Menu

None

Zelfontplooiing versus zelfverloochening?

Deze week verschijnt het nieuwe boek Zelfontplooiing: een theologische peiling, onder redactie van Herman Paul en Wouter Slob. Herman Paul schreef onderstaande blog. ‘Hoe verhoudt zelfontplooiing zich tot een Bijbelse notie als zelfverloochening?’

‘Vrouw, wees eens wat zelfverzekerder!’ kopte Intermediair Magazine onlangs. Zulke koppen heeft het carrièretijdschrift wel vaker. Op allerlei manieren prent het blad zijn lezers in dat ze succesvol moeten zijn en voor zichzelf moeten opkomen. ‘Zelfontplooiing’ heet dat: telkens een stapje vooruit zetten, puttend uit je eigen bronnen en werkend aan je eigen idealen. Wie zichzelf niet ontplooit, is een loser.
Zelfontplooiing is een dominante notie in onze samenleving. Overal, van damesbladen (‘het gaat erom dat jij tot je recht komt’) tot aan de kerk (‘God gelooft in jou’), dringt ze zich aan ons op. Maar wat is zelfontplooiing eigenlijk? Wat gebeurt er met je wereldbeeld, je karakter en je relaties als je je door ‘zelfontplooiing’ laat leiden? Waar komt dit ‘grote verhaal’ vandaan en wat valt er theologisch over te zeggen? Hoe verhoudt zelfontplooiing zich tot een Bijbelse notie als zelfverloochening?

Aan de Rijksuniversiteit Groningen hebben wij – een handvol docenten en pakweg veertig predikant-cursisten – vorig academisch jaar een heel seizoen over deze vragen gediscussieerd. Heeft zelfontplooiing iets te maken met wat calvinisten het woekeren met je talenten noemen? Of is zelfontplooiing een alternatieve religie die het zicht belemmert op het evangelie?
Bij een heel aantal deelnemers woog de kritiek het zwaarst. Wie veel van zichzelf verwacht, komt vroeg of laat bedrogen uit. Laat de Belgische psychiater Paul Verhaeghe in zijn boek Identiteit niet overtuigend zien dat de samenleving ziek wordt als mensen alleen maar aan ‘ik’ kunnen denken? En wordt het ‘ik’ ook zelf niet ziek als het de ‘ander’ naar het tweede plan manoeuvreert?
Anderen brachten daar tegenin dat de kerk niet zoveel recht van spreken heeft, omdat ze eeuwenlang het ‘ik’ gekleineerd heeft. Altijd is het in de kerk over naastenliefde en dienstbaarheid gegaan; nooit heeft ze een stimulans gegeven tot gezonde ontwikkeling van het ‘ik’. Geen wonder dan dat zelfontplooiing nu met beide handen aangegrepen wordt – er valt na eeuwen christendom heel wat schade te herstellen.

Ergens tussen deze beide extremen kwamen de meeste deelnemers tot hun eigen, genuanceerde oordeel over de voors en tegens van zelfontplooiing. Zelf werd ik het meest geraakt door de socioloog Anthony Giddens, die in zijn boek Modernity and Self-Identity een rake typering van het verschijnsel biedt, en door de theoloog David Kelsey. Die laatste spreekt over een leven op genadebrood, in geleende tijd, bij de gratie van iemand die zijn leven gaf voor anderen.
Terwijl zelfontplooiing de blik naar binnen richt – wie ben ik in mijn diepste zelf en wat wil ik met mijn leven? – daagt Kelsey zijn lezers uit hun blik omhoog te slaan. Stel dat ons leven een geschenk is in plaats van een product, een schepping van God in plaats van een project van eigen makelij, wat zou dat voor een verschil maken? Moeten we dan niet eerder afhankelijkheid leren dan zelfverzekerdheid? (Voor de liefhebbers: Eccentric Existence heet het boek van Kelsey, in twee dikke delen.)

In Zelfontplooiing: een theologische peiling – een bundel die mede gebaseerd is op onze Groningse bijeenkomsten – komen allereerst een filosoof (Ger Groot), een ethicus (Christoph Jedan), een godsdienstpsycholoog (Hanneke Schaap-Jonker) en een econoom (Adriaan Soetevent) aan het woord. Vanuit hun respectievelijke vakgebieden bieden zij een al dan niet kritisch getoonzette analyse van het verschijnsel zelfontplooiing.

De daaropvolgende bijdragen van Riemer Roukema, Rick Benjamins, Henk van den Belt en Edward van ’t Slot proberen een theologische winst- en verliesrekening op te maken. Hoewel zelfontplooiing zoals gedefinieerd door Giddens in de Bijbel niet voorkomt en haaks lijkt te staan op de ‘zelfverloochening’ waartoe de kerk sinds mensenheugenis heeft opgeroepen, spreekt geen van deze theologische hoofdstukken een veto over zelfontplooiing uit. Vanuit hun verschillende achtergronden wijzen de auteurs op elementen in het zelfontplooiingsdiscours die de moeite van het verdedigen waard zijn en op analogieën tussen zelfontplooiing en een christelijke notie als ‘woekeren met je talenten’.

In zijn slotbijdrage maakt Wouter Slob de balans op: Wat leveren deze hoofdstukken op? En hoe zouden de opgedane inzichten vertaald kunnen worden naar de kerkelijke praktijk? Doet de kerk er goed aan altijd met twee woorden (‘enerzijds, anderzijds’) over zelfontplooiing te spreken? Of snakken mensen in onze kapitalistische prestatiemaatschappij naar het bevrijdende woord dat een mens slechts in Christus tot zichzelf komt?

Bemoedigend vond ik de reactie van diverse cursisten in Groningen: ‘Hier ga ik zondag in de dienst iets over zeggen. Want volgens mij houdt dit gemeenteleden bezig!’ Inderdaad: als het christelijk geloof in de wereld van alledag een verschil kan maken, laten we de Intermediair en de Bijbel dan maar concreet naast elkaar leggen. Zelfontplooiing: een theologische peiling wil zo’n poging zijn om het licht van het evangelie te laten schijnen over een thema dat velen in onze samenleving bezighoudt.

Herman Paul is bijzonder hoogleraar secularisatiestudies aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij werkte eerder mee aan de boeken Oefenplaatsen. Tegendraadse theologen over kerk en ethiek, Een robuuste kerk. Christelijke ethiek voor een postchristelijke samenleving en Verlangen. Een theologische peiling.

Zelfontplooiing

Zelfontplooiing - Herman Paul

Zelfontplooiing is een dominante notie in onze cultuur. Overal, van het damesblad (‘Het gaat erom dat jij tot je recht komt’) tot aan de kerk (‘God gelooft in jou’), dringt ze zich aan ons op.
Maar wat is zelfontplooiing eigenlijk? Wat gebeurt er met je wereldbeeld, je karakter en je relaties als je je door ‘zelfontplooiing’ laat leiden? Waar komt de zelfontplooiingsidee vandaan en wat valt er theologisch over te zeggen? Hoe verhoudt zij zich tot een bijbelse notie als zelfverloochening? Omarmen of verwerpen we het begrip?

Wellicht ook interessant

De moeilijkste vragen over God en geloven
De moeilijkste vragen over God en geloven
None

Thema: Moeilijkste vragen

In deze aflevering gaat Tom Mikkers in gesprek met theoloog Benno van den Toren over moeilijke vragen over God en geloven. Benno doceerde acht jaar theologie in Franstalig Afrika en acht jaar aan Wycliffe Hall in Oxford. Het gesprek voert hem terug naar de bewogen en spannende periode in Afrika. Benno gaat eerlijk in op de lastige vragen die christenen regelmatig krijgen. Vragen over het lijden, het bestaan van Jezus en over het christendom in relatie tot andere religies. Hij gaat daarbij niet gelijk over tot een antwoord, maar staat eerst stil bij de achterliggende motieven en culturele invloeden achter deze vragen. En dan blijkt dat christenen in Afrika heel andere vragen stellen dan christenen in Nederland!

Bijbel
Bijbel
None

Wat doet studeren met je geloof? 15 boeken om verder te denken

Een nieuwe studie betekent nieuwe kennis, nieuwe mensen en vaak ook nieuwe vragen. Wat gebeurt er met je geloof als je colleges volgt waarin heel anders naar de wereld, de mens of het ontstaan van het leven wordt gekeken dan je gewend bent? Geloof en wetenschap hoeven daarbij niet tegenover elkaar te staan – ze kunnen elkaar juist uitdagen en het gesprek verdiepen. Hoe verhouden schepping en evolutie zich bijvoorbeeld tot elkaar? Kun je als wetenschapper in God geloven? En wat betekenen psychologie, filosofie en nieuwe wetenschappelijke inzichten voor hoe je naar je geloof kijkt? Juist tijdens je studententijd is er alle ruimte om zulke vragen te onderzoeken. Deze vijftien boeken helpen je daarbij op weg. Ze bieden geen gemakkelijke antwoorden, maar dagen je uit om kritisch te denken, vragen te blijven stellen en je eigen overtuigingen te onderzoeken. Natuurlijk zijn deze boeken ook heel geschikt om cadeau te geven aan een student.

Nieuwe boeken