakket
De fijne haarwortels nemen vocht en voedingszouten uit de bodem op; de trek-en steunwortels zorgen voor de noodzakelijke verankering in de bodem en geven stabiliteit aan de boom.
Wortels hebben voor hun groei naast de zouten ook zuurstof uit de bodem nodig. Hoog grondwater zorgt voor een oppervlakkige worteling, in zo’n leefomgeving wordt een boom minder oud.

De stam en de gesteltakken
De stam vormt als het ware de ruggengraat van de boom en de gesteltakken zijn de armen die de bladerkroon dragen. Samen vormen ze het skelet van de boom. Wanneer er wonden ontstaan, kan het skelet door inrottingsprocessen verzwakken. Het is dus altijd belangrijk om de stam en de zwaardere takken niet te beschadigen!
Het bladerdak
Dit functioneert als groeimotor voor de hele boom.
Het totale oppervlakte van de bladeren is nagenoeg gelijk aan het gehele wortelvolume! Beschadigingen aan de wortels hebben dus direct effect op het bladerdak; omgekeerd is dit evenwicht ook van belang bij eventuele snoeiwerkzaamheden in de kroon.
Het belang van de bomen in onze leefwereld
Of een boom nu in het bos, in een open landschap, op een erf of in dorp of stad groeit, hij heeft een grote invloed op zijn directe omgeving. Bomen geven schaduw en zorgen voor de productie van zuurstof.
De bladeren vangen veel fijnstof op uit de lucht, koolstof wordt in de boom opgeslagen en een boom zorgt voor een lagere temperatuur in zijn directe omgeving. Daarnaast zorgen bomen door hun ruimtelijke werking voor structuur in het landschap.
Maar ook de schoonheid van bomen moet niet vergeten worden.
Teije Bakker is vele jaren als boomtechnisch adviseur werkzaam geweest bij Copijn Boomspecialisten in Utrecht.