U in Mij, Ik in U, hen in Ons
Preekschets bij Johannes 17:1-26
Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U gezonden hebt, Jezus Christus. (Johannes 17:3)
Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn. (Johannes 17:21a)
Schriftlezing: Johannes 17:1-26
Liturgisch kader
De Zevende Zondag van Pasen staat in het hart van een bijzondere liturgische tussenruimte. De Paastijd is nog gaande, Hemelvaart ligt achter ons en Pinksteren is nog niet gekomen. De zondag heeft als naam Exaudi, ofwel Wezenzondag. Ook wel ‘Het Weeskind’ genoemd, naar Johannes 14:18 ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten’.
De leerlingen hebben zich na de Hemelvaart teruggetrokken in de bovenzaal. Ze blijven bijeen, eensgezind, volhardend in gebed. Het is een gemeenschap die leeft van een belofte die nog niet zichtbaar is. Het is een tijd van wachten en verwachten. De kerk wacht en verwacht met hen mee. Ook niet passief, maar biddend, zoekend, samen. De liturgie van deze zondag kent nog de vreugde van Pasen. De kleur blijft wit. Maar het gemoed is al wel wat ingetogener. Op de drempel van Pinksteren staan we niet alleen maar wel wat verlaten en in afwachting van wat komen gaat.
De naam ‘Wezenzondag’ is theologisch en pastoraal sterk. Het erkent het menselijke gevoel van verlatenheid, het erkent ook de kwetsbaarheid van de kerk en het spanningsveld van ‘al wel – nog niet’. Veel mensen zullen dit spanningsveld herkennen uit hun eigen (geloofs)levens: tijden waarin je weet dat er iets is beloofd, maar het nog niet zichtbaar is. De zondag benadrukt daarin het belang van het gebed. Dat brengt ons naar Johannes 17:1-26. Het hogepriesterlijkgebed van Jezus.
Uitleg
Jezus weet dat het moment van verraad, gevangenis en zijn kruisdood nabij is. Hij staat op het kantelpunt en zal spoedig zijn leerlingen verlaten. De gelijkenissen zijn verteld, de voeten gewassen, het brood en wijn is gedeeld en heeft betekenis gekregen. Judas heeft hen al verlaten. Jezus is begaan met zijn leerlingen. Hij doorziet waar zij voor staan. Ook zij hebben net als hijzelf een moeilijke weg voor zich. Jezus heeft ze onderwijl verteld dat ze in Zijn Naam alles kunnen vragen en dat een Pleitbezorger, een troosttoeroeper, de Heilige Geest zal komen om hen dit alles in herinnering te brengen. In alle kwetsbaarheid ziet Hij zijn leerlingen, Hij heeft ze lief. Het laatste wat Jezus nog kan doen is bidden. Het is een heel intiem gebed. Een gebed van diepe verbondenheid, met ook juist een roep en bevestiging op deze verbondenheid.
Het gebed ontroert me diep. Het raakt aan zoveel lagen van verbondenheid. Aan de puurheid en kwetsbaarheid van een liefdesband tussen Vader en Zoon, tussen God en mens en mens en Jezus. Het raakt voor mij ook aan het sterke menselijk verlangen en noodzaak naar verbinding. Geen mens overleeft het zonder verbinding met iets of iemand. Het is een oer-behoefte in ons bestaan.
Vers 4 t/m 8 roept bij mij het ontroerende beeld op van een zoon die in opdracht van zijn vader na gedane arbeid, naar zijn vader gaat om te zeggen dat de klus is geklaard. ‘Ik heb gedaan wat u mij hebt gevraagd om te doen.’ Het raakt aan dat grote menselijke verlangen van een kind dat gezien en gewaardeerd wil worden door zijn/haar ouder: ‘Heb mij lief en zie mij’. En de diepe loyaliteit die dit bij kinderen aan hun ouders kan oproepen. In de pure loyaliteit binnen een gezonde, zorgzame en betrokken relatie tussen ouder en kind betekent dit wederzijds liefdevol en betrouwbaar zijn en trouw blijven aan elkaar ook als het moeilijk wordt.
Jezus weet dat zijn Vader Hem ziet en lief heeft. Er is sprake van deze wederzijdse trouw. Het weer bij elkaar komen geeft vreugde (vs. 13) Dat is juist waar het over gaat. Wat Jezus gepoogd heeft om aan de mensen over te brengen. De leerlingen zijn in deze liefdesband tussen God en Jezus gaan geloven. En ze zijn er zelf mee verbonden geraakt. Het is dan ook menselijk invoelbaar dat Jezus wil dat zijn leerlingen, met wie hij zich diep verbonden weet, ook verbonden worden met wat hijzelf met de Vader heeft. ‘U in Mij, Ik in U, hen in Ons’. Het gebed heet niet voor niets het hogepriesterlijkgebed omdat Jezus hier als een priester, een voorspreker, een middelaar bidt. In het gebed bidt Jezus voor zichzelf, voor zijn leerlingen en voor allen die later zullen geloven (vs. 20). Toen bad Jezus dus ook al voor ons.
Aanwijzingen voor de prediking
Volgens Eugen Drewermann is het veelzeggend dat Johannes dit gebed van Jezus uitgebreid beschrijft. Want, zegt hij: ‘Jezus’ leven was een nooit ophoudend gebed tussen God en mens en een voortdurende poging om elk mensenleven direct voor God te plaatsen. Als je Jezus wilt kennen moet je zijn gebeden horen. Hij wilde ons laten zien dat God niet een verre, vreemde despoot was, maar onze Vader’.
Drewermann kaart vervolgens aan dat het niet eenvoudig is om God als onze Vader te zien binnen de context van ons natuurlijk, biologisch veelal hard bestaan. Een leven dat vaker vormen van overleven dan van vrijheid en grote vreugde kent. Waarin onze menselijke kwetsbaarheden en leed ons verstand vaak ver te boven gaat. Dit brengt Drewermann naar vragen als: hoe kunnen we in ons aards bestaan geloven in ‘een macht die wilde dat we er zouden zijn en die haar handen uitspreidt, zachtmoedig en beschermend boven het hoofd van ieder mensenkind dat ter wereld komt?’ Hoe kunnen wij in ons menselijk bestaan de menselijkheid vinden? Hoe kunnen we leven zonder dat deze door angst en kwaadaardige machten en krachten wordt geregeerd? Kort samengevat: Hoe kunnen we liefdevol en volwaardig leven als geliefde mensen? Drewermann zegt daarop dat we dit ook alleen maar kunnen ‘dankzij iemand die ons zo ter zijde staat en nabij is, zo genaakbaar, ontvankelijk en zo met ons verbonden is, dat wij in God als zijn Vader kunnen geloven’. En dat, zegt Drewermann, is volgens Johannes precies wat Jezus’ opdracht was. God had als Vader aan de Zoon gevraagd om Zijn liefde te tonen. Om de Naam van God, het hele wezenlijke van Gods zijn, het ‘Ik ben’ puur en authentiek over te dragen. Door Jezus als Zoon van God te leren kennen en erkennen en zijn boodschap proberen na te leven, lukt het ons beter om ons te verzoenen met ons eigen leven en als broeders en zusters met elkaar samen te leven.
In dit gebed bidt Jezus voor de eenheid tussen Hemzelf, zijn Vader en ons mensen. Vlak voordat Hij gevangen wordt genomen. Op dit zo kwetsbaar en voor Jezus vijandig moment blijft Jezus trouw aan zijn geloof in de Vader, in zichzelf als Zoon en aan de mensen die Hem zijn gegeven. De mensen waar Hij van houdt. De mensen die in Hem geloven. Dit gebed spreekt mijns inziens van een onmetelijke en haast ‘ongelofelijke’ kracht, trouw en liefde. Een grootse uitnodiging tot gekend zijn en je verbonden weten in deze Liefde.
We lezen dit gebed na Jezus’ Hemelvaart en voor de uitstorting van de Heilige Geest. het gebed begint met de woorden: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen’ (vs 1). De apostelen hebben het met eigen ogen gezien. Jezus is waarlijk opgestaan. De Vader en de Zoon hebben in hun grootsheid de dood overwonnen. Voor ons mensen is de dood vaak intens verdrietig en soms beangstigend. Daarnaast kan het soms ook bevrijdend zijn.
Het leven is kwetsbaar, soms verscheurend en soms prachtig. Drewermann zegt daarop dat in dit alles Jezus ons heeft laten weten dat ook wij mogen geloven dat de dood voor ons een terugkeer is naar onze Vader, die in de hemelen zijt…
Hoe dit ook maar moge weze? Ikzelf zeg daarop vaak: ‘We weten niet hoe het na de dood zal zijn, maar ik geloof dat dit Go(e)d zal zijn.’
Wij mensen leven nu nog in de wereld. Al heeft Hij ons verlaten, wij leven niet alleen. Dankzij Jezus mogen we geloven in Onze Vader en van daaruit leven als kinderen van God, broeders en zuster van Jezus en van elkaar. In verbondenheid samen en vervuld van vreugde (vs. 13).
Ideeën voor kinderen en jongeren
Jezus bidt voor zijn leerlingen en laat hen niet alleen. Laat de kinderen ervaren dat Jezus’ weggaan niet betekent dat Hij afwezig is; Hij blijft nabij in liefde, gebed en Geest. Benodigdheden: een rugzak met voorwerpen die veiligheid/verbondenheid symboliseren (een knuffel, foto, zaklamp, klein boekje). Eventueel ook een leeg potje/doosje als symbool voor ‘leegte die gevuld wordt’.
Vraag de kinderen kort naar momenten waarop zij iets spannend vonden of zich alleen voelden. Daarmee open je het thema van Wezenzondag op een veilige, herkenbare manier. Haal vervolgens uit de rugzak de voorwerpen die kunnen geruststellen. Verbind elk voorwerp met een menselijke behoefte: veiligheid, licht, herinnering aan liefde, troost. Kernzin: Soms helpt iets kleins om te weten dat je niet alleen bent. Leg uit dat Jezus zijn leerlingen zich ook alleen voelden toen Hij naar de hemel ging. Verbind dit met Johannes 17: Jezus bidt voor zijn leerlingen, juist op het moment dat Hij hen moet loslaten. Kernzin: Jezus laat zijn vrienden niet alleen. Hij bidt voor hen. Met het lege potje kan je laten zien dat leegte (angst, onzekerheid) niet het einde is. Je kan dit vast verbinden met Pinksteren: de Geest vult wat leeg voelt. Jezus blijft via de Geest met ons verbonden.
Liedsuggesties
- Lied van de eenheid. Het lied dat is ontstaan in coronatijd. Een tijd waarin verlatenheid en het zoeken naar verbinding kernthema was.
- Lied Maak ons één
- Lied 418: God, schenk ons kracht
- Lied 653: U kennen, uit en tot U leven
- Een Pinksterlied kan natuurlijk ook al wel. Als verwijzing naar wat komen gaat.
Marleen Stokroos is sinds 2018 kerkelijk werker. Momenteel in de Protestantse Gemeente Leens-Mensingeweer. Daarvoor was ze 30 jaar verpleegkundige binnen diverse werkvelden van de gezondheidszorg. Ze is lid van de redactie Prediking.
Geraadpleegd
Drewermann E. (2025), Beelden van een nieuwe wereld, Dieptepsychologische lezing van het Johannesevangelie. Skandalon.
Jongh de J. (1997), De honderd dagen rond Pasen, Liturgie maken in de tijd van Aswoensdag tot Pinksteren. Meinema.