< Terug

Pastorale zorg voor jongeren

Na de dienst waarin ik werd bevestigd als jongerenpastor kwam er een jongere naar mij toe. Ze was bij ons kind aan huis. Maar, zo verzekerde ze me, nu ik deze taak in de gemeente had gekregen, ging dat natuurlijk veranderen… Ze had geen problemen en als ze nog steeds bij mij zou komen zouden mensen dat wel kunnen denken.

De zorgpiramide

Uit dit voorbeeld wordt duidelijk wat een grote valkuil in het jongerenpastoraat is: er wordt snel probleemgericht gedacht. Het pastoraat wordt dan toegespitst op jongeren die in de problemen zijn geraakt of niet lekker in hun vel zitten. Heb je ze geholpen, dan zit je taak erop. Maar pastoraat is veel breder dan dat. Het moet gedragen worden door een stevige, brede basis. Op die basis kan dan verder worden gebouwd. Goed jongerenpastoraat kun je dan ook als een piramide zien. De brede onderste laag is het basispastoraat. Hier zijn alle jongeren in beeld. De tweede laag bestaat uit pastorale zorg: jongeren die buiten beeld raken of tijdelijk wat extra zorg nodig hebben. De top van de piramide zijn de jongeren die in de knel zitten of speciale zorg nodig hebben. Deze jongeren zal je op weg moeten helpen naar professionele hulpverlening.

De basis: omzien naar jongeren

Bij deze vorm van zorg zijn alle jongeren in beeld. Iedereen heeft het nodig om gekend te zijn, ook zij die ogenschijnlijk geen problemen hebben. Sterker nog, als jongeren zich niet gezien weten is er een grote kans dat ze vroeg of laat de kerk verlaten. Goed jeugdwerk draait om meer dan activiteiten. Een van de belangrijkste uitgangspunten van het jongerenpastoraat is dan ook dat het jeugdwerk relationeel wordt vormgegeven. Dit betekent dat je werkt met vaste groepen en vaste leiders die elk een aantal jongens en meiden onder hun hoede hebben. Daarnaast is een goede uitwisseling tussen de verschillende onderdelen van het jeugdwerk belangrijk. Jongeren die niet op catechisatie komen kunnen actieve leden van een club zijn of andersom. Door deze gegevens met elkaar uit te wisselen is het direct voor alle jeugdleiders duidelijk welke jongeren gezien worden

Als het basispastoraat goed loopt zijn de jongeren die actief deelnemen in beeld en is het helder met welke jongeren het niet zo goed gaat en wie zich onttrekt aan het jeugdwerk. Voor deze laatste groep kun je een team, mentorgroepen of buddygroepjes samenstellen die deze jongeren bezoeken of ontmoetingen organiseren. Het is belangrijk om dit team te ondersteunen met toerusting. De drempel om een gesprek met jongeren aan te gaan wordt een stuk minder hoog als je de juiste gesprekstechnieken beheerst en weet hoe je om kunt gaan met weerstand.

Stap twee: jongeren die extra aandacht nodig hebben

Pas als je jongeren echt goed kent, kun je zien wanneer het even niet zo goed met ze gaat of wanneer ze hun draai in de kerk niet kunnen vinden.

Het kan zijn dat het thuis of op school niet lekker loopt, ze hebben verdriet omdat hun opa, oma of een andere dierbare is overleden. In die gevallen kan een jeugdleider, mentor of buddy extra aandacht geven. Je kunt hierbij denken aan een kaartje, een gesprek of samen iets ondernemen. Het belangrijkste is dat de jongere zijn verhaal kwijt kan. Soms zijn er meerdere gesprekken nodig of bijzondere ondersteuning. Deze pastorale zorg vraagt dus meer van de jeugdleider dan de basiszorg. Het is daarom van belang de jeugdleiders hiervoor toe te rusten. Daarnaast is het belangrijk dat er in elke gemeente een jeugdpastoraal team is dat de jeugdleiders daar waar nodig ondersteuning biedt. Voor dit team heb je gemotiveerde, goed opgeleide mensen nodig. Bovendien kan dit team ingezet worden als er geen jeugdleider of mentor in beeld is, of de jeugdleider niet de pastorale zorg kan bieden die nodig is. In deze zorg voor jonge mensen trek je een tijdje wat intensiever met ze op. Het is daarom belangrijk dat er duidelijke afspraken zijn, zodat je weet wat je van elkaar kunt verwachten.

Een aantal belangrijke tips:

  • Wees duidelijk over het doel en de lengte van het gesprek (géén verborgen agenda!)
  • Wees duidelijk over jouw rol (voer je het gesprek als jeugdleider, jongerenpastor of op persoonlijke titel?)
  • Stel open vragen en vraag door.
  • Doe wat je belooft!

Stap drie: bijzonder pastoraat

In elke kerk zijn jongeren die meer nodig hebben dan persoonlijke aandacht, een goed gesprek of pastorale zorg: jongeren die zo beschadigd zijn of in de knel zitten dat er een professioneel hulp nodig is. Een jeugdpastoraal team moet voldoende kennis in huis hebben om deze signalen te herkennen en te weten waarnaar ze deze jongeren kunnen doorverwijzen. Achterin het handboek kinder- en jeugdpastoraat staat een overzicht van hulpverlenende instanties.

Wanneer jongeren professionele zorg krijgen, kan het enorm waardevol zijn als er nog iemand naast ze staat. Laat jongeren daarom nooit los. Het zal ze goed doen als je interesse blijft tonen. De relatie blijft dan behouden. Als het weer beter met de jongere gaat, hoef je die niet opnieuw op te bouwen.

Een paar tips:

  • Neem de jongere serieus
  • Ken jouw eigen grenzen (zowel in tijd als expertise)
  • Oordeel niet
  • Beloof nooit dat je met niemand over hun problemen zult praten. Je zet jezelf dan klem, zodat je geen hulp meer kunt inschakelen. Bespreek eventueel samen wie je erbij betrekt.
  • Bid voor, en als de jongere het goed vindt, ook met de jongere

Tot slot

De zorgpiramide is een belangrijk uitgangspunt als het gaat om jeugdpastoraat. Door het jeugdwerk relationeel vorm te geven leg je hiervoor een stevige basis. Daarnaast is er visie, beleid en toerusting nodig voor continuïteit.


Om verder te lezen:
Handboek voor kinder- en jeugdpastoraat
Corien Rietberg en Corjan Matsinger,
224 pagina’s, ISBN: 978-90-5881-576-7, prijs 19,95

Corien Rietberg is oprichter van Zorg voor Jongeren. Zorg voor Jongeren is gespecialiseerd in het toerusten en begeleiden van kerken op het gebied van jeugdpastoraat. www.zorgvoorjongeren.nl

< Terug