Online kerk-zijn in de coronacrisis

Van de nood een deugd makend… in juni 2020 is gestart met een groot internationaal onderzoek naar kerkelijke ervaringen in de coronatijd. Dat onderzoek is nog niet afgerond, maar een impressie is er al wel van te geven.

In de tijd vanaf maart 2020 moesten veel lokale kerken eerst goed overleggen wat de gevolgen waren van de afgekondigde lockdown. De verspreiding van het coronavirus, het toenemende aantal besmettingen, de koppeling die daarbij soms ook kon worden gelegd met kerkdiensten en uitvaarten, maakte dat bezinning urgent was. Kerkdiensten waren, zoals het al snel heette, in fysieke zin, niet langer mogelijk. Pastoraat zou om een andere invulling moeten vragen, en hetzelfde gold voor de jongeren- en volwassenencatechese, de activiteiten voor kinderen, de toerusting en het diaconaat. Ook het communiceren met de gemeente en het vergaderen zouden op een andere wijze moeten plaatsvinden. En wat te doen met avondmaalsvieringen, doopdiensten en de kort daarop plaatsvindende Stille Week, met daarin de Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Paaswake en Paasmorgen?

Er werd koortsachtig gediscussieerd—Wat doen jullie? Wat kan er wel? Is iets nieuws mogelijk?

Er werd in de gemeenten koortsachtig vergaderd en gediscussieerd, want veel tijd was er niet. Het trof alle kerken: oecumene-breed, van zwaar behoudend tot uiterst vrijzinnig. Op Facebook werden de discussies voortgezet in de groep Predikanten en Pastores, met meer dan 2000 leden: ‘Wat doen jullie? Wat mag? En wat kan er nog wel? Is er ook iets nieuws mogelijk?’ Ook de landelijke kerkgenootschappen boden vanuit hun dienstencentra ondersteuning en ook daar werd dan vervolgens weer plaatselijk over gesproken.

In deze crisis vonden deze discussies echter niet alleen in Nederland plaats, maar in heel Europa, ja wereldwijd en in alle kerken.

Contoc

In juni 2020 werden wij tweeën uitgenodigd om deel te nemen aan een groot onderzoek, waaraan voorgangers uit meer dan 25 landen zouden meedoen. Theologen in Zwitserland en Duitsland namen daartoe het initiatief. Het onderzoek kreeg een afkorting mee: Contoc, dat staat voor Churches Online in Times of Corona. Wij namen voor Nederland de coördinatie op ons. Wat we door het onderzoek in de maand juni te weten kwamen, delen wij hier in kort bestek. Omdat de vergelijkende analyse van de internationale resultaten nog gaande is, geven we slechts een impressie. Inmiddels weten we namelijk, ook doordat we onze antennes open hebben staan, dat er nog meer gebeurt. Verschillende gemeenten drinken na afloop van de kerkdienst samen koffie via Zoom en gaan dan zelfs uiteen in ‘breakout-rooms’. Andere gemeenten creëren onderlinge verbondenheid door de hele gemeente (!) in te delen in kleine zondag-groepen, met in elk van deze groepen een tweewekelijkse ‘huis-kerkdienst’. In ons onderzoek kwamen we deze vormen nog niet tegen.

Alle groepen liggen stil, veel leden zijn weinig digitaal en kunnen zelfs niet skypen… hoe dan verbinding…?

Na de tijd van de lockdown werden kerkdiensten ook weer mogelijk, zij het met maximaal 30 deelnemers en veelal met een klein groepje zangers en zangeressen. Nu deed zich een nieuwe situatie voor. Er ontstonden zogeheten ‘hybride’ vormen: fysiek én online, via kerkomroep.nl, kerkdienstgemist.nl etc. Kerken die hier al vóór de coronacrisis mee vertrouwd waren, hadden daarbij vaak reeds een geoefend team klaarstaan om de registratie van de kerkdienst op een bijna professionele manier vorm te geven.

Online kerk-zijn ontdekt

In ons onderzoek vonden we dat online kerk-zijn is ontdekt, maar dan wel om zo te zeggen naar twee kanten. De beperkingen worden ingezien. Regelmatig klinkt de verzuchting: ‘We verlangen naar het samenkomen van de hele gemeente’ en ook: ‘Het is prachtig dat het kan, maar het kan de kerkdienst niet vervangen.’ Daarbij komt dat niet elk gemeentelid digitaal vaardig is. In de open vragen schreef een voorganger:

‘Met moeite komen we nu eindelijk tot nieuwe initiatieven rondom vieren op zondag. Maar alle groepen liggen nog steeds stil en ik weet niet hoe het moet. Veel van onze leden zijn weinig digitaal en kunnen zelfs niet skypen. Wij zijn nu gericht op verbinding houden onderling.’

Een andere voorganger stelt:

‘Ik heb geleerd digitaal vaardiger te worden. Dat is een uitbreiding van mijn vaardigheden als pastor. De beperkingen van digitale kerkdiensten zijn echter vele male groter dan de kleine winst die deze ervaring bracht. Dat geldt ook voor pastorale contacten. Het gemis aan directe interactie, nabijheid, (lijfelijk) contact, het ontbreken van lichaamstaal, zintuiglijke waarnemingen als geur, intonatie van stem, aanvoelen van stemming, is de beperking van digitale communicatie. Als kerk kunnen we gebruikmaken van digitale mogelijkheden—ze zijn zeker een verrijking—maar ze vormen een (beperkte) toevoeging aan datgene wat we al eeuwenlang doen.’

Zonder fysieke ontmoetingen tussen mensen gaat veel verloren en het is met name de eenzaamheid die moeilijk online valt tegen te gaan:

‘Het wegvallen van fysieke ontmoetingen brengt nauwelijks goed in te schatten pijn, verdriet en grote eenzaamheid…’

Moeiten bij voorgangers

De crisis vroeg, zo laat ons onderzoek zien, veel van voorgangers: niet alleen vanwege het vele overleg over hoe om te schakelen naar andere manieren om het kerk-zijn op een goede manier vorm te geven, maar ook psychisch was het zwaar. Voorgangers kunnen, vanwege afnemende kerkgang, kritische gemeenteleden en een toenemende druk op de middelen om kerk te kunnen zijn, sowieso al het gevoel hebben tekort te schieten. Nu kwam daar nog eens deze crisis bij, die vroeg om goede pastorale begeleiding. Alleen, hoe weet je als voorganger nu wie aandacht nodig heeft? Een voorganger verzucht:

‘Het was voor mij als pastor een intensieve periode. Een overlijden van een jong persoon in coronatijd en twee mensen aan corona overleden. De wetenschap, dat mijn gemeenteleden dit thuis horen en dit alleen of met z’n tweeën moeten verwerken, vond ik zwaar. Ook de verhalen van mensen die in deze tijd afscheid moeten nemen (de vrees dat men niet meer afscheid zou kunnen nemen van een coronapatiënt), de moeite van het gedwongen zijn te kiezen wie wel en niet naar de uitvaart kunnen komen. Het ging mij niet in de koude kleren zitten. Een gevoel van tekort te schieten—wat er altijd al is in dit werk—komt nog meer extra omhoog. Mensen trekken ook in deze tijd niet zelf aan de bel en het is voor mij als pastor nu nog moeilijker om te ‘ruiken’ waar er nood is.’

Voordelen online-diensten

In ons onderzoek valt op dat dezelfde voorgangers die het belang van fysieke ontmoeting onderstrepen vaak ook zien dat online kerk-zijn, met alle beperkingen, in deze crisis heeft geholpen. Een pastorale nieuwsbrief kon nu wekelijks via email worden verzonden – ‘waarom hebben we dat niet eerder ontdekt?’ – en online kerkdiensten en daarmee ook online preken dwingen voorgangers om bondig te zijn, zich te focussen op hun boodschap. Preken moeten directer op de mensen thuis gericht zijn. Er zijn ook kerken die begonnen zijn met het uitzenden van korte meditaties of gebedsmomenten. Soms zelfs meerdere keren per week.

Het gevoel tekort te schieten—altijd al in dit werk—komt nog meer omhoog

Internationaal deden bijna 6500 voorgangers aan ons onderzoek mee en velen van hen zien kansen in online communicatie. De online dienst valt in het kerkelijke landschap wereldwijd niet meer weg te denken, ook omdat die wordt gezien als een manier om geïnteresseerde buitenstaanders te bereiken, of ook om een breder netwerk aan te spreken. Soms worden nu ook familieleden of vrienden van gemeenteleden, die ergens anders wonen, uitgenodigd om een dienst te volgen, en dat gaat over landsgrenzen heen. Met name uitvaarten, stellen Nederlandse respondenten in ons onderzoek, kunnen nu ook gemakkelijker worden gevolgd, ook door familie ‘overzee’, in Canada, Australië of de Verenigde Staten. In een online kerkdienst kun je ook gemakkelijk een filmpje inlassen, of een interactieve tool gebruiken. Een gemeente besloot bijvoorbeeld om een groepswhatsapp in te zetten om interactiviteit mogelijk te maken tijdens de kerkdienst:

‘Mensen kunnen passief kijken naar een beeldscherm, maar we kunnen hen ook activeren door whatsapp-gebed of andere online-tools, zoals een Mentimeter, in te zetten om op die manier om reacties te vragen. Dat helpt om betrokken te zijn. Ook het lanceren van een andere app (Scipio) helpt om leden meer betrokken te krijgen.’

Pastoraat

Het pastoraat is wel bemoeilijkt, zo blijkt. De meeste voorgangers geven aan dat ze hun rol niet helemaal konden waarmaken (80 procent) en het gevoel hadden te weinig aanwezig te kunnen zijn (65 procent). Ze hebben het gevoel dat hun rol tijdens deze crisis sterker is gericht op de liturgie, de kerkdienst. Over de hele linie zou je kunnen zeggen dat voorgangers zich gehinderd hebben gevoeld in hun pastorale werk. Opvallend is hierbij wel, dat voorgangers de belemmeringen voor fysieke ontmoetingen niet als een algehele verhindering hebben ervaren. Ze zijn ertoe overgegaan om met gemeenteleden te wandelen en ook de telefoon is opnieuw ontdekt. Een pastoraal gesprek, dat vraagt toch om huisbezoek? Niet altijd. In sommige gevallen blijken telefoongesprekken misschien wel beter te werken. Zonder het fysieke contact durven, zeggen voorgangers, sommige mensen meer vertrouwelijk met hen te spreken. ‘Ik heb gemerkt dat mensen veel meer van zichzelf vertellen in gesprekken via de telefoon. Ik had de mooiste gesprekken over geloof…’

Telefonisch pastoraat: soms makkelijker, maar je mist ook vaak een dimensie

Het telefonisch contact is geïntensiveerd: ‘Er is een telefonisch netwerk ontstaan tussen gemeenteleden en tussen mij en gemeenteleden. De afgelopen maanden heb ik veel telefoongesprekken gevoerd.’ Niettemin deelt niet elke voorganger deze ervaring: ‘Ik heb veel getelefoneerd met oudere gemeenteleden. Dat werd erg gewaardeerd maar ik miste vaak een dimensie in de communicatie. Je ziet elkaar niet en kunt daarom minder inspelen op wat gezegd wordt. Je mist ook de inleiding in een gesprek, even koffiezetten, foto’s en andere voorwerpen bekijken. Ik had bij veel mensen moeite om de diepte in te gaan in het gesprek. Een telefoongesprek kost minder tijd maar is voor mij als pastor minder bevredigend.’

We ronden af. De coronacrisis heeft wereldwijd in de kerken creatieve online-communicatie tot stand gebracht en deze zal zeker blijven bestaan. Niettemin, juist deze crisis deed kerken het unieke en onvervangbare van het fysieke samen kerk-zijn opnieuw ontdekken.

Henk (dr. H.P.) de Roest is hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, vestiging Groningen. Tevens is hij lid van de redactie van Ouderlingenblad. Theo (dr. T.T.J.) Pleizier is universitair docent praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, vestiging Groningen.

Meer Kerkopbouw & Pastoraat