< Terug

Openbaring

Geloofstaal & cultuurtaal

In geloofstaal is ‘openbaring’ ingeburgerd als aanduiding van Gods bekendmaking. Het kan voor de hele Bijbel gelden maar vooral voor de passages over de toekomst.

In het gangbare spraakgebruik kennen we de zegswijze ‘dit is een openbaring voor me’. In onze cultuur geldt opening van zaken als een groot goed. Geheimen worden niet lang bewaard, maar vragen om onthulling. Regeerders en directies worden daartoe uitgedaagd – door de pers, maar ook door wetgeving. Zo kennen we de wet op de openbaarheid van bestuur en horen we over openbaarmaking van archieven.

Woorden

Het Oude Testament bezigt het werkwoord gala voor ‘openbaren’. In het Nieuwe Testament wordt het werkwoord apokaluptein gebruikt: ‘de bedekking wordt weggenomen’. God geeft inzage in de geheimen van de toekomst. In het Nieuwe Testament zijn er ook analoge uitdrukkingen als ‘verschijnen’ en ‘aan het licht komen’. Deze worden in de NBG-51 vertaald met ‘openbaar worden’ of daarmee verwante termen.

Betekenis in context

Oude Testament

Goddelijke verschijning

Het werkwoord ‘openbaren’ wordt in het Oude Testament gebruikt voor de verschijning van God. We nemen als voorbeeld de geschiedenis van Samuël in Silo (1 Sam. 3). In die tijd breekt een visioen van de Here niet vaak door. De Here laat Zich zelden horen. Samuël is in opleiding bij Eli en heeft al heel wat kneepjes van het vak geleerd. Eén ding ontbreekt nog: hij heeft de Here nog niet leren kennen (vs. 7). Hij heeft nog geen ervaring met de wijze waarop de Here iets bekendmaakt. Eli leert hem ook dit. Hij adviseert Samuël welke woorden deze moet spreken als de Here hem opnieuw roept: ‘Spreek maar, Here, uw dienaar luistert’. De Here komt en vindt gehoor bij de jonge Samuël. Samuël ontvangt een onthulling over de toekomst van Eli’s huis.

Ook later blijft Samuël meemaken dat de Here hem dingen openbaart (1 Sam. 9). We leren Gods werkwijze kennen: de Here deelt zijn geheimen met zijn vertrouwelingen (Ps. 25). Zo verschijnt de Here aan Jakob bij Betel (Gen. 35:7) en aan David (2 Sam. 7:27). Het werkwoord ‘openbaren’ klinkt ook in de psalmen. Psalm 98 roept op voor de Here een nieuw lied te zingen, omdat Hij zijn gerechtigheid heeft geopenbaard voor de ogen der volken (Ps. 98:2). Gods reddende ingreep vindt plaats voor de ogen van de omstanders.

Dezelfde taal ontmoeten we ook in de boeken van de profeten. ‘De heerlijkheid van de Here zal zich openbaren’ (Jes. 40:5). In de profetieën over de knecht des Heren klinkt het werkwoord ‘openbaren’ ook (Jes. 42:1, 3; 53:1).

`… mijn heil staat gereed om te komen en mijn gerechtigheid om zich te openbaren’ (Jes. 56:1). De Here kondigt ook aan zijn toorn te openbaren (Jes. 66:15).

Goddelijke onthulling

Het werkwoord ‘openbaren’ komt in het Oude Testament niet voor in samenhang met een boek, maar wel in samenhang met goddelijke bekendmakingen. ‘Indien openbaring ontbreekt, verwildert het volk’ (Spr. 29:18).

`… wie wil hij (een dronken profeet) een openbaring doen verstaan?’ (Jes. 28:9, 19). ‘Voorzeker, de Here Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten’ (Am. 3:7). De God van de geschiedenis is in staat tevoren zijn plan te onthullen aan zijn knechten.

Het werkwoord ‘openbaren’ speelt ook in het boek Daniël een belangrijke rol. Daniël belijdt ten overstaan van koning Nebukadnessar van Babel dat er een God in de hemel is die verborgenheden openbaart (Dan. 2:28-30). Hij onthult de droom van het eeuwig koninkrijk en de uitleg ervan. Koning Nebukadnessar reageert met de erkenning: ‘Uw God openbaart verborgenheden: daarom hebt u deze verborgenheid kunnen openbaren’ (Dan. 2:47). Ook in de dagen van koning Kores werd aan Daniël een woord van waarheid en grote nood geopenbaard (Dan. 10:1).

Apocalyptische (toekomstonthullende) bijbelgedeelten als Jesaja 24-27, Ezechiël en Daniël 7-12 zijn een geschenk. Ze zijn eensoort Nebo-ervaring: Mozes ziet het beloofde land liggen, al mag hij het nog niet betreden. Bijbellezers hoeven over het einddoel niet in het onzekere te verkeren. De hoofdlijnen van Gods weg naar de toekomst zijn geopenbaard.

Nieuwe Testament

Goddelijke onthulling

Jezus brengt een nieuwe tijd, gezien de inhoud van de dingen die onthuld worden. Dat blijkt duidelijk uit zijn spreken in Mat-teüs 11. Jezus bedankt zijn Vader dat Hij ‘deze dingen’ voor wijzen en verstandigen heeft verborgen, maar aan kinderen geopenbaard (Mat. 11:25). Deze dingen: namelijk de zending van de Zoon van God om op aarde verlossing te brengen. In de tekenen en wonderen die Jezus verricht, worden deze dingen geopenbaard. Ze treden nu aan de dag; Gods openbaring in Christus is een eeuwenlang bewaard geheim, verborgen voor het verstand van de diepste denkers. Maar nu is het geopenbaard en zelfs voor kinderen toegankelijk. Tegenover deze openbaring komt ieder mens te staan als een kind, dat alleen maar kan aannemen wat anderen geven.

‘Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader’, verklaart Jezus (Mat. 11:27). Met als gevolg dat niemand de Vader kent dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren. De Vader geeft kennis door aan zijn Zoon. De Zoon kan dankzij deze overdracht door zijn Vader de bekendmaking verder doorgeven. Hij wil opening van zaken geven naar de mensen toe. Over dit geheim van het Koninkrijk spreekt Jezus ook in Marcus 4. Alles wat in Jezus’ dagen gebeurt, toont aan de wereld het geheim van God: grote wonderen en tekenen, vele genezingen, leren met gezag. Tot dat geheim dringen alleen de leerlingen door. Voor de buitenstaanders voltrekt alles zich in gelijkenissen, in beeldspraak, in raadsels (Mar. 4:11). Het licht zal zelf wel zorgen dat het gekend wordt en wat nu in Israël door ongeloof tijdelijk niet wordt gekend, zal later (na Jezus’ opstanding) onder alle volken erkenning vinden (Mar. 4:22). Jezus preekt het geheim openhartig en legt Zich niet toe op geheimleer. Zijn woord komt naar mensen toe. Als zij het niet horen, is dit ‘een horend horen en niet verstaan’ (Mar. 4:12).

Na de belijdenis van Petrus verklaart Jezus dat ‘vlees en bloed hem dat niet geopenbaard hebben, maar zijn Vader in de hemel’ (Mat.16:17).

In de apostolische brieven horen we hoe God ‘al wat Hij bereid heeft voor degenen die Hem liefhebben heeft geopenbaard door de Geest’ (1 Kor. 2:10).

De onthulling van het geheim

Ook in de apostolische brieven blijkt het nieuwe van de nieuwe tijd getypeerd te worden als de onthulling van het geheim. Paulus schrijft hier diverse keren over. Efeziërs 3 is het meest duidelijk in dit verband: ‘. door openbaring is mij het geheim bekendgemaakt’ (Ef. 3:3). Dit geheim was vroeger niet bekend aan de mensen, maar het is nu door de Geest geopenbaard aan apostelen en profeten. Wat is dit geheim? Dit, dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus (Ef. 3:5-6; vgl. Rom. 16:25).

De openbaring van Jezus Christus aan Paulus

Paulus heeft in de bekendmaking van dit geheim een sleutelrol gespeeld. In Galaten 1:12 schrijft Paulus dat hij het evangelie niet aan een mens dankt of aan studie, maar aan openbaring van Jezus Christus. Daarmee doelt de apostel op de verschijning van Jezus Christus aan hem, toen hij als christenvervolger onderweg was naar Damascus. Delevende Heer openbaarde Zich persoonlijk aan Paulus: ‘Ik ben Jezus, die gij vervolgt’ (Hand. 9:5). Lucas geeft dit indrukwekkende moment meer dan eens door (Hand. 9:3-6; 22:6-11; 26:12-18). Paulus ziet midden op de dag een licht vanuit de hemel hem omstralen. Deze ingreep vanuit de hemel luidt een ommekeer in zijn leven in: van vervolger wordt hij verkondiger. Paulus schrijft er in zijn brieven ook over (1 Kor. 9:1; 15:8). De onthulling van Christus’ goddelijke glorie staat op zijn netvlies gebrand.

Hij schrijft opnieuw over een openbaring in Galaten 1:16 en 2:2. Laat het de lezers duidelijk zijn: de apostel werd niet geleid door menselijke strategie, maar door goddelijke aanwijzingen. De enige bron van zijn optreden is openbaring.

In 2 Korintiërs 12:1-2 spreekt Paulus over iemand (hijzelf) die ‘visioenen en openbaringen van de Heer’ heeft ontvangen. Die persoon werd weggevoerd tot in de derde hemel, naar het paradijs en heeft daar onuitsprekelijke woorden gehoord (2 Kor. 12:1-4). God heeft hem daarheen opgetrokken om hem dingen te laten zien (visioen) en horen (openbaring). De openbaringen komen ter sprake in een speciaal verband. Paulus verplaatst zich in de redenering van zijn tegenstanders en stelt: als er geroemd moet worden, dan heb ik ook wel wat bijzonders te melden.

Openbaring in de eredienst

In de samenkomsten van de christelijke gemeente kan een openbaring, kennis, profetie of onderricht worden ingebracht (1 Kor. 14:6). Alles wat mensen inbrengen in de eredienst moet tot opbouw zijn: ‘. een psalm of een lering of een openbaring, of een tong of een uitlegging’ (1 Kor. 14:26 en 30).

Openbaring vanJezus Christus aanJohannes

Het eerste woord van het bijbelboek Openbaring is apokalupsis. De kwalificatie van het boek als onthulling staat in de boektitel voorop. Het is geen boek dat verborgen blijft (apo-kruphon), maar een boek dat opening van zaken geeft. De gever van deze openbaring is Jezus Christus. God heeft deze onthulling overhandigd aan Jezus Christus (Op. 1:1). Jezus heeft de openbaring ontvangen om die door te geven aan zijn knechten (vgl. Mat. 11:27). Er zijn nog twee schakels in de ketting van openbaring: via het zenden van zijn engel heeft Jezus deze onthulling aan Johannes te kennen gegeven. Al met al worden in dit eerste vers vijf schakels genoemd die een ononderbroken ketting vormen: God, Jezus Christus, Christus’ engel, Christus’ knecht Johannes en Christus’ overige knechten op aarde. De echo’s van Daniël 2 verraden dat deze openbaring binnen het raamwerk van Daniël 2 moet worden begrepen: de vestiging van Gods Koninkrijk.

De onthulling vanJezus Christus

De gemeenteleden in Tessalonica worden bemoedigd met de belofte dat hun Heer uit de hemel zal terugkeren (2 Tess. 1:7). Een onthulling (apokalupsis) van Jezus Christus wordt hen in het vooruitzicht gesteld. Uit de verborgenheid van de hemel zal een verschijning van Jezus Christus plaatsvinden op de dag van de Heer. Bij deze verschijning in zijn volle glorie zal de Heer Zich laten vergezellen door tal van engelen. Deze verschijning zal verder plaatsvinden ‘in een vlammend vuur’ (1:8). Bij deze onthulling zal een goddelijke strafoefening plaatsvinden. Anderzijds zal Hij ook verheerlijkt worden door zijn heiligen en bewonderd worden door allen die tot geloof gekomen zijn (1:10). In deze context wordt het woord ‘openbaring’ gebruikt voor de verschijning van Jezus Christus in goddelijke glorie. Ook de gemeente van Korinte wordt met een verwijzing naar de wederkomst bemoedigd:

‘… terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus’ (1 Kor. 1:7). In hetzelfde verband blijkt het om de dag van de Heer te gaan (1 Kor. 1:8). Dezelfde uitdrukking komen we tegen in 1 Petrus 1:7, 13; 4:13. Bij de openbaring van Jezus Christus wordt zijn glorie onthuld. Deze bewoordingen sluiten aan bij het onderwijs van Jezus Zelf over de dag ‘waarop de Zoon des mensen zal geopenbaard worden’ (Luc. 17:30).

De onthulling van de zonen Gods

Paulus tekent in Romeinen 8 hoe God ook de schepping zal doen delen in de eschatologische verandering. De onthulling van de glorie van de toekomst weegt ruimschoots op tegen het lijden van het heden (Rom. 8:18). De zuchtende schepping (22) wacht met reikhalzend verlangen ‘op het openbaar worden van de zonen Gods’ (19). Gedacht is aan de tijd waarin de kinderen van God niet meer verscholen zijn onder de goddelozen, maar naar voren treden.

Openbaring van de volken

In de psalm van Simeon komt de uitdrukkingvoor ‘licht tot openbaring van de volken’ (Luc.2:32). De volken worden openbaar. Simeon blijkt goed thuis te zijn in de rollen van Jesa-ja. Hij kan met deze uitdrukking de beloften van Jesaja weergeven. Jesaja 49:1-7 belooft de komst van de volken, waarbij de oproep klinkt: ‘. zegt tot hen die in duisternis zijn: Komt te voorschijn’ (Jes. 49:9). De volken dwalen in het duister van hun eigen wegen, maar komen voor de dag als Christus verschijnt.

Kern

Journalisten jagen op de onthulling van geheimen. Mensen denken recht te hebben op openbaarmaking van alle gegevens. Alles moet een open boek zijn. De hang van onze tijd naar opening van zaken biedt kansen om te wijzen op de opening van zaken die God geeft.

God doet een boekje open over zijn toekomst. Zoveel als Hij kwijt wil, maar genoeg om uit te zien naar zijn toekomst.

Verwijzing

Zie voor verwante en/of aanvullend te bestuderen woorden: profeet, Koninkrijk van God.

< Terug