Alles een eigen plek
Bijbel
Jezus rijdt Jeruzalem binnen op een ezel. Kijk, langs de weg staan mensen te roepen: ‘Hosanna, hosanna!’ (Dat is een kreet van vreugde.) Ze juichen Hem toe, zwaaien met palmbladeren. En moet je de leerlingen zien, ze leggen hun jassen op de grond, en de ezel met Jezus erop loopt erover heen. Nu komt Jezus bij de tempel, het huis van God, en wat ziet Hij? Mensen die aan het bidden zijn? Nee! Overal in de tempel staan kraampjes met spullen te koop, het lijkt wel Koningsdag! Is dit de bedoeling van de tempel? Jezus wordt woedend, en Hij jaagt alle verkopers de tempel uit. ‘Weg jullie, handelaars, hier horen jullie niet, dit is een plek voor God en niet voor de markt. Eruit!’ Hij gooit de tafels om, zo kwaad is Hij. Een bakje met geld rolt over de vloer alle kanten op, het kan Hem niks schelen. Ze maken dat ze wegkomen, de handelaren, zo schrikken ze van de woedende Jezus. En dan wordt het stil in de tempel. Als Jezus een beetje is bijgekomen, gaat Hij zitten en begint te vertellen over God. Om Hem heen komen steeds meer mensen zitten, ze luisteren. Nu wordt de tempel van Jeruzalem weer gebruikt, zoals die bedoeld is.
Vraag
Alles heeft zijn eigen plek. Als iets op de verkeerde plek gebeurt, gaat het niet goed. Als iets op de goede plek gebeurt, heb je een goed begin. Wie weet een voorbeeld?
– Slapen… in de disco of in bed?
– Topo leren… op een feestje of aan de keukentafel?
– Rustig je verhaal vertellen… thuis bij je moeder of op het schoolplein?
– Gamen… in de kerk of op je kamer?
– Voetballen… op het veldje of in de straat?
Bij Lucas 19:41-48